Uit de Pers.
Over nadere organisatie van het Diaconaat schrijft Ds. Gispen in de Bazuin van deze week dit;
Onder de particuliere vragen bij de Synode van Middelburg 1581 komt ook deze voor: Of het aan de kerken, die maar weinige ouderlingen hebben, geoorloofd is, ook diakenen tot den kerkeraad toe te laten? Waarop geantwoord werd: »Het is geoorloofd, zoo dikwijls de kerkeraad huu beider raad en knip van noode heeft; bovendien zullen zij ook gewoonlijk daarbij mogen wezen, zoo zij beide het ambt des ouderlingschaps en diakenschaps bedienen.
Hier is dus nog geen sprake van behooren tot den kerkeraad, maar alleen van een toelaten tot den kerkeraad, wanneer de kerkeraad hun raad en hulp noodig acht.
De Synode van 's-Gravcnhage 1586 ging een stap verder, en bepaalde in Art. 35 harer Kerkenordening: »En daar 't getal van de ouderlingen zeer klein is, zullen de diakenen mede tot den kerkeraad genomen worden".
De Synode van Dordrecht 1618/19 nam deze bepaling onveranderd over.
Op dezen grond worden dan ook, in de kleme kerken, uit de formatie van '34 en 86, de diakenen niet alleen tot de vergadering des kerkeraads toegelaten^ maar tot den kerkeraad genomen^ en gerekend er toe te behooren.
Zelfs is het meermalen voorgekomen, en komt het nog een enkele maal voor, dat kleine kerken, die geen dienaar des Woords hebben, vanwege het zeer kleine getal ouderlingen, een ouderling en een diaken afvaardigen tot de Classicale vergaderingen. De Classicale vergadering moet dan de redenen voor zulk een afvaardiging hooren en beoordeelen.
Gewoonlijk verleent zij, gehoord de redenen, aan den diaken zitting met keurstem. Maar zij kan ook weigeren, anders zou zij niet kunnen'm-nd.'c jnoeten toelaten.
In de Kerkenordeningen is zulk een afvaardiging echter niet bekend of gegrond. Het is een gebruik geworden, uit do omstandigheden geboren.
En van een Diaconaat weten de Kerkenordeningen niets. Evenmin als van Episcopaat of Presbyterium.
Wel, meen ik, is in de geschiedenis der Gereformeerde kerken het woord: «Ministerie" bekend. Men verstaat daardoor een bijeenkomst van de «Ministers ', of der dienaren des Woords. Zulke bijeenkomsten van de dienaren des Woords zijn echter geen kerkelijke bijeenkomsten of vergade ringen, die eenige macht of bevoegdheid bezitten tot het maken van ordeningen of het nemen van besluiten, om de gemeente daarnaar te regeeren.
Zij hebben uitsluitend ten doel vrije besprekingen over zaken of plichten, het ambt betreffende, en regeling der predikbeurten in de verschillende kerkgebouwen. Van zelf komen dan wel eens de vragen van den dag ter sprake, en ook tracht men elkander met raad en hulp in moeilijke gevallen te dienen, of antwoord te geven op vragen, waarop de kerkeraad het oordeel van broeders predikanten bepaaldelijk gevraagd heeft.
We hebben in Amsterdam ook wekelijks zulk een samenkomst van «Ministers." En och als gij eens wist, wat verschrikkelijke voorstellingen de raenschen zich daar wel eens van gevormd hebben! En metterdaad is het toch niets. Het is 't eenige oogenblik, in een gansche week, dat we behalve op den kerkeraad, elkanders aangezicht zien en vragen kunnen : hoe gaat het: hoe is thuis; hoe heb je 't gisteren gehad; hoe was de opkomst; hoeveel tafels Avondmaal; waren er veel doopen ? — om van andere intiemer en geestelijker dingen, gemoedstoestanden enz, die minder aan een open brief kunnen toevertrouwd worden, maar te zwijgen.
Zooals ge hieruit zien kunt, is het «Ministerie" reeds tot zulk een hooge ontwikkeling gekomen, dat er van nog hooger ontwikkeling geen sprake kan of mag zijn.
Maar, zoo hoor ik u vragen, wat is dan toch eigenlijk het Diaconaat? En nu spijt het mij wel, u te moeten teleurstellen. Tot nog toe is het mij niet mogen gelukken een duidelijke voorstelling te verwerven van hetgeen men door dit woord wil aanwijzen. Dit is natuurlijk mijn schuld. Ik constateer dan o ok alleen maar het feit, en spreek niet van de oorzaak.
Als ik het wel begrijp, duidt de uitgang »aat" iets zelfstandigs, iets van macht en bevoegdheid uit, zooals: Episcopaat, Apostolaat, Consulaat enz.
JVIen schijnt er mede te willen uitdrukken de macht, bevoegdheid, roeping enz. van het diakenambt.
Ik zeg: men schijnt; want het is maar een persoonlijke indruk, dien ik ontving van hetgeen ik er van hoorde en las.
Ontwikkeling van het Diaconaat zal dan willen zeggen, het bereiken van meerdere zelfstandigheid, maciit, bevoegdheid enz., een altijd meerdere uitbreiding van de werkzaamheden, bevoegdheden en macht van den diaken in de kerk des Heeren.
Of ook wel de bevoegdheid om zelfstandig, on-afhankelijk van den kerkeraad, bindende besluiten te nemen, ook in meerdere diaconale vergaderingen.
In onze Kerkenordening, waarmede wij bij de Hooge Regeering des lands bekend zijn, wordt het «eigen ambt der diakenen" aldus omschreven: De aalmoezen en andere armen-goedereii naarstiglljk te verzamelen, en dezelve getrouwelijk en vlijtiglijk naar den eisch der behoeftigen, beide der ingezetenen en der vreemden ziit te deelen, de benauwden te bezoeken en te vertroosten, en wel toe te zien, dat de aalmoezen niet misbruikt worden, waarvan zij rekening zullen doen aan den kerkeraad, en ook, {zoo iemand daarbij wil zijn) voor de gemeente, op zulken tijd als de kerkeraad het goed zal vinden."
Hieruit blijkt, dat de diakenen een heerlijke, maar toch bescheidene roeping in de kerk des Heeren hebben.
Schoon wordt dit uitgedrukt in den term: «dienst der barmh rtigheid."
Het is uitnemend, een en ander te herinneren ten dienste van hen, die aan de Diaconie vleugelen willen geven, om op eigen gelegenheid van de til uit te vliegen.
Toch vergete men niet, dat het Diaconaat door onze vaderen wel in eere hersteld, maar geheel ongeregeld is gelaten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 25 juni 1899
De Heraut | 4 Pagina's