Vanzelf afgesneden.
Onze hooggeachte broeder Wielenga van Kanpen verwondert er zich in de Bazuin ove-, dat we onze artikelen over het Voorstel-Bavinck staakten.
_ We hechten te veel aan zijn oordeel, om hiertoe het zwijgen te doen.
Hij zal, dunkt ons, zelf moeten toestemmen, dat de Heraut gedaan heeft wat hij kon, om een goeden afloop dezer zaak te helpen voorbereiden.
De Heraut heeft van den beginne af op de meest waardeerende wijze over het Voorstel gesproken, en steeds staande gehouden, dat het, mits niet gelijk het daar lag, zeer wel tot de beiderzijds zoo vurig gewenschte oplossing leiden kon.
De Heraut heeft zich de moeite gegund in een breede reeks artikelen die gewenschte oplossing voor te bereiden, en heeft alle andere zaken laten rusten, zelfs de artikelen over den Eeredienst, keerjop keer laten glippen, om oppervlakkige behandeling van het Voorstel te voorkomen.
De Heraut heeft geen critiek geleverd op details, noch op geldelijke gissingen, maar uitsluitend de beginselen besproken.
De Heraut heeft zich niet opgeworpen om de Vrije Universiteit tegen de op haar o. i. niet geheel rechtvaardiglijk uitgeoefende critiek te verdedigen, noch ook zijnerzijds die critiek met een tegencritiek op het verleden of op het heden van de Theologische School beantwoord.
Kortom de Heraut heeft gedaan wat hij kon, om deze gewichtige aangelegenheid, los van alle kleingeestige beschouwing, uitsluitend in het licht te stellen van de beinselen, waarvoor dit blad nu twintig jaar en meer streed.
En zie terwijl we nu met deze bespreking op twee artikelen na aan het einde, en daarmede aan het omschrijven van de door ons gewenschte oplossing toekwamen, en er nog meer dan twee maanden vóór de Synode tijd overig was, zond onze hooggeachte broeder Bavinck plots zijn tweede brochure reeds de wereld in, en dat zonder van al onzen arbeid aan zijn Voorstel besteed ook maar ecnigszins ernstige notitie te nemen, ja, zonder ook maar met één enkel woord te laten hooren, dat hij, ons pogen waardeerend, bereid was met ons opkomen voor het beginsel te rekenen. En in deze brochure wordt de zaak zijnerzijds zoo finaliter afgedaan, dat hij eindigt met te zeggen: Ik handhaaf mijn voorstel gelijk het daar ligt. En zulks tegenover onze stellige verklaring: „Zoo als het daar ligt, kan het niet."
Er stond niet, dat hij nu reeds voorloopig repliek leverde, om later op het betoog van de Heraut terug te koriien.
Er werd niet bij gezegd, dat, hoewel wij nog niet uitgesproken hadden, hij voorshands reeds op andercr bedenking repliceerde.
Er werd eenvoudig door onzen broeder geconstateerd, dat hij bleef bij zijn opinie, en zijn voorstel onveranderd handhaafde.
Dit nu duiden wij Prof. Bavinck in het minst niet euvel. „Gegriefd zijn" komt onder ernstige mannen niet te pas, dat laten we aan preutsche jufferkens, ofop haar lijkende mannekens over. Vooral wie zou zoo klein zijn om met persoonlijk geprikkeldheden te rekenen, waar zoo zeer hooge en heilige belangen op het spel staan.'
Daar denkt de Heraut Bavinck niet. niet aan, en Prof.
Aan hem het volle recht en dat recht onbetwist, om een plan geheel buiten ons om aan de orde te stellen; er ons eerst kennis van te geven als het reeds gedrukt ter verzending gereed ligt, en ook nu onze bedenkingen als van geen gewicht te achten.
We hebben hier niets op tegen. We eerbiedigen dit. We lijden dit lijdzamelijk.
Maar hoc ter wereld kan men willen dat wij dan toch maar aldoor zouden voortredeneeren, en rustig met onze artikelen doorgaan ?
Wie dit zegt, weet niet wat debat is, en denkt zich in wat persdebat is, niet in. Debat onzerzijds had alleen zin, zoo het kon streVken, om Dr. Bavinck zelven op een fout in zijn plan opmerkzaam te maken, en hem te bewegen zelf die fout te corrigeeren, eer zijn voorstel op de Synodale tafel kwam.
Daartoe waren we wekenlang aan het betoogen.
Dat schoone doel beoogden we. Daarop ging heel onze reeks artikelen af. Maar nu we plotseling de verklaring krijgen: Ik heb alles nogmaals weloverwogen, maar ik verander niets, en handhaaf mijn voorstel gelijk het daar ligt, nu was de mogelijkheid om het debat in de pers voort te zetten door Dr. Bavinck zelf afgesneden.
Nu zou tóch doorgaan met onze artikelen de najyetgit der onnoozelen zijn ge-•weest.
En zoo rets zal toch zelfs onze broeder Wielenga niet van ons vergen.
Of onze Hoofdredacteur, in zijn qualiteit van hoogleeraar, op de Synode zal kunnen verschijnen, is een vraag die geheel hier buiten ligt.
Op advies van zijn dokter zal hij in de P.yreneën een kuur moeten volgen, die veel tijd zal rooven, en een nakuur noodzakelijk maakt.
Ook daagt de Synode reeds op gustus, dat is, zeer vroeg.
Doch al werd dit oorzaak van verhinde, ing, dit heeft niets met het Voorstel-Bavinck te maken.
Heengaan, als men er ivas, zou niet door het Voorstel maar door een onberaden stap van de Synode zelve, voor hen die om des beginsels wille overwegende bedenking hebben, eisch van het oogenblik kunnen worden. Maar heengaan is heel iets anders dan ivegblijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 25 juni 1899
De Heraut | 4 Pagina's