Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„Een paslood in zijne hand.”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Een paslood in zijne hand.”

9 minuten leestijd

Nog deed Hij mij aldus zien : en zie, de Heere stond op eenen muur, die naar het paslood gemaakt was, en een paslood was in zijne hand. Amos 7 : 7.

De symbolische grondgedachte der Vrijmetselaars is zeer stellig uit de Heilige Schrift herkomstig.

Het bouwen en het gebouwde en het gereedschap des bouwens is in de Heilige Schrift zelfs vaste beeldspraak.

God zelf heet de „Opperste Bouwmeester en Kunstenaar", niet alleen met het oog op deze zichtbare wereld, maar ook ziende op de „Opperzalen die Hij in de hemelen heeft gebouwd" (Amos 9 : 6). Ook zelfs op geestelijk gebied wordt dit beeld van het bouwen doorgetrokken, als het in Spr. 9 : i heet: de Opperste Wijsheid heeft haar huis gebouwd."

God bouwt de geslachten, als Hij ons „huis" bestendig maakt, gelijk Hij aan David, zijn verkorene, had toegezegd (2 Sam. 7 en Psalm 89). Als het in ons gezin en bedrijf naar wensch gaat, is het „de Heere, die ons huis bouwt'' (Psalm 127 : i).

De kerke Gods is een huis, een tempel, een woonstede Gods in den Geest. En gelijk de kerk als geheel zulk een huis Gods is, zoo is ook voor den enkelen geloovige zijn lichaam, als een tempel des Heeren, dat we juist deswege heilig zullen houden.

Christus zelf heet een „kostbare steen", een „hoeksteen", door de bouwlieden veracht maar bij God dierbaar. En doelende op zijn vleesch, dat hij uit ons aannam, sprak Jezus: „Breekt gijiieden dezen tttnpcl af en ik zal hem in drie dagen weder opbouwen."

Zoo is de Heilige Schrift geheel vervuld met de aan het bouwen ontleende beeldspraak, die op alle levensuiting wordt toegepast.

„Zijn grondslag is op de bergen zijner heiligheid." „God stelt heil tot muren." „We gaan in door Au poorte der gerechtigheid." „God is ons een hoog vertrek." „God zal opendoen de venstèren des hemels." „Hij is ons een sterke toren."

Zelfs geestelijke sterking en heiliging wordt nu nog onder ons, naar luid der Heilige Schrift, met het beeld van stichting uitgedrukt.

We worden gebouwd op ons allerheiligst gelooi.

Ja, als „levende steenen gebouwd" tot een „geestelijk huis."

Zoo gevoelt men hoe deze rijke, in heel de Schrift steeds volgehouden symboliek, langen tijd veel Christenen verleiden kon, om in de Vrijmetselarij de belichaming van een Schriftuurlijke gedachte te zien.

Maar ook, hoe deze machtige beeldspraak onder óns al te zeer in onbruik is geraakt, en plaats heeft gemaakt voor het gebruik van afge-• trokken begrippen.

Menig beeld uit de Schrift hield daardoor op voor ons te leven,

Iets wat ook geldt van het paslood, een instrument evenzoo bij het bouwen gebezigd 'en in de Schrift beeld der volstrekte gerechtigheid.

Er werkt in de natuur een kracht, die altoos de rechte lijn zoekt, wat uitkomt bij het water, dat niet rusten kan eer het voor zijn spiegel het rechte vlak heeft gevonden, en zoo ook in het paslood, dat in zijn slingering niet tot ruste komt eer het neerhangt in de rechte lijn. Beide werkingen vloeien voor het spraakgebruik ineen, zoo we zeggen, dat httpasloodhtt waterpas aanwijst.

Die kracht nu in de stoffelijke natuur geeft de sprake uit voor de onwederstandelijke macht, waarmee in Gods geestelijke schepping zijn gerechtigheid voortgaat en doordringt, en niet rusten kan in haar dringen totdat ze volkomen zij.

Gods recht is door niets te stuiten. Gods gerechtigheid is door niets tegen te houden. Door alle kunstmatige beletselen breekt ze in het eind door, allen tegenstand overwint ze. Al wat krom of scheef gebogen was, buigt ze ten slotte zoo om en in, tot het waterpas van zijn heilig recht volkomenlijk triumfeert.

Dat is het wat God ook aan Amos toonde in een visioen, dat ons aldus beschreven wordt: „Nog deed Hij mij aldus zien: en zie, de Heere stond op eenen muur, die naar het paslood gemaakt was, en een paslood was in zijne hand. En de Heere zeide tot mij: Wat ziet gij, Amos? En ik zeide: Een paslood. Toen zeide de Heere: Zie, Ik zal het paslood stellen in het midden van mijn volk Israël; Ik zal het voortaan niet meer voorbijgaan. Maar Izaks hoogten zullen verwoest, en Israels heiligdommen verstoord worden; en Ik zal tegen Jerobea, ms huis opstaan met het zwaard."

Een beeldspraak voor een iegelijk doorzichtig. Ook in Israël werd gebouwd, gebouwd in Israels volksleven, gebouwd in Israels geestelijk leven. Maar de muur van dien bouw trok scheef. Reeds begon die muur te hellen. En nu legt de hand Gods het paslood aan. Zoo komt de scheeve lijn van Israels leven uit.

Dit paslood doet de scheefheid, de afwijking van Israels muur voor aller oog uitkomen.

En nu komt het oordeel. Want God buigt dien muur weer recht. En onder dat 'rechtbuigen overkomt aan Israël de toorn zijns Gods.

Dat paslood moet worden aangelegd. Het aanleggen er van is geen daad van wilkeur. Geen bouwweester en geen opperman kan er buiten. Niet omdat het niet-waterpas liggen van die ééne laag steenen op zichzelf zooveel scheelt, maar omdat de kleinste afwijking van het waterpas in de onderste lagen, de helling al sterker maakt in alle volgende lagen, en ten slotte heel den muur kantelen doet.

Is dit zoo nu bij het optrekken van den muur van steen, niet anders is het bij het omhoogrijzen van het geestelijk huis des Heeren. Ook hier wreekt zich elke afwijking, hoe gering ook, en indien God door zijn oordeel niet waakte dat elke rij in het waterpas bleef of teruggebogen werd, zou straks heel het huis des Heeren instorten.

En daarmee ligt geoordeeld elk vermoeden en elke voorstelling, als schitterde hierin de ontferming Gods, dat Hij een deel van zijn recht prijs gaf, dat Hij een stuk van zijn gerechtigheid door de vingers zag, en door genade en liefde den strengen eisch van zijn recht overwon.

Wie aldus Gods gerechtigheid voor zijn barmhartigheid wijken laat en het genade voor recht op het doen onzes Gods toepast, doet zijn genade niet bij een geestelijk huis, maar bij een geestelijken bouwval uitkomen.

Het zou een chaotische liefde zijn, die de historie der wereld deed uitloopen op een vreeselijken puinhoop.

Wie nu uit de Schrift geleerd is, geeft dit leerstellig voetstoots toe, maar past daarom elk kind van God deze sprake van het paslood ook toe op eigen existentie?

Ook in uw persoon, ook in uw leven is een bouw. Uw grondslag is gelegd in uw verkiezing. De bouw ving aan in uw ontvangenis, toen God u borduurde als een kunstig borduursel in uw moeders schoot. De steiger van voor den bouw viel weg bij uw geboorte. En sinds is heel uw levenshistorie de historie van den voortgezetten bouw geweest.

Uw persoon, uw existentie, uw leven met de projectie van uw levenslijn in de eeuwigheid, het is alles, en bestaat, en komt uit, naar het bestek dat God voor uw persoon en leven gemaakt heeft.

Maar dan moet ook aan uw persoon en leven het paslood gedurig worden aangelegd, d. w. z. dan moet ook op u zonder ophouden geduriglijk worden toegepast de eisch van Gods volstrekte, van Gods onverkorte, van Gods volkomene gerechtigheid.

En juist dit is het, waar onze overdenking omtrent onszelven zoo telkens in te kort schiet.

Dan maken we zelf een paslood, een scheef, een onzuiver paslood, passen dat op onszelven toe, en terwijl onze muur scheef helt, maken we dan door dat onzuivere paslood uit, dat die scheeve muur toch recht is.

Zoo doen we voor onszelven, en voor onze vrienden.

We hebben dan wel ook een zuiver paslood, dat waterpas staat, maar dat bergen we weg totdat we een tegenstander, een vijand te beoordeelen hebben, en dan weten we o, zoo precies uit te meten, dat hij ganschelijk scheef gaat en staat.

Maar we vormen ons voor onszelven en voor de onzen dan een voorstelling van een goed en passelijk leven, dat gespeend is aan wat ergeren kon, dat tot op zekere hoogte vroom en heilig is, maar dat toch op alle punten nog booze inkruipsels heeft, die men dan door de vingers zien.

En nu wordt de maatstaf, waarmee we onszel ven en de onzen meten, niet het paslood van God, maar dat onzuivere paslood, dat we er zelven op nahouden. En het gevolg is, dat we gerust en tevreden zijn, en geen verwijt of schuld meer gevoelen, waar toch elke morgen en elke avond ons van onvolkomenheid in geloof en liefde moet aanklagen voor onzen God.

Dit nu verderft de Christenheid.

Het maakt dat haar bede om zondevergeving gemaakt en niet oprecht is. Het brengt teweeg, dat ze zelfvoldaan, en wanende het wit reeds gegrepen te hebben, geen dorst en geen honger meer kent naar de verzoening die in Christus Jezus is, en daarom die verzoening wel belijdt, en voor wat achter de bekeering ligt wel aanvaardt, maar dat toch die verzoening niet meer is de Fontein voor het huis van Israël tegen de ongerechtigheid en tegen de zonde, waar elk kind van God eiken dag heensnelt, om opnieuw met frissche teug uit die Fontein verzadigd te worden.

Het verlaagt ons levensideaal. Niet meer het hooge als uit God, maar het afgepaste en af. gemetene naar der menschen maatstaf, is richtsnoer dat bekoort.

En dit straft zich wreedelijk.

Want of wij al ons onzuiver paslood hanteeren, God de Heere gaat met zijn paslood toch door.

Hij, onze God, legt zijn paslood bij een iegelijk onzer eiken morgen en eiken avond aan, en naar het uitwijzen van dit zijn heilig paslood, moet Hij ons dan indrukken of ombuigen, en in dat drukken en buigen ondergaan' we de gestrengheid van zijn recht.

Dan klaagt ge over tegenspoed, ge klaagt over dorheid, ge klaagt over uw on warme liefde en de machteloosheid waar uw geloof in verzonk, en ge verstaat het niet, dat het God is, die in dit alles u de valschheid van uw eigen maatstaf doet ervaren.

Grijp nu het paslood uws Heeren weder, en ook aan uw ziel zal het bewaarheid worden, dat de rechtvaardige door het geloof leeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 juli 1899

De Heraut | 4 Pagina's

„Een paslood in zijne hand.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 juli 1899

De Heraut | 4 Pagina's