Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Biuteuland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Biuteuland.

7 minuten leestijd

Duitschland. De getuigenis van den Kirchenfreiend omtrent den Zuid-Afrikaanschen oorlog.

In bovengenoemd blad lezen wij het volgende :

„In Engeland komt tot onze blijdschap de ontnuchtering uit den imperialistischen zwijmel wel 'angzaam, maar zij komt. Dat uit den inval en het proces van Jameson alle onheil van de laatste maanden voortgevloeid is, heeft onlangs niemand minder dan lord Balfour in een van zijne redevoeringen erkend, toen hij (eindelijk) van de heillooze werkingen van dien rooftocht en van den verkeerden invloed van de intellectueele bewerkers daarvan sprak. In de kringen der dissenters, die niet onder den invloed zijn van de regeering, was van meet af meer nuchterheid. Nu worden de stemmen, die den geheelen oorlog veroordeelen, menigvuldiger en luider De predikant van de City Temple, de congregationalist Dr. Parker, heeft reeds voor eenige weken de koningin op den kansel bezworen, dat zij door een moederlijk woord een einde aan den oorlog maken zou. In Exeter Hall, het grootste concertlocaal van Londen, dat thans aan Christelijke jongelingsvereenigingen behoort en dienst doet als Christelijk vereenigingslocaal, heett een meeting plaats gehad, waar het ophouden van den oorlog en de afzetting van minister Chamberlain geëischt werd, wiens benoeming tot doctor in de rechten door de Protestantsche Universiteit van Dublin de kroon heeft gezet op het rechtsschandaal. Of na de opening van het parlement de betere gezindheid openbaar zal worden, zal afhangen van den loop der krijgsverrichtingen Alles wat gij in Engeland over de Boeren gelezen hebt, is niet waar, " schrijft een gevangene uit Pretoria. Het woord van Wolseley: „wij zijn enorm bedrogen, " blijkt waarheid te zijn.

Ook ten opzichte van de vijandige houding der boeren tegen de zending onder de negers komen berichten en getuigenissen in, welke bewijzen, dat de beschuldigingen, die tegen hen ingebracht werden, zeer moeten beperkt worden, en dat tusschen de regeering van Transvaal en de zendelingen in den laataten tijd zelfe een zeer vriendschappelijke verhouding bestaat. Zoo betuigt ook Zweedsche zendeling van het station Ekutuleni in Natal in een brief van November 1899, dat de zending nergens in Zuid-Afrika zulke vorderingen maakt, als juist bij de volken, die door de boeren onderworpen zijn. Hij haalt ook voorbeelden aan, waaruit blijkt, dat de boeren zelven de zending hebben gesteund, en schrijft: hij zou het ook daarom zeer betreuren, wanneer de boeren zouden verdrongen worden.

Deze Zweed zegt overigens van de Boeren: „Ik heb hen leeren hoogachten en zij hebben groot vertrouwen in mij gesteld. Slechts zelden komt men in een boerenhuis, waar niet des morgens en des avonds Gods Woord gelezen en door den huisvader gebeden wordt. Deze godsvrucht heeft ook op hen, die oorlog tegen hen voeren, een diepen indruk gemaakt, omdat zij helaas bij Europeanen iets ongewoons geworden is.

Dan haalt deze zendeling de woorden aan die Joubert gebruikt heeft. om aan president Kruger de overwinning bij Glencoe te melden, welke woorden wel veel gewagen van de goedheid Gods, maar niets van zich zelven of van de dapperheid zijner soldaten. Ook meldt de schrijver het merkwaardige voorval, waaruit blijkt hoe God ook in dezen oorlog gebleken is, de hoorder der gebeden te zijn.

Zij, die Lion Cachet's worstelstrijd der Transvalers gelezen hadden, wisten wel hoe de vork in den steel zat; doch tot vóór weinige maanden geloofde men èn in Duitschland èn in Frankrijk de voorstellingen, die de Engelschen van de boeren gegeven hadden, en hield men hen daarom voor menschen, die de zending haatten, de kaffers wreed verdrukten, en van godsdienst des harten geheel vreemd waren. Dat de waarheid eindelijk aan den dag kwam, geeft den boeren geen geringen zedelijken steun.

Noord-Amerika. De Gereformeerde leer verdedigd.

In de Hope vestigt Dr. N. M. Steffens er de aandacht op, dat indertijd mannen als Harrich Johnson en Dr. P. Cuyler, eenmaal om des lieven vredes wil den raad gaven mannen als Dr. Briggs en Mac Giffert niet kerkelijk te achtervolgen.

Johnson beweerde eenigen tijd geleden zelfs, dat het geschrift van Mac Giffert, waarin de Schrift werd aangerand, een heerlijke vrucht van Amerikaansche geleerdheid werd genoemd, en dit tervtijl Johnson predikant is van de Presbyteriaansche kerk. Het blijkt nu echter uit een nieuw geschrift van Dr. Johnson: Presbyterian Liberty and Law, dat hij van standpunt is veranderd. In dit geschrift maakt hij onderscheid tusschen de voorwaarden van toelating tot den dienst des Wooids. Men zegt, dat hij iedereen, die kenteekenen van bekeering toont, als lid der kerk wil erkennen; maar tot leeraars mogen alleen geordend worden dezulken, die uitdrukkelijk de leer der belijdenis beamen.

Een Methodist, een Arminiaan die de Gereformeerde leer niet beaamt, kan lid van de kerk zijn, maar kan toch niet tot predikant worden beroepen.

Het was te verwachten, dat zich tegen dit geschrift velen zouden opmaken. Er zijn in de Amerikaansch-Presbyteriaansche kerken vele mannen die zich Evangelisch noemen en met de schriftcritiek van Briggs en Giffert niet medegaan, maar die toch ook niets willen weten van een consequente toepassing van de leertucht over allen, die op het een of ander punt van de leer der kerken afwijken. Kon er een middel gevonden worden om de voornaamste ketters te treffen, dan zou nog wel menigeen daarin willen medegaan; maar het zwaard te wetten tegen allen die niet in alles Gereformeerd zijn, daar wil men niet aan. „Wij, die vasthouden aan de kardinale punten van het

Christelijk geloof, zouden dan hetzelfde lot moeten deelen als de verwerpers van God Woord, van de Godheid van Christus enz.; en dat mag toch niet.'' Zoo redeneert men in zekere kringen, en velen juichen dit toe. Daarom verblijdt het ons, dat een man als Dr. Johnson tot erkentenis is gekomen, dat de predikanten der Presbyteriaansche kerken gebonden zijn aan de belijdenis dier kerk. Wij verheugen ons daarin, dat die eenvoudige waarheid zoo duidelijk in Amerika wordt uitgesproken. Maar wij vragen met Dr. Steffens: Moet Dr. Johnson nog niet een stap verder gaan? Voegt dit te zamen, een Gereformeerde bediening des Woords en een allegaartje van allerlei belijders van den Christus, die zich bekeerd noemen en samen eene Gereformeerde kerk vormen? Op den duur kan ook Dr. Johnson op dit standpunt niet blijven staan. De feitelijke toestand is in de Presbyteriaansche kerken, dat de gemeenteleden meestal van de Gereformeerde leer niets weten. Wat hun aangaat, mag de dienaar des Woords prediken wat hij wil.

In dien toestand moet van lieverlede verandering komen Natuurlijk kan men aan leden der kerk niet dezelfde eischen stellen, wat hun godsdienstige kennis betreft, als aan dienaren des Woords. Maar het is niet te veel gevergd, dat alle leden der kerk, die toegelaten willen worden tot het avondmaal, bekend zullen zijn met het kort begrip. „Wij gelooven, " zoo zegt Dr. Steffens zoo juist, „dat onze kinderen gedoopt worden, omdat zij leden der kerk zijn. Zij worden het dus niet eerst, wanneer zij op lateren leeftijd op grond van hunne belijdenis toegelaten worden tot de bediening. Wij verwachten van de ouders, dat zij hunne kinderen bij het opwassen bekend zullen maken met de hoofdstukken der Gereformeerde leer. Zou men dus niet van kinderen van 14—18 jaren, goed onderwezen te huis, op de Zondagschool en in de catechisatie, mogen verwachten, dat zij met de beginselen en leerstellingen der Gereformeerde kerk bekend zijn? Onbekeerde menschen, die door hun gedrag toonen, dat zij geen lust hebben aan den dienst des Heeren, toelaten tot de volle rechten der Gereformeerde kerk, zou zeker een misdaad zijn; maar menschen dis wij, naar den aard der liefde, voor bekeerde menschen aanzien, toe te laten, zonder dat zij met de beginselen der Gereformeerde kerk bekend zijn, zou zekerlijk schadelijk werken, en heeft reeds al te lang in onze kerken schadelijk gewerkt.”

Wij verheugen ons in . dit getuigenis. Het bewijst, dat de Gereformeerde beginselen in N.-A. van lieverlede tot eere komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 februari 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Biuteuland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 februari 1900

De Heraut | 4 Pagina's