INGEZONDEN STUKKEN.
{Buiten verantwoordelijkheid van de Redactie),
Hooggeachte Heer, Redacteur/
Nog altijd zijn er, helaas! Geref. kerken in ons goede Nederland, welke steeds verstoken blijven van de geregelde bediening des Woords. Kerken waar men met financieële moeilijkheden te worstelen heeft, waardoor het niet mog.elijk is een eigen „Herder en Leeraar" te onderhouden.
Zij, die steeds onder de geregelde bediening des Woords leven, kunnen zich moeilijk eene voorstelling van dergelijke vacante kerken maken; kunnen zich niet voorstellen wat er bovendien gemist wordt in het huisbezoek, catechisatie en zooveel meer, waardoor het kerkelijk leven in een kwijnenden toestand blijft.
Wat de bediening des Woords aanbelangt, men krijgt af en toe een Dienaar uit de Classe, die, omdat hij in de hem onbekende Gemeente niet meeleeft, zich moet bepalen bij het verhandelen van eenè algemeene stof, zoodat er van eene „opbouwing van het lichaam van Christus" geen sprake kan zijn, omdat een ieder bouwt op de hem eigenaardige wijze. Het is en blijft, voor een Dienaar van een naburige Kerk, altijd een moeilijkheid om naar een vast plan te bouwen omdat hij de geest der Gem. niet kent. Alhoewel verblijd zijnde wanneer er bekend gemaakt wordt, dat op die Zondag Ds. A. en op een volgende Ds. B. voor de Gemeente hoopt op te treden, toch blijft in zulke vacante kerken de hoofdspijs „preeklezen"; derhalve dragen de ouderlingen in deze de grootste verantwoordelijkheid. Op hen rust de taak, de Gemeente, welke hen verkoren heeft, in de rechte sporen te leiden; zij zijn het die hunne Gemeente kennen.
Nu staat men somwijlen verbaasd over den ijver en toewijding — vooral in kleine kerken — van de ouderlingen. Naar luid der Schrift zijn het „niet vele wijzen, niet vele edelen" wat vooral in kleine kerken uitkomt, en toch, zij hebben den moed, de lust om hunne Gemeente, met de gaven die hun geschonken zijn, te dienen.
Maar al erkent en waardeert men hun' moed, hun ijver, hun toewijding, met dank aan Hem, die hun dat alles geeft, toch kunnen ook zij niet alles geven wat er, door geen geregelde bediening des Woords, gemist wordt.
Zij staan voor de moeilijkheid om eene keuze te doen, uit de vele „predicatiën" die voor korteren of langeren tijd, door verschillende Dienaren des Woords, gehouden zijn.
Voorzeker eene moeilijkheid welke niet gering is. Bij een zoodanige keuze wordt vereischt: dat men de behoeften der Gem. kent, dat men den „Schrijver" kent; weet zuanneer en onder welke omstandigheden hij geleefd en die predicatiën gehouden heeft.
Nu zijn er ook wel predicaties van den laatsten tijd; maar er bestaat in vele Geref. kerken eene bijzondere voorliefde voor „oude schrijvers" (wat op zichzelf zeer te prijzen is, het ware te wenschen, dat ze in de huisgezitmen nog wat meer, in het licht van hun tijd, werden bestudeerd). Maar bij het lezen van een ouden schrijver in de Kerk, voelt men aanstonds, dat verre weg de meeste hoorders ze niet kunnen volgen; vooreerst om hun textverdeeling in zooveel onderdeelen; ten 2e om den j/y7 waarin ze geschreven zijn. Hoewel niet tot de letter-of taalkundigen behoorende, durf ik beweren, dat onze taal belangrijke wijzigingen heeft ondergaan in spelling, zinsindeeling; bovendien hebben uitvindingen en ontdekkingen, in deze eeuw, de beeldspraak veranderd. Men kan hier wel over heen redeneeren en zeggen: „dat het er toch vroeger, zoowel als nu, op aankomt of men zijn Zaligheid alleen in Christus zoekt, " maar wie zoo redeneert, toont daarmee dat hij voor een deel Gereformeerd is, maar nog niet in alles.
Bestaat er eenmaal eene Gereformeerde "KtxY, dan moet men toch aannemen, dat dat eene openbaring is van het lichaam van Christus, al zullen er ook geveinsden onder zijn. De openbaring of kerk, komt te zamen om den Heere hare zonden te belijden, Hem te bidden om vergiffenis. Hem door boet-of lofpsalm te verheerlijken, Zijne sacramenten te ontvangen etc. en om.... Gods Woord, maar ook dat Woord alleen te hooren. Wanneer dat Woord dus verkondigd of gelezen wordt naar Zijn zuivere beteekenis, dan geeft dat Woord ten allen tijde, onder alle omstandigheden, voldoende licht van zich. Aan den Dienaar of den schrijver rest nu, dat Woord, naar de behoefte des tijds en der gemeente, toe te passen.
Waar dan thans de toestanden anders zijn dan voor 200 en 100 jaren, de zonde zich telkens in anderen vorm openbaart, daar moest het den Dienaren des Woords van onzen tijd, die een weinig ervaring hebben, een lust zijn vacante, hulpbehoevende kerken met hun gehouden leerredenen te dienen door ze in druk te geven; en moeten de kerken meer dan tot dusverre gaan beseffen, dat ze aan zulke leerredenen de voorkeur behooren te geven. Aan Ds. H. Hoekstra komt eere toe voor wat hij der kerken, door zijne uitgegeven leerredenen, reeds heeft geschonken. Volgen meerderen zijn voorbeeld!
En hoewel er nog velen zijn, die de leerredenen van Ds. Hoekstra „te flauw" vinden, omdat ja waarom? Omdat hij Gods Woord laat spreken het verduidelijkt, het toelicht „en niet genoeg in het gemoedsleven van het volk indringt", toch moet dit hem. en anderen geen beletsel zijn om op dezen ingeslagen weg voort te gaan, opdat ook de vacante hulpbehoevende kerken, gezond voedsel krijgen. Het wordt tijd dat er meer aan dacht aan deze dingen geschonken wordt; dat de kerken zonder „Herder" meer het voorwerp van teedere zorg worden.
En om mij nu tot de plaats mijner inwoning te keeren, ook de kerk van Berg-Ambacht heeft zich van af 1891 aldus moeten behelpen, ge zoudt denken dat als zulk eene kerk zich als „hulpbehoevend" aandient de Classe daaraan geen oogenblik zou twijfelen en toch heeft de Classe Gouda, in een harer laatste vergaderingen niet kunnen goedvinden om deze kerk formeelen steun te geven. Omdat ze het niet noodig heeft? Och ja, dat wel, maar met dit te geven zouden er misschien grootere kerken in het gedrang komen, die nu nog steeds gedeeld leven, zoodat het geld van de Classe ten slotte nog dienst moet doen om het gedeelde leven te bestendigen. Wat ik, en meer anderen met mij wenschen, is, dat de kerken zonder eigen „Herder" zooveel mogelijk financieelen steun ontvangen, opdat de bediening des Woords bevorderd worde en waar dat niet mogelijk is, de kerken bij den ouden schat van leerredenen, die ze thans bezit eene keuze nieuwe ter hunner beschikking krijgen opdat het licht van Gods Woord naar de behoefte des tijds, ook deze kerken bestrale. Beleefd verzoek ik U deze regelen in Be Heraut te willen opnemen, waarvoor reeds bij voorbaat mijnen hartelijken dank.
Hoogachtend,
Uw dw. dienaar en getrouw lezer,
Berg-Amhacht, 30 Mei 1899.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 18 juni 1899
De Heraut | 4 Pagina's