Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

5 minuten leestijd

Interessant is wat Dr. Bavinck in de Bazuin over de Bijbelsche tijdrekening schrijft:

Tusschen de H. Schrift en de hedendaagsche wetenschap bestaat er over den ouderdom van het menschelijk geslacht een zeer groot verschil. De Heidenen spraken dikwerf van vele wereldtijden en schreven aan de aarde en aan de menschheid een bestaan van tien en honderd duizenden van jaren toe. En de nieuwe leer van den inenscb keerde tot deze fabelachtige getallen terug en sprak eveneens van tien en honderd duizenden van jaren.

De gronden voor dezen hoogen ouderdom der menschheid worden ontleend aan de geologie, de palaeontologie, de astronomie en vooral ook aan de historie.

De geschiedenis van China en Indië leverde wel geen vasten grondslag voor de tijdrekening op; maar anders was het toch, naar men meende, met de geschiedenis van Egypte en Babylonië gesteld Toch bleek er ook bij de chronologie van deze volken een ruim veld voor gissingen open te blij ven. De geleerden weken in het dateeren van dezelfde gebeurtenissen honderden en zelfs duizenden jaren van elkander af. Gewoonlijk verdeden zij de geschiedenis van Egypte in drie perioden, het oude, het middelste en het nieuwe rijk Maar als zij den aanvang van de regeering van den eersten koning Menes moeten bepalen, stelt de een dien in het jaar 5867 en een ander in het jaar 2320 vóór Christus, een verschil dus van niet minder dan 3500 jaren.

Zoolang er zulke verschillen beslaan, kan men gerust zeggen, dat op dit gebied nog alle zekerheid ontbreekt en is verdediging van de tijdrekening des Bijbels zelfs in het geheel nog niet noodig te achten.

Maar naar alle waarschijnlijkheid bestaat er kans, dat er eerlang in de tijdrekening der Egyptische geschiedenis meerdere vastheid en overeenstemming komen zal.

Volgens het Berliner Philolog. Wochenschri/t onder redactie van Chr. Belger en O. Seyffert in het nummer van 7 Oct. 1869 is n. 1. door Dr. Reinhardt te Kaïro aan het Koninklijk Museum te Berlijn eene vondst van oude papyri ter leen afgestaan, die voor de kennis van Oud-Egypte hoogst belangrijk zijn.

Deze papyri werden gevonden in de ruïnen van eene stad, gelegen naast de pyramide van lUahun, aan den ingang van de provincie Fajjum, en dagteckenen uit den tijd van het einde der zoogenaamde twaalfde dynastie.

Bij onderzoek bleek, dat zij bestonden uit brieven, quitantiën, acten, inventarissen enz., en alle betrekking hadden op den tempel in de stad, waar zij gevonden zijn, Twee stukken zijn daaronder nu voor de Egyptische tijdrekening van het hoogste belang gebleken.

Het eene is een brief van den 25en dag van de 7e kalendermaand van het 7e jaar van koning Usertesen III, waarin de overste van den tempel aan zijn priester meedeelt, dat de opkomst van de ster Sirius plaats hebben zal op den i6en dag van de volgende, de achtste, maand en hem opd: aagt, om alles voor de viering van dien dag in gereedheid te brengen. En het andere stuk behelst, dat op den I7en dag van diezelfde achtste maand, dus daags na het feest, allerlei feestgaven van brood en hier zijn aangeboden

Hierdoor laten zich enkele zekere data vaststellen van de Egyptische geschiedenis Want inMiddel-Egypte had de opgang van de ster Sirius plaats op den 2oen Juli, tegelijk met het wassen van den Nijl; en deze dag was de aanvang van het kalen derjaar. Maar daar dit jaar slechts uit 36; dagen bestond en dus jaarlijks een kwart dag te kort kwam, versprong de opkomst van Sirius alle vier jaren een dag, om dan na 1460, dat is vier maal 365 jaren, weer te vallen op denzelfden kalenderdag.

Van elders is nu bekend, dat in het jiar 139 na Cristus zulk eene periode van 1460 jaren afsloot, zoodat toen het opkomen van Sirius weer samenviel met den eersten dag va het Egyptische kalenderjaar En dit moet dus • ok het geval ge weest zijn m het jaar 1322 en 2782 vóór Christus.

Wanneer deze gegevens nu in verband worden gebracht met de tijdsbepalingen, in bovengenoemde twee stukken vermeld, dan laat zich daaruit berekenen dat het ye jaar van Usertesen III vallen moet in de jaren 1876 - 1873 vóór Christus en dat de twaalfde dynastie loopt van de jaren 1996/1993 tot 1783/1780 vóór Christus.

Dit resultaat is belangrijk, omdat eruit blijkt, dat de geleerden over het algemeen den aanvang van de Egyptische geschiedenis veel te hoog hebben geplaatst en met groote getallen al te willekeurig zijn omgesprongen.

Zelfs Eduard Meijer, die in vergelijking met an deren zeer matig in zijne berekening was en den aanvang van het middelste rijk in 2130 plaatste, moet thans erkennen, dat de tijd der twaalfde dy nastie nog ijo jaren jonger is geweest dan hij durfde aannemen. Wanneer dit nu reeds geldt van het mid ielste rijk, is het nog veel meer van toe passing op het oudste, waarvoor loo goed als alle zekerheid ontbreekt Aan de chronologie, welke men daarvoor aanneemt, is vooralsnog geenerlei waarde te hechten.

De les van deze geschiedenis is, dat zij, die aan de Heilige Schrift gelooven, toch geduld mogen oefenen, en niet aanstonds op grond van zooge naamde wetenschappelijke resultaten de betrouwbaarheid der H. Schrift in twijfel trekken De Schrift is een boek voor de eeuwen en heeft dus met hare rechtvaardiging den tijd. Terwijl de wetenschap ieder oogenblik van inzicht verae dert houdt zij zichzelve staande van geslacht tot geslacht. De argumenten, welke in de eene eeuw worden aangevoerd, voor het onbetrouwbaar ka rakter der H Schrift, doen in eene volgende eeuw soms juist d'enst als bewijzen voor hare geloofwaardigheid Er is niets wisselvalliger dan de zoo genaamde wetenschap.

Zoo is het.

Voor de hedendaagsche wetenschap geldt elk gegeven uit China of Japan, uit Babyion of Egypte, dat tegen de Schrift getuigt, als zeker en onverdacht.

Alleen de Schrift heeft altoos het vermoeden van onjuistheid, in het oog der wetenschap, tegen zich.

Dit nu verraadt meer dan iets haar partijdigheid !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 maart 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 maart 1900

De Heraut | 4 Pagina's