Uit de Pers.
In het Tijdschrift voor Geref. Theologie gttit Prof. Biesterveld een boeiend verslag van Prof. Doumergue's rede over de politieke beteekenis van Calvijn in verband met zijn theologisch standpunt,
Het luidt aldus:
Allerwegen wordt in den nieuweren tijd erkend, dat Calvijn niet slechts als theologisch denker eei-e verdient, of als kerkelijk Reformator zijn invloed deed gelden, maar dat zijn bedoelen veel meer is geweest dan alleen Rome in enkele zij het ook gewichtige leerstukken en gebruiken te bestrijden. Hij mikte veel hooger en wilde geven een levens en wereldbeschouwing. Zijn helder inzicht in het stuk van de algemeene genade en zijne breede opvatting van het verlossingswerk van Christus bracht dit mede. Het is zeer verblijdend, dat voor deze beteekenis van Calvijn de oogen opengegaan zijn. En met name dat ook Prof. Doumergue, wiens biografie van Calvijn, voor zoover zij reeds verscheen, zooveel lof verwerft, hiervoor een oog heeft. Dat zal op de bewerking van de volgende deelen van grooten invloed blijken te zijn De heer Doumergue heeft nl. 17 Nov. 1S98 eene rede gehouden «a Ia séance de rentree de la Faculté de Montauban, getiteld: »Calvin Ie fondateur des liberies modernes." Een speech even keurig van vorm als belangrijk en boeiend van inhoud. Prof D. verstaat de kunst om over zulke onderwerpen te handelen zóó, dat de aandacht van het begin tot het einde geboeid blijft.
Hij begint zijne redevoering met eene herinnering aan EdinburJ, waar hij dien zomer vertoefd had om Calvijn s invloed in Schotland na te gaan, evenals hij deze zomervacantie deels in ons land doorbracht om dit aangaande Nederland te onderzoeken.
In Edinburg is een rustig plekje gevormd door de Cathedraal en een reeks gebouwen die twee beroemde. bibliotheken bevatten: het paleis van Justitie en het Parlementsgebouw. In het midden van dit plein is een kleine vierlcante steen met deze twee letters en dezen datum: J. K, 1572 ' Daar rust dan John Kuox, de beroemde Reformator van Schotland, tusschen alles wat het leven van het volk d tt hij geschapen heeft symboliseert: de kerk, de school, de justitie en de polit ek Deze graftombe is symbolisch voor de Reformatie en met name voor de Calvinistische Tot zijn onder tverp overgaande, begint de heer D met eerst de theologie te bespreken omdat de idééën de wereld regeeren en de tweede idééën weer geregeerd wor-Jen door de eerste. En die eerste idee is de idee van God, aangenomen of ontkend, d i. de theologie van het christendom of die van het ongeloof Naar de christelijke theoloi> ie zijn er in debetrekk ngen tusschen den mensch met God daden en gevoelens De tendenz van het Katholicisme is om de eerste plaats te geven aan de lütwendige daden en de tweede plaats aan de inwendige gevoelens De kerk groeit, de individu neemt af.
Voor het Katholicisme concludeert dan verder de sc'irijver: de katholieke theologie voord in hare politieken en socialen invloed heeft eene tendenz voor de passiviteit der individuen tegenover de ver tegenwoordigers van het gezag.
Voor de theologie der Protestanten concludeert hij: individueele activiteit, opgewekt door het onderwijs en de geestelijke emancipatie, herleefd door de gelijkheid en de sociale emancipatie. Tot zoo ver gaan alle hervormers samen Maar het sp ak als van zelf dat Calvijn, komende na Luther en Zwingli met de missie om de hervorming af te sluiten en te organiseeren, dieper indringend in den protestantschen zin, werd de grondlegger van de moderne vrijheden. Dat is hij allereerst ge weest door zijn politieke economie. Het middel om te verwerven is voor alle Reformateurs: de arbeid Maar Luther heeft liefst veld-en handarbeid. Koop lieden en vooral bankiers deelen niet in zijn gunst Voor Calvijn is handel en industrie even wettig a's akkerbouw. Zelfs is Calvijn de eerste die het "recht van interest verdedigt. Dat wordt door de specialiteiten die ten eenenmale niet met Calvijn dwepen erkend, die hem hierin op één lijn plaatsen met Machiavelli en Pirkheimer. De Calvinisten hebben Frankrijk industrieel doen bloeien.
Voorts is Calvijn grondlegger der Vrijheid ge weest door zijn politieke conceptie. De Reformatie kwam op voor de onderscheiding tusschen de tijdelijke en de geestelijke macht, maar Luther en Zwingli lieten toch den Staat toe de rechten der kerk te usurpeeren. Calvijn stelt deze onderscheiding duidelijker en zocht haar met meer consequentie te realiseeren.
Op den dag toen de Libertijnen zich wilden aan bieden voor het Avondmaal met toestemming van den Staat, tegen het verzet van de kerk in, ver klaarde Calvijn onder het gewelf der St. Pierre dat hij liever sterven ging dan de kerk te verraden en het Avondmaal des Heeren te ontheiligen Op dien dag werd de Cesaropapie overwonnen, gelijk de Theocratie overwonnen was. De heer D. zegt geen meer calvinistisch woord te kennen dan dat van Andrew Melville tot Jacobus VI: halt Sire. Er zijn twee koningen in Schotland en twee rijken Er is koning Jacobus, het hoofd van de natie, en er is Jezus Christus de koning der kerk, waarvan Jacobus de onderdaan is en in het koninkrijk van hem is hij geen koning of meester, maar lid.
Het princiep, de conditie van het politieke leven van den individu is door Calvijn gesteld en het Calvinisme bracht de Hugenooten van Frankrijk, de Geuzen van Holland, de Covenanters van Schotland en de Puriteinen van Engeland en America voort. Daarna herinnert Prof. D. aan de pamfletten van Hotman, Languet, Knox, Goodman te Geneve verschenen, over de verhouding van overheid en onderdaan.
In zijn derde deel keert de schrijver totdetheo logie terug om een zeer gangbare objectie te weerleggen. Men zegt n.I. Calvijn heeft niet kunnen ïijn de grondlegger*" van de moderne vrijheden, omdat hij was de grootste ontkenner van den vrijen wil, de groote en verschrikkelijke Apostel van de predestinatie! Onmogelijk dat onze moderne wereld uit deze hatelijke ontkenning en r og hatelijker stelling is voortgekomen! En toch is het zoo ge weest Soms zegt men dan wel, dat ondanks deze stukken toch het Calvinisme een gezegenden invloed gehad heeft.
Op de quaestie ingaande herinnert Prof D aan het feit, dat ook Zwingli en Luther deze dogmata hebben beleden tegenover de moederdwaling: het Pelagianisme Hij zegt dat de knechtelijke wil en de predestinatie waren de ontkenning van deze dwaling, maar tegelijk de bevestiging van de waar heid: de Souvereiniteit Gods als primordiaal fundamenteel princiep van het christelijk leven
In het vierde deel van zijn speech trekt Prof. D dan de conclusie, dat niet ondanks maar door zijn leer Calvijn de grondvester van de vrijheden is geweest. ^ Zoo theologie, zoo kerk; zoo kerk - — zoo maatschappij Calvijn en de Calvinisten schiepen de protestantsche kerk het presbyterianisme, dat op zijn beurt, naar zijn eigen democratisch regime representatief en parlementair al de protestantsche volkeren van de oude en de nieuwe wereld van Schotland tot America toe heeft georganiseerd De tweede conclusie is dezelfde als de eerste: niet squoique mais parceque" en wel: het Calvinisme is de kracht waaraan onze eeuw en ons vaderland meer dan ooit behoefte hebben, niet «niettegenstaande ', maar omdat het geweest is de leer van den knechtelijken wil en van de predestinatie Deze stelling wordt dan welsprekend en met kracht door Prof D verdedigd, als hij betoogt hoe het Calvinisme vrijheid predikt eenerzijds en de gebondenheid aan God en Zijn wet anderzijds Servire Deo libertas
De rede eindigt met een opwekkend woord tot coUegaas en leerlingen gericht dat culmineert in het slot: »Passie en tucht! Tucht en passie! Calvijn en de Calvinisten waren geheel en al passie, gelijk ze ook geheel en al waren «discipline " Zoo hebben zij de moderne vrijheden gegrond Heden wo den die allen bedreigd. Het is aldus jonge vrienden, dat gij ze weer oprichten moet”
In alle details zal niet bij ieder Calvinist deze rede algeheele instemming vinden. Hier wilden wij meer wijzen op eene overeenstemming in de beoordeeling van Calvijn en van wat ook onze tijd noodig heeft, dan op een mogelijk verschil Wekke dit overzicht velen op dit schoone stuk van Prof Doumergue te bestudeeren. Het lezen ervan is een genot.
Het slot is hier geen weelde.
Prof. Doumergue komt allengs op den beteren weg, en God geve dat deze groote Biograaf van Calvijn geheel tot het geloof der vaderen terugkeere. Maar men zij voorzichtig. Met name in deze rede spreekt nog te veel de Fransche liberalist, nog te weinig de wezenlijke Calvinist.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1900
De Heraut | 4 Pagina's