Sympathetische Dokters.
Amsterdam, 16 Juni 1899.
II (Slot).
Valt er reeds geldelijk niet aan te denken, om, zoolang de Wet op het Hooger Onderwijs niet gewijzigd is, een Medische faculteit te stichten, bovendien zou men, ook al ware het geld te vinden, duchtig met de handen in het haar zitten, zoo men mannen moest aanwijzen voor de verschillende katheders.
Er kunnen, dit geven we aanstonds toe, krachten schuilen; maar met wat schuilt kan dan ook geen rekening worden gehouden, dan op het oogenblik dat men dit schuilend talent ontdekt. Stelt men daarentegen de vraag, of ons wetenschappelijke werken op Medisch gebied bekend zijn, die wortelverband met de Gereformeerde beginselen vertoonen, dan moeten we onze onkunde belijden. En houdt men aan, en vraagt men ons, of er voor de onderscheiden hoofdwetenschappen op Medisch terrein Doctoren bekend zijn, die van deze vakken een hoogere studie hebben gemaakt, dan staan we ook bij die vraag verlegen.
Hierover nu schamen we ons in het minst niet. De materialistische richting op Medisch gebied had zich lange jaren schier alle katheders ten onzent zien toegewezen, en aan de Natuurkundige faculteit werd men reeds op deze materialistische Medische wetenschap voorbereid.
Ten gevolge hiervan kon het niet uitblijven, of onze Doctoren waren schier allen ongeloovig in hun wetenschap. Iets wat niet belette, dat er onder hen, zelfs in toenemende mate, enkele geloovige belijders werden gevonden. Maar hoe heuglijk dit ook was voor den omgang, het bracht ons op wetenschappelijk ten-ein niet verder. Op dat terrein toch waren en bleven ze met hun leermeesters homogeen. Zelfs het besef dat ook de Medische v; etenschap met beginselen iets te maken had, en dat derhalve het geloof dat ze beleden, ook tot herziening van hun wetenschap had moeten leiden, kwam niet bij hen op. Eerst in de laatste jaren, mede als gevolg van het optreden der Vrije Universiteit, is deze beteekenisvolle gedachte tot enkele, bepaaldelijk Gereformeerde artsen doorgedrongen. Enkelen hunner grepen zelfs reeds den moed over den samenhang van geloof en wetenschap ook op Medisch terrein enkele gewaardeerde gedachten ter perse te zenden.
Hiermede nu is een eerste stap op den beteren weg gezet, en het probleem althans aan den gezichteinder waargenomen.
Wel deed zich ook vroeger zeker verschil op tusschen belijdende en niet-belijdende Doctoren zoodra vraagstukken aan . de orde kwamen als van vaccinatie, de geoorloofdheid van hoererij, de keuring van bordeelbewoonsters, het Neo-Malthusianisme, krankzinnigenbehandeling enz., maar hierbij gold het slechts practische problemen, en telkens zag men, dat bij deze practische vraagsUikken ten slotte verwerpers van den Christus even. sterk als de belijders van onzen Heiland tegen de onzedelijke strekking van menig Medisch advies in verzet kwamen, of op empirische gronden zich aan onze zijde schaarden.
De gfoote beweging in Engeland tegen de gedwongen vaccinatie is bijna geheel van ongeloovige Doctoren uitgegaan. Doctoren, die den Christus niet kennen, hebben eren beslist als elk Christen zich tegen het werpen van onze jongelingschap in de handen der vreemde vrouw verklaard. De keuring vindt afkeuring bij ongeloovige evengoed als bij geloovige Doctoren.
De actie tegen het Neo-Malthusianisme is zelfs van ongeloovige Doctoren uitgegaan. De houding tegenover de^e vraagstukken aangenomen beslist dus de zaak niet.
Drieërlei viel hier wel te onderscheiden. Men kon zeggen: Laat onze Artsen opleiden aan de ongeloovige faculteiten, maar geef hun zeker tegengif, opdat hun geloof in Jezus geen schipbreuk leide. Het standpunt der Lncas-stichting.
Men kon in de tweede plaats zeggen: Volg de gewone opleiding, maar protesteer van meet af tegen de onzedelijke gevolgtrekkingen waartoe de officieele wetenschap ons verleidt. Het standpunt der Philanthropische stichtmgen en vereenigmgen.
Maar ook kon men den derden eisch stellen, en zeggen: Het is ons njet genoeg dat onze Artsen den Heiland kennen en belijden blijven, noch ook dat ze met ons tegen de onzedelijke strekking der ongeloovige Medische wetenschap protest aanteekenen; wat wij bedoelen is, dat de Medische wetenschap zelve van het materialistische beginsel worde losgemaakt, en worde geënt op den stam des geloofs.
In dien laatsten zin nu is het o. a. begrepen door Dr. Den Houter in zijn referaat, en nog onlangs door Dr. Keuchenius in zijn opstel, en zóó moet het inderdaad verstaan worden, bijaldien men een Medische faculteit aan de Vrije Universiteit wil oprichten.
Geschiktheid voor dat optreden aan een Medische faculteit aan onze Universiteit zouden alzoo zij alleen verraden, die niet maar wetenschappelijke studiën van Medischen aard hadden ter perse gezonden, en bovendien Gereformeerd in hun geloof waren; maar integendeel de? ulken alleen, in wier wetenschappelijke studievruchten op Medisch terrein op overtuigende wijze bleek, dat zij hun methode beheerschen lieten door datgene wat uit onze Belijdenis voortvloeit voor de beoefening der Medische wetenschap.
Dit nu is een uiterst moeielijke taak.
Voor de Theologische faculteit heeft het reeds jarenlange studie en inspanning gekost, niet, om dogmatisch zuiver te blijven, maar om de wetenschap der Theologie, én als geheel én in haar onderdeden, met logische consequentie uit het Gereformeerde beginsel, d. i. uit den Woorde God.s, af te leiden.
Nog moeielijker is dit bij de Juridische faculteit, niet omdat de rechtsstudie ingewili^elder en omvangrijker is, maar omdat haar object op verderen afstand van het beginsel ligt.
Nog weer moeielijker is dit om dezelfde oorzaak voor de Litterarische faculteit, daar ook deze haar objecten op vervirijderden afstand van het beginsel vindt liggen, en omdat ze bovendien te worstelen heeft, om eenheid in haar vele objecten te brengen.
Maar allermoeilijkst wordt dit, zoodra men toekomt aan de Natuurkundige en Medische faculteiten, en wel om een dubbele oorzaak. Vooreerst omdat men bij deze faculteiten niet met de gegevens van het bewustzijn, maar met de gegevens van de natuur en het lichamelijke leven te doen heeft. En ten andere omdat onze Medici niet dan zeer zelden tevens wijsgeerig ontwikkeld zijn, en zich in de vraagstukken van den we^' der kennis weinig thuis gevoelen. De meesten zijn gewend aan de voorstelling, dat met te spreken van empirisch onderzoek op dit terrein het laatste woord gesproken is. En dan natuurlijk komt men geen stap verder.
Niet derhalve geldelijk alleen, maar ook wat de katheders betreft, zijn de moeielijkheden die aan de oprichting van zulk een faculteit in den weg staan bijna onoverkomelijk.
Toch trekken we hieruit niet het gevolg, dat er niets moet worden gedaan. Veeleer schijnt het ons toe, dat ook bij de vaste overtuiging, dat zonder wijziging van de wet op het Hooger Onderwijs ten deze niet te vorderen is, de rustelooze aandrang van het Christelijk publiek, om de spade in den grond te steken, waardeering en tegemoetkoming verdient.
En mits men maar van de zijde van het pubhek erkennen wil, dat er voorshands van de oprichting van een Medische faculteit geen sprake kan zijn, zou het o.i. alleszins aanbeveling verdienen, zoo Directeuren of Curatoren van de Vrije Universiteit zich met het Christelijk publiek in aanraking stelden, om deze zoo gewichtige aangelegenheid eens op een vergadering van belanghebbenden te bespreken en te overwegen.
Men zal, dit ligt in den aard der zaak, zijn verwachting niet te hoog moeten spannen. Klein bij den weg, zal de leuze moeten zijn. En desnoods zou men zich tevreden moeten stellen met de benoeming van één enkel Hoogleeraar, die, onderwijl de jonge mannen aan de Stadsuniversiteit hun studie volbrachten, door eigen voordrachten én over het beginsel en zijn beteekenis voor alle vakken, én over één speciaal vak, dat hij zelf doceerde, leiding aan hun studie en aan hun gedachtengang schonk.
Alzoo van alle hooge pretention afziende, en nochtans rechtstreeks op het beginsel ingaande, zou er een eerste stek in den grond gezet zijn, en men zou moeten afwachten, of ons allengs meerdere mannen geschonken worden; of althans, of onder onze jonge Artsen allengs de mannen konden voorbereid worden, die als later de wijziging van de wet op het Hooger Onderwijs beter kans bood, voor de overige katheders zouden kunnen optreden.
Misschien ook dat op zulk een samenkomst nog andere denkbeelden aan de hand werden gedaan, die óns ontgingen, en in elk geval zou het nut van zulk een samenkomst zijn, dat zij die zouden moeten handelen, en zij die van de zijde van het publiek dringen, de handen ineensloegen, om te doen wat doenlijk bleek.
Er zou, mits zulk een samenkomst behoorlijk ingericht en geleid werd, meer dan een wilde dooreenwarring van onrijpe denkbeelden verkregen worden. Of ook, bleek al dat het de eerste maal een Poolsche rijksdag bleef, zoo zou zulk een eerste samenkomst tot de benoeming van een Comité voor deze aangelegenheid kunnen leiden, en door dat Comité zou een tweede, ordelijke overweging van het onderwerp kunnen worden voorbereid, waarin de hoofdpunten, die tot beslissing moeten leiden, door goede referaten werden ingeleid.
Natuurlijk gaat het niet aan, eenvoudig practisch den knoop te willen doorhakken. Dan kwam men van achteren toch bedrogen uit, en zou verwachtingen opwekken, die niet vatbaar bleken voor verwezenlijking.
Maar is eerst helder en duidelijk tot aller bewustzijn doorgedrongen, welke de eischen zijn, die men hier stellen moet; wat het doel is, waarop moet worden aangestuurd; op welke geldelijke eischen de bereiking van dat doel zal te staan komen; en hoe deswege de verwezenlijking van ons ideaal onder deze wet op het Hooger Onderwijs niet te verkrijgen is; — dan belet niets ons met het kleine, ja, met het allerminste te beginnen, en het van den Heere onzen God te verwachten, dat Hij ons verder leide.
We kunnen hier nog iets bijvoegen.
Toen onlangs in een vergadering van Directeuren der Vrije Universiteit deze zelfde vraag aan de orde kwam, en ook daar het denkbeeld werd geopperd, om zulk een samenkomst uit te lokken, vond dat bij niemand tegenstand, bij allen instemming. En het is op grond hiervan, dat we reeds in het komende najaar de oproeping tot zulk een samenkomst tegemoet zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 18 juni 1899
De Heraut | 4 Pagina's