Curieuse heiligen.
In de Middeneeuwen bestond de gewoonte, in de glasramen der kerken de konterfeitsels der heiligen in lichttinten te doen uitstralen.
Ook daarover ware veel te zeggen, maar we wilden op iets anders komen.
We zagen namelijk uit een verslag in de Telegraaf, dat onze moderne landgenooten die oude practijk weer opnemen, maar met een soort heiligen, die een curieusen indruk maken.
Er wordt namelijk door dit blad no. 2621 dit gemeld:
Buitengewoon talrijk was de schare, die gisterenmorgen het Gebouw der Vrije Gemeente vulde. Het was, zooals Ds. P. H. Hugenholtz Jr. zeide, eene weemoedige en tegelijkertijd opwekkende plechtigheid, die hen allen in het eenvoudige vereenigingsgebouw samenbracht, de plechtigheid der inwijding van een nieuw geschilderd raam, bevattende de beeltenissen van wijlen Ph. R. Hugenholtz, een broer van den tegenwoordigen voorganger der Vrije Gemeente en den stichter dezer vereeniging, in 1889 overleden, en van wijlen den onvergetelijken A. D. Loman, in leven hoogleeraar aan de Amsterdamsche Universiteit (de beeltenis van Loman naar een portret van Jan Veth).
In een keurige, met gloed uitgesproken rede schetste de heer Hugenholtz het leven van beiden, aan wie deze plechtige samenkomst was gewijd, hun leven in dienst van het goede en schoone en bovenal van de waarheid. Zij waren vrienden die lang hebben samen ge Vi^erkt, bezield met gelijke liefde voor waarheid en gezonde critiek, met dezelfde gezonde vroomheid, met gelijken praktischen hervormings ijver.
Spr. schetste, hoe zijn overleden broer er naar streefde, binnen de kerk ruimte te krijgen voor verschillende richting, hoe hij, gesteund door zijn liefde voor de waarheid en het vrije onderzoek, den moed niet liet zinken, toen vele zijner vroegere aanhangers zich van hem afscheidden. Dezelfde critiek, die door Hugenholtz werd uitgeoefend op de leer der kerk en haar organisatie, werd door wijlen Loman toegepast op de oudste Bijbelsche verhalen. Hij werd de baanbreker hier te lande in de richting van de symbolische opvatting van de Evangeliën.
In het begin zijner rede herdacht de heer Hugenholtz ook met een kort woord zijn dezer dagen te Grand-Rapids in Michigan overleden broer, den heer F. W.-N. Hugenholtz, voorganger der Vrije Hoilandsche Gemeente aldaar, en hetgeen hij daar en elders gedaan heeft voor verbreiding van kennis, kunst en sociale beschaving.
De Gemeente en het koor zongen liederen van wijlen Ph. R. Hugenholtz en Loman.
Het citaat is niet te lang.
Men lette slechts op, dat de spreker is een predikant Hugenholtz; dat als een der twee curieuse heiligen figureert een overleden Ds. Hugenholtz; dat een derde Ds.
Hugenholtz wordt herdacht, en dat de gemeente liederen zong van een dichter Hugenholtz.
Ons dunkt dat wel wat sterk in de familie, en nu de beeltenis van wijlen Dr. Ph. R. Hugenholtz stond „ingewijd" te worden, ware ons bedunkens een redenaar buiten de familie soberder stijl geweest.
Opmerkelijk is het eveneens, dat van den overleden predikant te Grandrapids wordt gezegd, dat hij veel gedaan heeft „voor de verbreiding van kennis, kunst en sociale beschaving.”
Doch hoofdzaak blijft de „inwijding" van het glasraam met de twee beeltenissen.
Nu niet van Mozes en David. Niet van Zacharias en den Dooper. Niet van Evangelisten. En ook niet van Apostelen of Martelaren. Neen, maar van een gewezen predikant bij de Hervormde gemeente en van een gewezen Lutherschen hoogleeraar.
Zoo ziet men, wat weg we opgaan.
Onze belettristen hebben er op uitgevonden, elkander onderling reeds bij het leven een beeld in marmer in het Rijksmuseum te bezorgen.
Daar staan nu al Hasebroek, Beets, Laurillard, en wie niet al.
En nu komen de kerkramen aan de beurt. De Vrije gemeente ging voor.
Waarom zou hier of daar een moderne Doopsgezinde of Remonstrantsche gemeente niet volgen ? Waarom Hugenholtz, en waarom straks Van Gorkum niet?
Er is een verbouwing in de Kalverstraat van de Nieuwezijdskapel aan de orde.
Steekt het proces hier geen duurzame spaak in het wiel, ware dit dan niet een fraaie gelegenheid, om de nieuwe ramen van het nieuwe gebouw met de konterfeitsels van de groote moderne predikanten vóór hun aftakeling te sieren.?
Het Humanisme is immers aan het woord. En het Humanisme loopt blijkbaar altoos uit op verheerlijking van den mensch.
Eerst klinkt dat wel wat vreemd. Een predikant in een kerkraam. Maar aan het curieuse went men. En is eenmaal de publieke opinie gewend, wat is dan vleiender, dan onder de predikatie op het glasraam te turen, waarop men voor zichzelf in gedachte reeds een nis op het glas uitkiest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 18 maart 1900
De Heraut | 4 Pagina's