Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„Alzoo hij altijd leeft, om voor hen te bidden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Alzoo hij altijd leeft, om voor hen te bidden.

9 minuten leestijd

[HEMELVAART.]

Waarom hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen die door hem tot God gaan, alzoo hij altijd leeft, om voor hen te bidden. Hebr. 7 : 25

Dat Jezus opvoer ten hemel, breekt zijn taak als „Middelaar Gods en der menschen" niet af.

Reeds dit is het opmerkelijke, dat er in de hemelvaart geen tweede scheiding van ziel en lichaam plaats greep. Want wel kon het geen scheiding zijn als in het sterven op Golgotha, maar op zich zelf zou men toch verwacht hebben, dat het lichaam zich zou hebben opgelost, gelijk gemeenlijk ondersteld wordt dat dit ook het geval was bij Henoch en Elia. Toch was dit niet aldus. De engel op den Olijfberg sprak het klaarlijk uit: „Deze Jezus zal alzoo wederkeeren, gelijk gij hem ten hemel hebt zien henenvaren." Jezus leeft ook hu lichamelijk. „Hij zal ons vernederd lichaam gelijk maken aan zijn eigen verheerlijkt lichaam.”

We verstaan dit niet. We kunnen er ons geen de minste voorstelling van maken, hoe een menschelijk lichaam de oneindige ruimte door kon glijden, en nu voort kan bestaan zonder een wereld waarmee het verband houdt. Het is ons een ondoorgrondelijk mysterie. En toch moet er aan vastgehouden; niet om zinlijke voorstellingen te maken; want gelijk de apostel zegt: wij kennen hem • nu niet meer naar het vleesch. Maar er moet aan vastgehouden omdat het ons aldus geopenbaard is, en om het onafgebroken voortduren van zijn Middelaarschap in onze ongebroken, verheerlijkte menschelijke natuur. De menschelijk natuur is nu eenmaal naar de Scheppingsorde een natuur, ie tegelijk zienlijk en onzienlijk is, en alzoo nnerlijk zielsbestaan en tegelijk uitwendige getalte eischt.

Ook na Jezus hemelsvaart duurt alzoo de evende betrekking tusschen den verhoogden Heiand en deze wereld, in het bijzonder met wie em ingelijfd is, voort.

Die betrekking is zeker eensdeels in de hisorie ingeweven. Jezus liet apostelen achter. ie apostelen teekenden onshetbeeld van Jezus erschijnen. Dit beeld is door den Dienst des oords de eeuwen door bewaard, en zoo ook ot ons gekomen. In het Woord ligt dat beeld an Jezus persoon en werk ons voor oogen.

Dat is dus de betrekking tusschen ons beustzijn en Jezus, zooals de historie, den loop er eeuwen door, de geloovigen verbindt aan et beeld, aan het getuigenis van Jezus.

Maar het is de waarheid in het aangezicht laan, indien men, gelijk velen thans drijven, eggen gaat, dat dit het al is. Het is onwaar, at we met Jezus alleen door de herinnering, oor zijn beeld, door het afdruksel van zijn erk en door het apostolisch getuigenis leven.

Een tweede, geheel andere betrekking, waarin e tot Jezus staan, komt hierbij; en deze tweede etrekking is de rechtstreeksche, de levende geeenschap van Jezus met ons hart en van ons art met Jezus.

„Ik en de Vader zullen komen en woning ij u maken.”

„Ik ben met u alle de dagen tot aan de volinding der wereld.”

Dat is alzoo van onze zijde het opheffen van e ziel tot Christus, het liefhebben van Chrisus, het bidden tot den verhoogden Heiland, ide erborgen omgang met Hem die ons kocht met ijn bloed.

En het is van Jezus zijde, dat hij ons peroonlijk kent, dat hij voor een iegelijk gelooige zorgt, dat hij de vrucht van zijn offerande oor hen geldend maakt. En dan dit nog, dat ij altijd leeft qm voor ons te bidden.

Reeds toen hij nog op aarde was, heeft Je zus ok voor ons die nu leven en gelooven, gebeen. Of sprak hij het niet nadrukkelijk uit: Ik bid niet alleen voor die jongeren, maar voor llen, die door hun woord in mij gelooven zullen.”

Voor Jezus was het gebedsmysterie een realieit. Het was hem niet maar een uitspreken an wenschen of begeerten, die dan, ja, vervuld ouden worden voorzoover ze met den raad es Vaders toch overeenstemden.

Voor Jezus had het bidden een uitwerkende racht. Denk maar aan wat hij tot Petrus eide: „Satan heeft begeerd u zoo scherp te iften, dat ge zoudt bezweken zijn, maar ik heb oor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude." elnu, dank zij dit bidden van Jezus is Petrus, oor de verloochening heen, toch, hoe diep ook evallen, niet vervallen. Zijn geloof hield stand, n nog in het sterven aan zijn eigen kruis heeft ij God verheerlijkt.

Als er dus staat, dat Jezus ook nu leeft om oor ons te bidden, dan mag dit niet verwakt tot een algemeene gezindheid in Jezus, m ons heil en onze' zaligheid te begeeren, aar dan zult ge dat biddai wezenlijk opvatten. iet alsof de Vader zelf u niet liefhad. Imrpers etuigde Jezus het aan de jongeren: „Ik zeg niet dat ik den Vader voor u bidden zal, ant de Vader zelf heeft u lief." Iets wat uidelijk te kennen geeft, dat in oogenblikken an hoog geloofsleven, de behoefte aan Jezus oorbede ophoudt te bestaan.

Maar dit is hooge uitzondering. Tal-en taloos zijn de oogenblikken en toestanden, dat nze ziel dit opheffen tot den Vader mist; dat e wereld ons een snoer om het hart wierp; at Satan ons zijn strikken spant; en dat we reigen te vervallen.

Eens ter zaligheid ingegaan, zal dit ondenkaar zijn. Dan zal onze geheiUgde ziel rusteooze gemeenschap met den Vader hebben. en bidden van Jezus voor de gezaligden is an ook een verwarde en verwarrende gedachte. aar op aarde gaat ons zieleleven op en neer. en enkel maal is het vast, en hoog, en als oven de verzoeking uit. Er zijn oogenblikken, at het zoo diep wegzinkt, dat we twijfelen gaan an onze verkiezing. Maar meestal zweeft he( idden door. Dat we wel gelooven, maar toch truikelen, en niet helder, maar half door den ampkring der wereld, die dan in ons zelf nog awerkt, beneveld worden.

En in al die toestanden nu zijn we een, o, zoo ichte prooi van zonde, wereld en Satan. En n dat gevaar is het Jezus die ons redt, Jezus ie ons helpt, Jezus die ons redt en bewaart, doordien hij voor ons bidt.

Dat bidden van Jezus draagt uit dien hoofde een tweezijdig karakter: een algemeen en een bijzonder. Algemeen, want er is een nood der gansche Christenheid, die allen raakt; er is een strijd tusschen de wereld en de geloovigen, die op allen saam betrekkmg heeft; er is een werk der verzoening, waarvan het profijt aller moet zijn. Dat is het wat men gewoonlijk noemt: het geldend maken van zijn offerande, het geven van volle uitwerking aan de vrucht van zijn lijden en sterven.

Maar dat bidden van Jezus draagt ook een bijzonder karakter voor de enkele personen, naar gelang van de bijzondere zielsgevaren en de bijzondere nooden waarin ze verkeeren.

Wat weet een klein kind van de nooden zijner ziel, en van de gevaren die reeds zijn jeugd omringen ? Toch maakt oud of jong voor Jezus geen verschil. Het SaCfament des doops omvat allen. En toen gij als kind van geen zielsgevaar afwist, en toen uw moeder of uw vader geen gevaar giste, heeft Jezus u gekend, en uw zielsnood gezien, en dien afgewend, door voor u te bidden.

En dit gaat evenzoo door op later leeftijd. Ook wie wijs wierd, is dikwijls nog zoo onwijs. En tot aan ons sterven toe is onze ziel omringd van gevaren, waarvan we zelven geen flauw vermoeden hebben. Dat we als Petrus zeggen zouden: „Heere, ik zal mijn leven voor u zetten", en dat toch de vprloochening van Jezus voor de deur van ons hart ligt. Welnu, ook dan redt en bewaart u Jezus' persoonlijk bidden voor uw persoonlijken nood. En dat bidden kan er zijn, en is er, en redt u, o, zoo dikwijls, als gij zelfs ook van achteren het gevaar, v/aarin ge verkeerd hebt, niet merkt.

Jezus bidt maar niet alleen voor u. Hij leeft om voor u te bidden. U als uw Hoogepriester op zijn hart te dragen, is zijn leven. En hij leeft altijd om voor u te bidden. Van dat ge ontvangen zijt in uw moeder, totdat ge op uw stervenssponde bezwijkt.

Nooit niet.

Altijd bidt Jezus. Hij bidt voor elk geloovige, die in gevaar kan komen, of in gevaar is.

Voor al uw broeders of zusters, in alle landen, en in alle kerken, en zoo ook voor u.

En er is niet één gezaligde ten hemel ingegaan, die niet op de vleugelen van het gebed van Jezus al de dagen zijns levens gedragen is.

En ook bidt Jezus als gij zelf bidt.

Het is niet Jezus, of gij zelf. Maar ook dan als gij zelf het zielsgevaar bevroedt, en zelf tot smeeking komt, bidt Jezus u voor, bidt Jezus met u mede, bidt Jezus veel dieper en verder voor u, dan gij zelf bidden kunt. Uw bidden leunt en steunt op Jezus bidden. Gij in het stamelen, Jezus in het volle, klaar bewuste gebed voor uw heil.

Alleen maar, het bidden van Jezus is altoos op de eere zijns Vaders en daarom op uw zaligheid gericht. Laat nu uw gebed dat hoogste glippen, en is uw ziel ingenomen door de eenige begeerte, om uit lijden, uit aardsche zorge, uit menschelijken tegenspoed verlost te worden, en is uw eenig doel dat lijden af te bidden, dan bidt Jezus niet met u meê, maar tegen 11 ifi, want dan juist moet die kastijding des lijdens u redden, en zoudt ge zonder dat lijden omkomen en vergaan.

Ge moogt daarom ook wel in uw kommer en jammer op het bidden van Jezus steunen en leunen, doch alleen en uitsluitend, zoo die drinkbeker voorbij kan en mag gaan, zonder u te schaden aan uw eigen zaligheid.

Want anders blijft het gebed van Jezus in Gethsemanee type ook voor zijn bidden in het heiligdom voor de zijnen.

„Vader, laat dezen drinkbeker voor uw geloovige voorbijgaan, tenzij dat hij dien drinke. Uw wil geschiede!”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 mei 1900

De Heraut | 4 Pagina's

„Alzoo hij altijd leeft, om voor hen te bidden.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 mei 1900

De Heraut | 4 Pagina's