Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Recensie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Recensie

5 minuten leestijd

Beknopte Hermeneutiek ten behoeve der verklaring van allerlei geschriften, inzonderheid voor die des Nieuwen Verbonds, door T, Dalhuysen, predikant.

Zoo luidt de titel van een geschrift, dat in den Boekhandel en Drukkerij, voorheen E. J. Brill, te Leiden, van de pers kwam.

Na eene Inleiding, waarin o. a. over het doel, de noodzakelijkheid en de encyclopaedische plaats der Hermeneutiek gesproken wordt, geeft de schrijver een Eerste Deel, dat de exegese vóór en na de Kerkhervorming in drie richtingen indeelt en die bespreekt, en een Tweede Deel, dat de taak beschrijft, die de uitlegger van de Schriften des N. V. te vervullen heeft èn den weg, langs welken hij zijn doel bereiken kan.

Ik heb tegen deze Hermeneutiek verschillende bezwaren. Maar die hangen alle saam met één hoofdbezwaar en daarom wil ik dat alleen te berde brengen.

En dit bezwaar moeten m. i. allen er tegen hebben, die de Heilige Schrift des O. en N. Verbonds eeren als het Woord van God; als de Schriftuur, die ingegeven is door den Heili-t gen Geest.

Het geldt de taak van den uitlegger des N. Testaments.

Ds. Dalhuysen zegt daar dit van op blz. 38 en 39 : „De uitlegger van de Schrr. des N. V. heeft tot taak den zin van het geschrevene volledig, getrouw en duidelijk te ontwikkelen, het van alle zijden toe te lichten, en voor zoover dit mogelijk is, anderen in staat te stellen, bij het geschrevene datzelfde te denken, wat de schrijver of spreker er. oorspronkelijk bij dacht en er ook door anderen werkelijk bij gedacht wilde hebben.”

Volgens hem is daarmede de taak van den exegeet afgeloopen.

En dit is m. i. niet zoo.

Tegen deze omschrijving heb ik groot bezwaar. Zelfs bij sommige menschelijke geschriften gaat zij niet op. In een gedicht van hoogere orde legt een dichter meer in zijn woorden in, dan hij zich bij het schrijven volkomen bewust is. De taak van hem, die zulk een stuk poëzie gaat uitleggen, is dus niet afgeloopen, wanneer hij de bewuste gedachten van den schrijver heeft weergegeven; hij moet ook trachten te vertolken wat de hoogere gedachte geweest is van het subject, dat den schrijver bij het schrijven inspireerde.

Maar dan is deze omschrijving van de taak des uitleggers zeer zeker niet volledig, wanneer het de Heilige Schrift, hetzij des O. of des N. Testaments, geldt. Deze toch is allereeist en allermeest voor elk harer onderdeelen, maar niet minder als één geheel, het werk, het goddelijk kunstprodukt des H. Geestes. Hij is de auctor primarius, en eerst daarna is zij het werk van een Jeremia, een Paulus en anderen, die de H. Geest als zijne organen bij het schrijven gebruikt heeft. Zij zijn de auctores secundarii.

Daarom kan de uitlegging niet afgeloopen zijn, als zij de bewuste gedachten van de auc tores secundarii vertolkt heeft; het moet haar bovenal te doen zijn, om de meening des H. Geestes aan te geven.

En nu zegge men hiertegen niet: Toegegeven dan, dat de exegeet moet trachten de gedachte des H. Geestes in de Schrift uit te leggen; dit kan toch voor de uitlegging geen verschil maken, want de H. Geest heeft nooit iets meer bedoeld dan een Paulus, een Petrus e. a. bij het schrijven gedacht hebben.

Want de H. Schrift zelve weerspreekt dit.

Een paar voorbeelden tot bewijs.

Paulus spreekt in Gal. IV over de geschiedenis van Ismael en Izaak. Maar zegt hij: dat zijn dingen, die andere beduiding hebben". En dan geeft hij daar zulk eene uitlegging van, die zeer zeker in de gedachten van den schrijver van het boek Genesis niet geweest is. In I Cor. 9 : 9 en I Tim. 5 : 18 haalt hij de woorden aan uit Deut. 25 : 4: Eenen os zult gij niet muilbanden, als hij dorscht" en zegt, dat dit ziet op hen, die in het Woord des Heeren en in zijne gemeente arbeiden, wat zeker niet de bewuste gedachte van den schrijver van Deuteronomium geweest is.

En wat meer zegt, heel het N. Testament door worden uitspraken als vervuld in Christus beschouwd, die in het O. T. staan opgeteekend, maar zeer zeker zonder dat den schrijvers dier boeken bij het schrijven die toekomstige vervulling klaar voor den geest gestaan heeft.

Dat is mijn hoofdbezwaar tegen deze Hermeneutiek. Zij geeft als volledige taak van den uitlegger des N. T. aan, wat slechts een deel dier taak is, en gaat daarbij uit van eene beschouwing der Heilige Schrift, die haar als het Woord van God, de Schriftuur, geïnspireerd door den Heiligen Geest, miskent.

Van zelf volgt hieruit, dat wij het ook met den heer Dalhuysen niet eens zijn, als hij in dit werk den weg aanwijst, waarlangs de exegeet zijn doel moet bereiken.

Die weg is, zegt hij, allereerst de grammatische; daarna de historische en eindelijk de dogmatische interpretatie; d. w. z. de beschouwing van. het grammatisch en historisch toegelichte in verband met de geheele denkwijze van den schrijver of spreker.

M. i. moet een Hermeneutiek nog bovendien den weg aangeven, waarlangs de exegeet den verborgen zin, dien de Heilige Geest mogelijk bedoeld heeft, kan ontdekken.

Wel stem ik toe, dat Origenes en latere allegoristen in het aangeven van dien verborgen zin vaak schromelijk gedwaald hebben. Maar ook hier geldt het zeggen: Abusus non tollit usum. Het misbruik eener zaak heft het gebruik niet op.

De grondgedachte, dat er achter den grammaticalen, letterlijken zin, waarvan de schrijvers zich bewust waren, een mystieke zin, dien de Heilige Geest bedoeld heeft, kan liggen, moet blijven gehandhaafd, en het behoort tot de taak van den hermeneut de regels aan te geven, door welke de ontdekking daarvan voor den uitlegger mogelijk wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 april 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Recensie

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 april 1900

De Heraut | 4 Pagina's