Onze Universiteitsdag.
Amsterdam, 22 Juni 1900.
Op Donderdag 28 Juni zal dan in Haarem onze Universiteitsdag worden gehouen, en nogmaals uit alle oorden des lands et Gereformeerde volk toestroomen, om ich te verblijden in de gunste onzes Gods.
Den avond te voren zal er ook nu een re des gebeds worden gehouden waarinde eer Ds. C. Oranje, predikant te 's-Graenhage, zal voorgaan. De vergadering zal eleid worden door Prof. Dr. Geesink. Het eferaat zullen we ditmaal ontvangen van rof. Dr. Woltjer. En de meeting zal woren gehouden door Prof. Mr. Fabius. oorts zal ook ditmaal een feestelijke aaltijd het broederlijk samenzijn besluiten.
Mag ons daarbij in Haarlem's schoone reven een vriendelijke Zomerdag worden geund, dan zal ook deze samenkomst het art weer sterken, en tevens een dag van lijde genieting zijn.
Een genot van dien aard hebben onze aderen nooit gekend, en ze konden het niet kennen.
Geheel de idéé van vrije vereeniging was un nog vreemd, en de gebrekkige comunicatie maakte het saamvloeien der roeders en zusters uit alle oorden van het and kortweg onmogelijk. Thans brengen enige uren stoomens u uit Groningen en iddelburg naar Haarlem; destijds zouen er dagen reizens mee gemoeid zijn geweest.
Beide, dit opkomen van de vereeniingsidee en de versnelde communicatie, ijn twee gelukkige factoren, die het Chriselijk leven zeer ten dienste staan, en waaran onder allerlei vorm partij wordt gerokken.
De zendingsdagen gingen voor, wij volgden.
Doch al weet het Christelijk leven ook lders van deze beide factoren partij te rekken, toch kennen we niet één land, waarin voor zulk een samenkomst het motief ooit lag in de belangstelling van et volk voor de Christelijke wetenschap.
Dit laatste is en blijft dan ook voor onzen Universiteitsdag het kenmerkend karakter. Want al wcnschen we ook ten deze tegen overdrijving op onze hoede te zijn, het feit blijft dan toch, dat het denkbeeld zelf van een Universitair leven op Gereformeerden grondslag te stichten, bij ons volk ingang vond, nu reeds twintig jaren door het volk uit alle rangen en standen geldelijk gesteund werd, en dat de warme belangstelling in dezen onzen feestdag nog onverzwakt aanhield.
Dat onze kracht nog klein is, en zelfs de critiek der broederen ons niet gespaard bleef, heeft nog in geen enkel opzicht die trouwe, hartelijke belangstelling doen verflauwen.
Ons volk gevoelt, dat er in deze stichting een beginsel schuilt, en dat, mits wij maar niet vertsagen, dat beginsel eens moet triomfeeren.
Zelfs is het, of onze kleinheid en de aanhoudende tegenstand de minnaars onzer stichting prikkelde, om haar met te warmer toewijding en liefde te vertroosten.
Ons volk, eertijds wetenschappelijk ongewapend, en daardoor machteloos, weet dat de Vrije Universiteit het instrument is, dat het de wapens die het miste, schenkt, en daardoor zijn positie in het land sterken kan.
En daarom mag ook nu verwacht worden, dat ons een dag' van geestelijke genieting en verkwikkend broederlijk samenzijn te wachten staat.
Even als voorheen, zal men zich ook nu opgewekt gevoelen, om dien dag mee te doorleven.
Een courantenverslag, hoe goed ook, kan nooit het genot van dat meêdoorleven vergoeden.
Men moet er zelf bij zijn geweest. Dan klopt het hart weer blijder, en weer hooger in dank aan God.
En dan keert men huiswaarts, bemoedigd door wat men hooren en aanschouwen mocht, en zelfmet nieuwe kracht toegerust, om ook in eigen kring den strijd voor de ons heilige beginselen te hervatten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 24 juni 1900
De Heraut | 4 Pagina's