Uit de Pers.
Men leest in Holl. Kerkblad:
De hooggeachte en bekwame mannen, door de vorige Synode-Generaal als haar Deputaten aangewezen, om een vaste regeling voor den zendingsarbeid te concipieeren, hebben als resultaat van hun arbeid een voorstel bij de Kerken ingezonden, dat zeer de aandacht verdient.
Het is te begrijpen, dat tot heden toe over dit voorstel nog weinig gesproken is.
Noch de Classicale Veigaderingen, noch de kerkelijke bladen gingen op dit voorstel met eenig oordeel van beteekenis in.
Dit kon ook nog niet. Wie het voorstel leest en herleest en overdenkt, beseft almeer, hoe de mannen-broeders die ons dit stuk werk boden, zich heel den loopj dien deZendingsarbeid onzer Kerken onder den zegen des Heeren in de jaren, die volgen, nemen moet, hebben ingedacht, ja er zich ingeleefd hebben. Allerlei moeielijkheden, die zich kunnen voordoen, hebben zij gevoeld. Allerlei uitweg en hulp, die voorhanden zal moeten zijn, hebben zij zoeken aan te wijzen. Voor het geheel en voor de deelen hebben zij de lijnen getrokken, zóó, dat die deelen en dat geheel tot hun recht kunnen komen.
Het gaat dan ook niet aan, over zulk een stuk, als over een gewoon vlugschrift, na lezing eens aanstonds een oordeel te spreken.
Gelijk het voorstel der Classe 's-Gravenhage op het zooveel beperkter terrein van Art. 13 een indenken vorderde, en daarom slechts in geringe mate publieke bespreking vond, zoo vordert de Concept-Zendingsorde in veel grootere mate stilzwijgen en nadenken, zal het in de Synode van Groningen tot richtige behandeling van dit beteekenisvolle stuk kunnen komen.
Maar dit wil dan ook zeggen, dat de vertegenwoordigers der Kerken, die naar Groningen zullen trekken, in de 9 weken van voorbereiding, die nog resten, zulke stukken ernstig hebben te bestudeeren, opdat zij voor de komende discussie wel toegerust en berekend zijn, naar de verantwoordelijkheid, die op hen rust. En ook de Kerken zelven hebben haar aandacht en overweging aan zulke voorstellen te geven, opdat de beteekenis van de besprekingen en besluiten der Generale Synode haar niet ontga, maar met haar eigen welbewust leven overeenkome. Vooral waar de Zending nu naar het Gereformeerde beginsel van de Kerken zelven zal uitgaan, moet de regeling, die de Kerken voor haar onderlinge verhoudingen in dezen te treffen hebben, de instemming der Kei-ken hebben.
Een zeer zware taak hadden de Deputaten, waar zij een voorstel moesten bieden, dat door de Kerken zonder groote moeite gevat en ingeleefd kon worden, en vvaarin de Kerken zich dus spoedig gemakkelijk konden bewegen. Heel het Zendingsleven, dat nog komen moet, hadden zij in abstracto te doorleven.
Het sprak wel vanzelf, dat de mttomobül die zij te bieden hadden, een eersteling en eenling in haar soort, allicht bij den eersten rit wat stroef zou loopen.
Wie aan het oude paard gewoon was, en tegen nieuwigheid cenigzins ouderwets is ingenomen, die moet wel hoofdschuddend oordeelen, dat zulk een nieuw uigevonden voertuig onhandbaar is voor onze gewone menschen en dat er niets van terecht komt.
Dezulken krijgen allicht bij de toeschouwers gelijk, als straks het nieuwe voertuig hier of daar tegenaan rijdt, zijn draai niet vlug kan nemen, of misschien zelfs wegens een onberekend defect plotseling blijft staan, zoodat de oude paardjes van stal gehaald moeten worden, om het quasi-zelfrijdende voertuig naar huis te trekken.
Maar zóó wordt heel gauw deze automobiel door volmaking van de inrichting en door oefening van den eigenaar het gewenschte voertuig, waarmee de Kerken zei ven in haar Zendingsarbeidnaar haar wensch en bedoeling ingaan en vooruit komen, zonder den ouden huurkoetsier, die haar weleer, toen zij nog van zijn paard en van zijn hand afhingen, onder den duim had.
Onder afwachting van de correctie, die door de proefritten noodig zal blijken, en de volmaking, die voor de nu opgezette inrichting vanzelf door het Gereformeerde leven gevorderd en aangebracht wordt, juichen wij dan ook deze regeling voor den zelfarbeid der Kerken in de Zending hartelijk toe met groote waardeering en dankbaarheid aan de broederen, die dit stuk werk met ïulk een opvatting en met zooveel bekwaamheid in elkaar hebben gezet en die ons in waarheid een automobiel voor den Zendingsarbeid der Kerken leverden.
Elke Kerk, die zich haar leven en taak bewust is en van den weg verstand heeft, moet er mee kunnen rijden, maar zulk een voertuig te leveren, is slechts het werk van enkele bekwame koppen, een kunstwerk op dit terrein, waarvan we de eerste verschijning niet anders dan met warme toejuiching en dankbaren lof kunnen begroeten.
Al lijkt dit stuk meer op een machine dan op een rijtuig; eer - log dan licht; al maakt het bij den hoogen eisch van onzen tijd in aantrekkelijkheid en natuurlijkheid niet den indruk, dien wij vorderen; al kijkt het ons wat ongezellig aan, alsof het onzen geest en onze hand beheerschen en dwingen wil, gelijk het zelf door de hand en den geest van de meesters, die het opzetten, - werd beheerscht; — in plaats van onze hand en onzen geest en den Geest des Heeren te dienen; — toch weten we hoe het fijne, het gemakkelijke, het dienstbare, het bedoelde en vanzelfloopende juist in zulk een samengesteld stuk werk het meest tot zijn recht kan komen, gelijk de machtigste machine den vrijen zelfstandigen geest dient en onafhankelijk maakt.
En we weten ook, dat de meesters van dit werk dit bedoelden.
Maar daarom juist leggen we ons oor ook te luisteren, waneer een deskundige ons de samenstelling eenigzins nauwkeuriger wil doen opmerken en ons zijn oordeel, zijn berekening geeft over de wijze waarop dit stuk werk werken zal; zijn oordeel ook over wat in de inrichting nog te verbeteren, te vergemakkelijken en te volmaken zou zijn.
Zulk een oordeel biedt onze geachte mederedac p teur Ds. II. ijkstra in zijn pas verschenen Jsrochure DDi Concept-Zcndi7igsorde besproken en genmeudeerd."
Hij geeft ons zijn opmerkingen op het eerste gezicht. Zelf erkent hij dit.
Maar hij doet het niet uit weerzin tegen het nieuwe voertuig'.
Integendeel met groote ingenomenheid.
Hij doet het met warme liefde voor het beoogde doel.
Hij doet het onder krachtige, levendige inspiratie van het beginsel, dat in dit stuk werk zijn belichaming zoekt.
Hij doet het met onbetwistbare kennis van zaken.
En hij doet het zóó, dat gij hem meermalen aanstonds gelijk moet geven, tenzij de bouwmeester van deze Zendingsautomobiel u van zijn ongelijk Overtuigt.
Inderdaad, hier en daar lijkt de constructie van dit kostelijk stuk wat hard ; wat te veel naar een ^vet, die eer hegemonie dan autonomie bedoelt; op een enkel puntje, — hoeverre ook van hiërarchisch bedoelen! — toch naar hiërarchisch model; wat te veel nog omgaande buiten de lijnen, in onze kerkelijke vergaderingen geboden; gecommitteerden en gedelegeerden en gedeputeerden verduisteren schier Kerkeraad en Classe en Synode voor uw oog.
Op hoogen prijs stellen wij Ds. Dijkstra's critiek, waar deze principieel is, en ernstig het zelfleven der Kerken naar Gereformeerd beginsel in den Zendingsarbeid bedoelt.
De opmerkingen van Ds. D. mogen en zullen dan ook niet licht gerekend worden.
Maar ze zullen ook weer critiek vinden, gelijk ze die uitlokken ; een critiek uit hetzelfde beginsel en bedoelen, dat dezen ij verigen Dienaar des Woords in de Zendingszaak drijft.
In ieder geval komt de rijke beteekenis van dit Voorstel door de bespreking van Ds. Dijkstra te meer uit en brengt deze brochure ons een begin van ernstige en degelijke bespreking. Daarom vestigen wij ten zeerste de aandacht op dit stuk, gelijk op de vroeger afgedrukte Zefidingsorde.
We vragen ernstige, goedwillige lezing en principiëele overweging èn van het, stuk der Deputaten èn van dat van Ds. Dijkstra.
En de Heere geve in dien weg een vruchtbare discussie en een welbewust besluit der Synode-Generaal in zake de Zending, een Zendiiigsorde die onze Kerke? i naar haar beginsel eert, en die de Zending dient tot eere des Heeren en tot heil van wie op Java en Soemba nog in duisternis zijn gezeten of den morgenstond zien komen.
Wake door den Geest des Heeren al zijn volk op in den arbeid der Zending!.
Uit ons artikel: „Gewenschte Critiek, " in ons volgend nummer, zal blijken, dat wij ons geheel op hetzelfde standpunt stellen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 18 juni 1899
De Heraut | 4 Pagina's