Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Intellectualisme.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Intellectualisme.

8 minuten leestijd

I.

Amsterdam, 9 Maart 1900.

Een zonde, waarvoor het Gereformeerde l kerkelijk leven bloot ligt, is het Intellectualisme, het bovendrijven der verstandsrichting, het eenzijdig zich richten op de kracht die in de begrippen-wereld schuilt.

Drie acties in ons moeten in evenwicht werken, drie acties, die verzinbeeld worden door het hoofd, het hart en de hand.

Het hoofd is het symbool van den vertandelijken arbeid, het hart van de geoelsbeweging der mystiek, en de Iiand an de Christelijke werkzaamheden.

Is nu ons kerkelijk leven in evenwicht, n is er evenwicht in ons persoonlijk en mbtelijk leven, dan moet hoofd, hart en and in juiste evenredigheid ot de geheele levensuiting.

Maar dat evenwicht gaat gedurig te oor, die juiste proportie wordt telkens verroken, de harmonie, die heerschen moest, aat door eenzijdigheid in tweespalt over, n zoo ziet ge dan in allerlei kring en p allerlei wijs drie eenzijdige richtingen opkomen.

Ten eerste de practische richting, die met et verstandelijke in onze religie niet rekent, oor de gaafheid der belijdenis onverschilig is, op ketterijen zoo nauw niet toeziet, n zoo ook niet hecht aan mystiek, maar ie daarentegen overvloedig is, we zeggen iet in goede werken (die eischen ^'ner eur) maar in „Christelijke werkzaamheden." hilantropie, Zending, Evangelisatie, asceisme, vereenigingsleven van allerlei aard, e beginnen met de Zondagsschool. Altijd ezig, altoos iets doende, de één met den nder in veelheid van toewijding wedijveend. Vooral op wat een buitengewoon kaakter draagt, tuk.

Ten tweede de gevoelsrichting, kennelijk angs twee paden uiteengaande. Eenerijds langs den dieperen gevoelsweg van de ystiek. Anderdeels langs den oppervlakkier weg van de gevoelsaandoening. Voor e belijdenis en het onderzoek der waareid hebben zij, die op deze paden wandeen, even weinig over als de lieden der pracische richting. Zelfs predikers die de Schrift oslieten, zijn hier welkom, mits ze zich maar erdiepen in de mystiek der ziel, het geoel in beweging brengen, en de verbeelingswereld bevolken.

En in de derde plaats de verstandsriching, die van al die drukte der Christelijke erkzaamheden niets af weet, voor de geoelsaandoening souvereine minachting koesert, en voor mystiek niets voelt; maar die mgekeerd voor de waarheid pal staat, in e belijdenis haar kracht zoekt, aan de chrift niet tornen laat, en elke ketterij als uikt bij haar opkomen.

Kan nu de kerk van Christus één dier rie krachten missen.

Stellig niet.

De kerk moet de waarheid op de goudchaal wegen. Ze moet gekoesterd worden oor de warmte van de mystiek. En ook, ze moet volijverig en overvloedig zijn in krachtige werkzaamheid.

De fout ligt dus noch Jn het ijveren met het verstand, noch in het ijveren van het evoel, en ook niet in het ijveren met de aad, maar eeniglijk daarin, dat deze drieoudige actie het juiste onderlinge verband erliest, scheef trekt, eenzijdig wordt, en et evenwicht varen laat.

Dan is bij den één koelheid en traagheid bij scherper begripsontleding. Bij den ander overspannen gevoelswerking bij traagheid en stompheid. En bij den derde een zich zelf in drukte voorbij loopen, maar met een oppervlakkigheid die verontrust, en met een begripsverwarring die alle belijdenis tergt.

Scherpe denkers, maar koud van harten traag van hand

Warmen van hart, maar die weinig tot stand brengen en van de waarheid geen onderlegde kennis hebben.

En eindelijk overijverige Christenen, maar ondiep in hun gevoel en nog ondieper in hun denken.

Natuurlijk zeggen we niet, dat ge elk Christen bij een dezer drie kunt indeelen. Er zijn er ook, en er zijn er velen, die noch scherp denken, noch hard loopen, noch diep gevoelen. Er zijn er x'elen, die m e e g zoo half-diepe aandoeningen hebben; die zoo wat uitvoeren; en die zoo ongeveer iets van de waarheid verstaan. En ook zijn er, helaas, die bijna niets uitrichten, niet dan nu en dan in hun gevoel geraakt worden, en die, als een ander ze niet aandrijft, zich om geen waarheid bekommeren.

Ook zijn er gemengde verschijningen. Broeders en zusters die wel gevoel heb ben en wel iets uitrichten, maar op het stuk der belijdenis slap staan. Anderen, die veel aan de waarheid hechten en ook wel ijverig zijn, maar wier gevoel geen milimeter diep gaat. En weer anderen, die wel ijveren voor de waarheid, en mystieke aandoeningen kennen, maar die „het werken" aan anderen overlaten.

De gemeente is zoo veelvormig. Zeker, het bekeerd of onbekeerd zijn geeft grondverschil, en daar moet de prediking telkens op terugkomen, want roepen tot bekeering is voor de kerk levenstaak. Maar de prediking kan toch, en moet toch, zooveel meer onderscheiden. En niet het minst zou ze zich verrijken, en stellig niet weinig zegenen, indien ze meer inging op het hier geteekend onderscheid tusschen de personen van het gevoel, van de daad en van het verstand, en op hun gemengde verschijningen.

Toch bepalen we ons ditmaal tot een waarschuwing tegen het Intellectualisme, d. i. tegen de eenzijdige en uit haar natuurlijk verband losgerukte verstandsrichting. Later komt de eenzijdigheid der beide andere richtingen aan de beurt.

Het intellectualisme moest hier voorafgaan, omdat én elke kerk én met name de Gereformeerde kerken zoo bijna van zelf voor het gevaar van het Intellectualisme blootliggen.

Dit worde helder ingezien, om den intelectualist te begrijpen, en te weerstaan, zonder hem af te stooten.

Ge moet steeds op winnen, op verteederen, op genezen bedacht zijn. En of ge nu l tegen den intellectualist te velde trekt met de gewone phrases van „dorre splinerigheid" en „afgetrokken dorheid, " daarede wint ge hem nog niet. Ook de ntellectualist weet zeer wel, dat hij een rnstig belang verdedigt. Hij heeft de rukke loopers zien loopen tot heel de kerk erliep. Hij heeft de gevoelslieden zien lachen n weenen, tot alle voorwerpelijke waareid versmolten was. Dit heeft hem de oodzakelijkheid doen inzien, om weer naruk op de Belijdenis te leggen. Om de elijdenis te handhaven heeft hij alle stuken der waarheid weer op den voorgrond eschoven. En juist omdat hij voor die tukken der w^aarheid zoo weinig belangtelling vond, heeft hij er zich eenzijdig aan vastgeklemd.

Dit nu moet ge in hem waardeeren. Ge oet voor het goede in zijn bedoeling een pen oog hebben. Vooral, ge moet geen ogenblik beproeven, de beteekenis van ^e elijdenis der volle waarheid te onderchatten. Integendeel, ge moet in dit opicht u geheel aan zijn zijde scharen. En erst als ge dat doet, zult ge u den weg ot zijn hart ontsluiten, om hem de leemen te doen inzien, die zijn hart en leven ontsieren.

Alle kerkelijk leven eischt, dat er zekere adruk op de werkzaamheid des verstands orde gelegd.

De kerk, zal ze kerk blijven, rust in haar elijdenis. Zoodra ze die Belijdenis op den chtergrond laat dringen, vloeit het kerkeijk leven ongemerkt over in het leven der nkele geloovigen, van gezelschappen ol an Christelijke vereenigingen. De kerk ntbindt zich, en er komt dusgenaamd geeenteleven voor in de plaats, maar dat ich aanstonds oplost in losse, onsamenhanende groepen.

We hebben er in de 19e eeuw al de ellende van beleefd, al de verwoesting van anschouwd. De ofificieele kerk werd loselaten, en op eigen hand ging men evaneliseeren en gezelschappen houden. Zoo onk de Kerk in aller schatting en bleef ls de ruïne van een afgebrand huis staan, aarin niemand wonen kan.

Nu is dit onder ons beter geworden. Er ordt onder ons weer aan de kerk geecht. Men ziet weer in, dat geen partiulier optreden de actie der kerk vervanen kan. En zoo is onder ons de kerk eer in eere gekomen. Maar het gevaar reigt opnieuw, dat de kracht, het leven, e energie der kerk vervloeie in particuliere iting, verzelschapping en aaneensluiting, ndien de band der belijdenis niet ter dege wordt aangetrokken.

Doch daaruit verklaart het zich dan ook, at de verstandsrichting weer veld wint. lle kerkherstel leidt hiertoe onvermijdeijk. Als het toch op de belijdenis aanomt, wordt het pleit voor de waarheid eer opgenomen, en het pleit voor de aarheid eischt nu eenmaal heldere begripsntleding. Het gevoel verduistert eer dan at het verheldert en opklaart.

En met name in onze Gereformeerde erken dreigt dit gevaar. Onze kerken eiden er uit heur aard toe, dat een breede, itgewerkte kennis der waarheid tot onder e leden der kerk doordringe. Bij Rome rust e leek in het oordeel der kerk. De dooer drijft op zijn inwendig licht. De Lutherche steunt op de Ecclesia docens. Maar bij ons, Gereformeerden, geldt het als regel, dat althans de wel onderlegde, de dieper ineleide geloovigen zelfde Schrift kennen, om zelf, met eigen oogen, geheel de structuur an het gebouw der waarheid na te kunnen aan. In de i6e en 17e eeuw, met onze uiscatechisatie, was elk leek, die meetelde, en theoloog in het klein; en nog zijn er eel wat leeken onder ons, die de waareid vrij wat nauwkeulfger kennen, dan enig prediker.

Doch natuurlijk, al is dit een voordeel, n al ligt hierin voor ons Gereformeerden en ongewone sterkte, ja, al kan en moet ezegd, dat alleen hierdoor onder ons kerk­ d l herstel mogelijk is geworden, het brengt ontegenzeggelijk een ernstig gevaar met zich. En dat gevaar is wel in de eerste plaats een te sterk op den voorgrond dringen van de verstandsrichting, het gif van het Intellectualisme.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 maart 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Intellectualisme.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 maart 1900

De Heraut | 4 Pagina's