Uit de Pers.
Hollands Kerkblad schrijft over het gebeurde te Appeltern dit:
Wat in Appeltern voorviel, vraagt niet alleen de aandacht van hen, die het volk hebben te regeeren en te leiden, maar bijzonder ook van hen, die voor het leven der Kerk. verantwoordelijk zijn, d. i. van hen, die den Naam des Heeren belijden.
Een moord is daar gepleegd. Een onschuldige is er doodgeslagen, en op afschuwelijke, barbaar sche, onmenschelijke wijze heeft men de handen in zijn bloed gewasschen en gejubeld met psalmen over dat bloed aan die handen.
Dit bedrijf is geschied in naam van den godsdienst ; als vrucht van een bekeering, waarin men roemde; als een we.k, dat Gode welgevallig moest zijn; als een teeken van hooge en heilige stemming ; 't was een strijd tegen den duivel; en de bedrijver werd door zichzelven en door zijn geest verwanten in het eind vereerd als de overwinnaar van den duivel.
Dit alles geschiedde in een landstreek, diest^""*-Roomsch is ; onder de oogen van het Roomsche volk. Maar niet door Roomschen. Neen, door Hervormden. In een Hervormde Gemeente, niet van liberaal of ethisch type, maar waar een rechtzinnige prediking gevorderd wordt, die op den naam van Geteformeerd aanspraak maakt. En in een kring dier Gemeente, die zich om de echten schaarde, die de weegschaal droegen, waarin prediking en vroomheid, waarheid en bevinding gewogen moesten worden En die kring vond voeling : n de pastorie; ze gold daar blijkbaar in haar aanmatiging; de moeder van den predikant stond er mee in betrekl< ii'g, do predikant zelf hing aan het oordeel dier lieden.
Zoo is het beeld van den toestand, dat wij in onze eamera opvangen.
En dit beeld is geen onbekenl beeld voor wie ons kerkelijk loven kent.
Deze constellatie van kerkelijk leven heeft zich in Appeltern uitgewerkt, is in een uiterste doorgebroken, en heeft geleid tot een moord, niet uit haat of boosheid, maar uit fanatisme, uit dolle inbeelding van het overprikkelde gevoel, uit het vuile doorbreeksel van een gevoeisbestaan, dat niet aan den eeuwigen God, aan zij i Wil, zijn Woord, zijn Ordinantie, en daarom aan de Waar heid aan de kennis, aan het opzicht en den gaven band der Kerk en van het opzienerschap gebon den was.
Dit eerste bloed zou ongetwijfeld het begin ge weest zijn van een bloedstroom, in dolheid vergoten, omdat iemand voelde, of zag, of hoorde, dat het moest; een bloedstroom, die eindeloos moorden zoekt, door ontketende dolheid voortgejaagd, en die in de ontzettendste zelfmoording zou eindigen.
De vonken, die overal in Nederland waaien en smeulen, en waarvan men gaarne een vuurtje maakt, om zich met de spranken te omgorden, - gelijk de Schrift het noenS ) .— die vonken werden hier tot een uitslaande vlam geblazen die heele streken in brand kon zetten, — zoo niet het zwaard der Overheid, Gods Dienaresse, tijdig getrokken en gebruikt was De woudbrand van het fanatieke sectarisme waarvoor ons land zooveel brandstof biedt, had van Zuid naar Noord en van Oost naar West ons vaderland kunnen doortrekken.
De Heere heeft ons genadig bewaard
Maar met den dank voor die bewaring zijn wij er niet; — ook niet, zoo het gebed voor Appeltern zich daarin voegt. AA'^ij hebben het geval te verstaan; onze kerkelijke conscientie moet spreken: en we moeten onzen duren plicht leeren onder scheiden met betrekking tot het godsdienstig leven, dat gekeurd en geleid en gebouwd moet worden in den weg, dien de Heere onze God ons wijst in zijn Woord.
Bij menschelijk leven behoort opvoeding, behoort ontwikkeling, behoort een verband, behoort alles zijn plaats te hebben.
En opvoeding vordert verstand, een beginsel, een regel een goede methode
Zonder die opvoeding en leiding van het leven met vaste hand, naar vasten regel en in een gebaanden weg, worden de levenden wilden en de wilden menscheneters Gelijk een hof zonder hovenier een wildernis wordt voor adders en allerlei ontuig.
Zoo is alle menschelijk leven zonder band, principe en methode wild en verwoestend
Wat is zonder die opvoeding, leiding en richting het geslachtsleven, het leven in zaken, de wetenschap, de pol tiek, de kunst ? Altegader onverdraaglijke woeste wildheid, die in het eind door dwingende hand gekeerd moet worden
Nergens wordt hier straffeloos de ordinantie Gods verzaakt dat alle leven een regel buiten zich heeft, een band en een weg. Niet het minst ook het godsdienstige leven.
Daarom trad Luther als godsman tegen de losgebroken boeren op en trokken de hervormers zoo streng tegen de Dooperschen te velde.
Daarom ook is onze roeping zoo ernstig met betrekking tot de Christelijke Kerk.
Alle drijven op het gevoel is lage afgoderij, een zeker onbewust pantheïsme, of liever zelf vergoding, die, zoo ze vast zet, nergens voor staat.
Religie, godsdienst, is in de eerste plaats kennen, met het verstand onderscheiden, niet wat ik wil of gevoel, maar wat God, buiten mij, mij bekendmaakt. En daarna een •willig zoeken, om in dien ontdekten weg geleid te worden en te gaan, om Hem te ken nen, Hem te volgen, Hem te dienen naar zijn Woord
Die regel geldt voor alle leven, dat naar God vraagt. Het drijven op een ongekend verborgen voelen en woelen in mij, de valsche mystiek, — is altijd afgoderij op elk gebied. Een mensch moet in elke levenshandeling weten, welke de van God verordineerde weg is, en hij moet in dien weg gaan, omdat hij dat weet.
Niet er in spoelen, maar er in gaan.
Waar op elk gebied des levens die regel geëerbiedigd, maar b.v. op kunstgebied losgelaten wordt, — daar wordt de kunst het wilde dier, dat in het eind als een satanisch gedrocht moet worden uitgedreven.
En waar het godsdienstige leven wil vloeien en drijven naar den wind des gevoels, zonder dat de heldere kennis van Gods Woord hier richt, en naar regel, beginsel, methode, ordinantie gevraagd en gedaan wordt, daar zou dit godsdienstige leven het nest zijn, waar het ontuig uitkruipt, en waartegen het zwaard der overheid uitging, tot het droop van bloed.
Een Kerk, die zich zelf laat drillen op dit weeke gedierte, is geen Kerk.
Het is daarom noodig, dat wij de kerkelijke constellatie, waarin de Kerk als Kerk tegenover dit booze verschijnsel in haar roeping te kort schiet, nader onderscheiden.
Bij juiste kennis van ellende en gevaar wordt het gebed vermenigvuldigd, dat om de genadige leiding van Gods Heiligen Geest in de wegen, door den Heere bepaald, opgaat.
En dan is het niet slechts om juiste onderscheiding te doen maar om een richten van heel onzen kerkelijkeii weg en arbeid, om des Heeren inzettingen te bewaren en te doen.
Over die kerkelijke constellatie dus nader.
Dit is volkomen juist.
Er wordt met vuur gespeeld, in vrome en in onvrome kringen, gespeeld met gevoelsvuur, dat zoo licht laaie uitslaat.
En in Gelderland wist men wat brand daaruit worden kon.
Denk slechts aan de actie op de Veluwe in de vorige eeuw, toen het gevoelsvuur van de Veluwe tot naar Goes overspatte.
De historie toont het, ook Zeeland is ontvankelijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 25 februari 1900
De Heraut | 4 Pagina's