Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

12 minuten leestijd

De Friesche Kerkbode biedt van de hand van r. H. H. Kuyper in haar nummer 637 dit nderstaande over de verkiezingsvvijs der ambtsragers :

Het staat dus vast, dat volgens het Geref rm eginsel, de verkiezing het recht is der gemeente, aar dat die gemeente niet individualistisch mag orden opgevat als een losse groep geloovigen, aar moet worden beschouwd als een organisch eheel, waarin ieder deel tot zijn recht moet koen. Uf wil men het eenvoudiger uitgedrukt dat ij de verkiezing der ambtsdragers eenerzijds het olle recht der ganeenteleden moet worden gehandaafd, maar anderzijds ook even beslist moet vs-oren gewaakt, dat in niets worde te kort gedaan an de leidende eti voorgaande macht, die de Ker eraad heeft. Beide beginselen leert de H. Schrift n beide moeten dus tot hun recht komen in de ijze, wsarop de verkiezing geregeld wordt.

Maar al staan hiermede nu de grondbeginselen ast, toch blijft nog het zeer moeielijke vraagstuk an de practische uitvoering over. Er moet een iddenweg gevonden, waarop én de tyrannic van en Kerkeraad én de losbandigheid der gemeente orden buitengesloten. En het spreekt wel van zelf, dat hierbij niet één, maar allerlei oplossing ogelijk is. Onze Gereformeerde Kerken hebben ooit een strakke eenvormigheid gewild. Mits de rondbeginselen maar zuiver werden gehouden on de practijk verschillen naar »de gelegenheid er Kerken" het medebracht. Een wet van Perzen n Meden, waaraan geen titel of jota mag veranerd worden, kent onze Kerkenorde niet. Het varus od: s bene fit (d. w. z. op verschillende manieren an het goed geschieden) gold voor hen. mits de enheid in de hoofdzaak maar bleef bewaard.

Nu zou het ongetwijfeld van veel belang wezen a te gaan, hoe Calvijn zelf te Geneve de verkie ing der ambtsdragers heeft laten regelen, indien ij maar wisten, dat in die regeling zuiver Calvijn's denkbeelden waren weergegeven. Maar dit as helaas niet zoo Calvijn had te Geneve te re enen met de Overheid, die aan de Kerk zeer auwe banden aanlegde. Vandaar, dat in de Oronnances Ecclesiastiques wordt bepaald, dat de leine raad van de stad gezamenlijk met de preikanten de voordracht voor de ouderlingen zouen doen aan den grooten Raad van twee honderd n dat zij door dezen zouden worden bevestigd, ndien zij waardig werden bevonden. Feitelijk was et dus de Overheid die in overleg met de predianten de Ouderlingen koos. Eerst in 1560, toen de rdonnances werden herzien, werd bepaald, dat de amen der gekozenen aan de gemeente zouden wor den voorgesteld en deze het recht zou hebben te en de gekozenen bezwaar in te brengen. Het preekt wel van zelf, dat deze regeling in Calvijn's oogen allerminst een ideaal zal zijn geweest.

Toch — al begeeft Geneve's kerkinrichting ons — kunnen vn) vrij ongeveer weten, hoe Calvijn de aamwerking van Kerkeraad en gemeente bij de verkiezing practisch wilde geregeld zien, omdat hij in zijn Institutie, op een p aats, die de aandacht der onderzoekers dusver ontsnapte, zich daai'over f eer in den breede uitlaat. Wij geven dit citaat in zijn geheel, omdat daarin de verklaring ligt van hetgeen jdoor de Gereformeerde Kerkenordeningen is bepaald en wij reeds hier de beide lijnen vinden, die later telkens in de practijk teruglceeren. De bedoelde plaats vindt men in de Institutie IV, 4, 12. Calvijn bespreekt daar de besluiten der oude Concilien over de verkiezing en zegt nu:

Ik bekenn wel dat het concily te Laodiceen h met zeer goede reden heeft besloten, dat men de n verkiezing den gemeene volke niet en zal toe laten. Want het gebeurt neauwelijks immermeer w dat zoo veel hoofden eenige zaak eendrachtiglijk n afdoen en beslechten. En het spreekwoord is C bijna altijd waarachtig te weten, dat het onge­ s stadige gemeene volk in factien en tegen-een-E slrijdige genegenheden gescheurt en verdeelt d wordt Maar tegen dit perijkel was een zeer goed remedy gesteld. Want voor eerst wierdt de ver kiezing gedaan door den geestelijken alleen, de-s welken dengenen, die zij verkoren hadden voor t de Maagistrat of voor den Raad en d Overste stelden. En als deze zich met malkanderen d daarop beraden hadden, zoo hielden zij die ver­ ih kiezing van weerden, indien hun dezelve docht wettelijk en behoorlijk te zijn, maar indien hen d de verkiezingh onbehoorlijk scheen, zoo verkoren zij een anderen die hen beter aanstondt. Daarna e wierd de za: k gebracht voor de menigte des volks, dewelk, alhoewel zij aan sulke vooraf gaande keuze niet en was. gebonden, nochtansch m zooveel gewoel en geraas niet en konde maken g Of indien men om tot de verkiezing te komen, eerst begon van de menigte des volks, zoo geschiedde dat alleenlijk opdat men mocht weten wien zij voornamelijk begeerden. En als het verzoek en de begeerte des gemeenen volks gehoord was, zoo wierdt daar eerst de verkiezing gedaan door de geestelijken. In dezer voegen konden de geestelijki-n niet instellen, dengenen die zij wilden en nochthans werden zij ook niet genoodzaakt de dwaze begeerten des volks in te willi gen en na te komen.

Men ziet, dat Calvijn tweeërlei weg als mogelijk en geoorloofd stelt. Of dat de Kerkeraad eerst saamkomt, de ambtsdragers kiest en nu aan de gemeente de beslissing overlaat, of zij deze ambts dragers wil aanvaarden of verwerpen. De keuze der gemeente is dan gebonden, zij kan alleen toestemmen of afceuren. de Kerkeraad kiest feitelijk.

Of wel de gemeente kan eerst saamkomeh, ge heel vrij en onafhankelijk haar stemming houden, maar daarna is het de Kerkeraad, die de keuze doet uit degenen, die de gemeente begeert Ook hier is het feitelijk de Kerkeraad, die kiest, maar nu bij zijn keuze afhankelijk is van den wensch en begeerte der gemeente. Beide wegen zijn goed, naar Calvijn's oordeel, omdat in beide gevallen het be oogde doel bereikt wordt: de Kerkeraad kan n e-mand aan de gemeente opdringen, dien zij niet hebben wil, maar ook de gemeente ongekeerd kan den Kerkeraad niet dwingen onbekwame personen in het ambt te stellen.

Wil men, dan kan men deze beide wegen onderscheiden in do meer aristocratische en meer democratische lijn. Als de Kerkeraad feitelijk kiest en de gemeente alleen het ree t van toestemming of afkeuring heeft, dan heeft men de aristocratische lijn; de macht van den Kerkeraad domineert Als de gemeente feitelijk kiest en de Kerkeraad aan deze keuze gebonden wordt, heeft men de meer democratische lijn, omdat daarbij het overwicht aan de zijde der gemeente valt.

In de Fransche Kerken is over het algemeen de eer aristocratische lijn gevolgd. Daar gold de egel, dien wij ook in de Zuidelijke Nederlanden vonen toegepast, dat wel bij de eerste institueering er Kerk de verkiezing zou geschieden door de rije stemming der geheele gemeente, maar dat bij lle volgende vei-kiezingen de Kerkeraad de ouder S ngen en diakenen benoemen zou en'deze alleen h an de gemeente zouden worden voorgesteld. In t nze Nederiandsche Kerkenordeningen is aanvanelijk deze regel overgenomen en zoowel te Wezel e ls te Emden werd bepaald, dat de Kerkeraad »het echt van verkiezing"' hebben zal. Een beginsel at nog nawerkt in Art. IV van onze Kerkenorde, aar de verkiezing van een dienaar des Woords itsluitend aan den Kerkeraad wordt opgedragen

De meer democratische lijn daarentegen vinden ij in de vluchtelingenkerk te Londen onder leiing van ^ Lasco. In de Forma de Ratio wordt epaald, dat de gemeente bij de verkiezing zal aamkomen met gebeden en vaste., ; dat de kerke aad haar ernstig op het hart zal binden een heiige en Gode welbehagelijke keuze te doen en dat aarna de gemeenteleden geheel vrij zouden steraen Nadat deze stemming was afgeloopen. kwam e Kerkeraad saam, »bezag de uitgebrachte stemen" en koos nu uit de candidaten de beste en in ijn oog meest geschikte personen.

Een tusschenweg, die missehien door Calvijn elf is uitgedacht, vinden wij in de T'ransche vluchelingenkerk te Londen onder leiding van Valeandus Pollanus Zooals Pollanus zelf verzekert, eeft hij heel de inrichting der Kerk ontleend aan et voorbeeld der Straatsburgsche Kerk, waar Calijn jarenlang predikant was geweest. In deze Kerk u raaakie de Kerkeraad eerst een dubbelgetal, telde dit aan de gemeente voor en de gemeente elf koos uit dit dubbelgetal de ambtsdragers. John nox, de Her-.ormer van Schotland, heeft deze ijze van verkiezing in de Gereformeerde Kwken n Schotland ingevoerd en Voetius verzekert, dat de oude Kruiskerken in Nederland deze zelfde ethode ook n zwang was. Dit getuigenis van oetius ivordt bevestigd door het besluit van de ynode der Zuid Nederiandsche Kerken in 1563 ehoudtn, die bepaalde: Wat de verkiezing der uderlingen en Diakenen aangaat, wanneer er één oodig is, zal de Kerkeraad er twee verkiezen, die an de gemeente zullen worden voorgesteld, opdat eze na aanroeping van den Naam des Heeren er én uit kieze Na 1574 is deze bepaling weer opieuw in de Kerkenordening der Nederiandsche erken opgenomen en zoo vindt men haar in Art. 2 der D K. O. terug, gelijk ze dan ook thans in ijna al onze Kerken in gebruik is.

Men ziet dus dat er binnen den kring der Ge s eformeerde beginselen zekere speelruimte gelaten d s. Het is waar, gelijk Lechter in zijn beroemd m erk over de Presbyterial verfassung der Reforirte Kirchen heeft aangetoond, dat in verreweg e meeste Gereformeerde Kerken het aristocrati t che standpunt is ingenomen; niet alleen in de l olkskerken van Nederland en Schotland, maar ok in de Kerk der Hugenoten in Frankrijk. Maar elijk Dr. Kuyper reeds in 18Ó9 terecht opmerkte, indt men daarnaast ook andere Gereformeerde erken, zooals met name de vluchtelingenkerk in onden, waar een min of meer democratische weg erd bewandeld. Mits men maar niet vergete, at deze democratische weg toch nooit zoover is ewandeld, dat de leidende macht van den Ker eraad daardoor werd ontkend. Ook te Londen as het de Kerkeraad, die ten, slotte besliste, welke ersonen geschikt waren voor het ambt en welke iet. Daar ligt de grenslijn tusschen het Gerefor eerde en het Independentistische beginsel, en onze aderen hebben nooit gewild, dat die grenslijn verschreden zou worden.

Het voorbo ld van Jean Morelli moge dat eens n voor goed uitmaken.

Jean Morelli was een Gereformeerd geleerde, die n de tweede helft der i6e eeuw leefde in Parijs. ij schreef een boek, dat den titel droeg: Tracté e la discipline et Police Chrétienne en verdedigde aarin de stelling : ))dat de kerkelijke verkiezingen an rechtswege door de geheele verzameling der emeente moesten geschieden"; en uit de nadere oelichting van die stelling blijkt dat hij aan de emeenteleden een onbeperkt, tiitsluitend en beslisend recht van verkiezing wilde to kennen. De erkeraad mocht geen voordracht doen aan de emeente of de keuze der gemeente beperken, want e^«««^«^£ had uitsluitend tOjkiezen. En als[de keue geschied was, mocht de Kerkeraad den gekozen ersoon niet beoordeelen, want de keuze der ge eente was beslissend.

De Synode der Fransche Kerken te Orleans in 1562 saamgekomen, heeft terstond het groote ge aar doorzien, dat in deze stelling school en geen ogenblik geaarzeld dit boek te veroordeelen en en schrijver gestrengelijk te bestraffen, omdat hij en valsche leer bracht, die op v, 7anorde en verrokkeling der Kerken moest uitloopen. In alle Kerken in Frankrijk moest dat vonnis publiek van den kansel worden afgelezen en de geloovigen teen deze leer worden gewaarschuwd. En toen dit niet hielp en enkele gemeenten tegen het besluit der Synode in begonnen met dit algemeene stemrecht der gemeenteleden in te voeren, dreigde de Synode hen met de kerkelijke censuur, wanneer zij zich iet aan de Kerkenorde onderwierpen.

Morelli, die oorspronkelijk uit Geneve afkomstig was, vluchtte na ^z> jn veroordeeling in Frankrijk na-dr Geneve en beriep zich op het oordeel van Calvijn, Farel en Vicet. Maar Calvijn weigerde belist het oordeel der Fransche Synode af te keuren En toen Morelli niet toegeven wilde werd hij door en Kerkeraad te Geneve in den ban gedaan en moest hij zijn vaderstad ontvluchten.

Met korte woorden heeft Beza, Calvijn's trouwte volgeling, het beginsel van Morelli gekenschetst toen hij schreef: «Morelli wil, dat met niets anders rekening zal gehouden worden dan met hetgeen oor de gemeente met meerderheid van stemmen is uitgemaakt; wanneer dit niet geschiedt, klaagt hij over tyrannic en hiërarchie, die de gemeente verrukt, maar hij schijnt zelfs geen de minste vrees ie koesteren voor een volks regeering, wanneer hij n de zijnen daarin maar den baas kunnen spelen.”

En niet minder scherp heeft de Gereformeerde Kerk in later tijd deze zelfde democratische stroo ming veroordeeld toen de Independentèn uit Engeland wederom dit «stemrecht der gemeente" wilden drijven, zooals Morel.i het had "uitgelegd. Zoo veroordeelt Maastricht onaer al de verschillende ketterijen op het stuk der beroeping niet alleen de Roomschen, die het recht der verkiezing aan den Bisschop toekennen, de Erastianen en Remonstranten die leeren dat de Overheid kiezen moet, maar ook met name de Independentèn, die hel recht van beroeping toekennen aan de gemeente lijke vergadering en aan afzonderlijke leden." Daartegenover stelt Mj, dat de Gereformeerden het goddelijk recht van de roeping hebben toegekend aan de Kerk niet aan de Kerk in haar afzonder lijke leden, maar aan de Kerk als georganiseerd geheel onder leiding van den Kerkeraad, die de gemeente representeert.

Deze ernstige les der historie worde niet vergeten.

Het Gereformeerd Kerkrecht staat een gezonde democratische ontwikkeling niet in den weg Noch Calvijn, noch Beza, noch eenig Gereformeerd god geleerde heeft ïl Lasco veroordeeld omdat hij te Londen de gemeente vrij liet stemmen, mits de Kerkeraad daarna het recht van verkiezing bleef houden. Maar zoodra in Morelli en de Independentèn een streven openbaar wierd om de gemeente bij de verkiezing, onafhankelijk van den Kerkeraad te maken, hebben de Gereformeerden van vroeger tijd zonder een uitzondering dat democratische streven als gevaarlijk gebrandmerkt en er zich ten ernstigste tegen verzet.

Het verschil is hier ook o.i. juist aangegeven.

Het schuilt in de opvatting van de gemeente als aggregaat of als georganiseerd geheel.

Georganiseerd nu bestaat de gemeente niet anders dan met ambtelijke organen, en die organen m.oeten ook bij de verkiezing haar functie blijven uitoefenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1900

De Heraut | 4 Pagina's