Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit be Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit be Pers.

5 minuten leestijd

Voldoende aan ons verzoek, heeft Dr. Bavinck de welwillendheid in de Bazuin mede te deelen, welke tegemoetkomingen door enkele Buitenlandsche Universiteiten aan enkele jonge mannen die te Kampïn studeerden, voor hun promotie tot Doctor betoond is.

Hij schrijft o. a.:

I0. In 1894 begaven zich de heeren G. Wielenga en W. W. Smitt naar de Theo! School van de Presbyterianen te Princeton. Eerstgenoemde had hier het volledig candidaats examen afgelegd, maar de laatste had daarvan nog slechts het eerste gedeelte achter den rug. Op grond van de overge legde diploma's der Theol. School alhier werden zij niet alleen als studenten ingeschreven en in de H«ll (de studenten-woning) opgenomen. Maar zij werden op dienzelfden grond ook in eene verschillende klasse geplaatst

Evenals hier te lande de gymnasiasten z^n n 1 in Amerika aan Vele Hooggescholen de studenten in klassen of studiejaren ingedeeld. En sommige studenten hebben dan de gewoonte, om, nadat zij het laatste examen hebben afgelegd, toch nog een jaar te blijven of zulk een jaar aan eene andere Hoogeschool door te brengen. Zulke studenten heeten ngraduates, " gegradueerden. En «u werd de heer Wielenga terstond onder die «graduates" opgenomen en steeds als zoodanig beschouwd en behandeld, zoodat hij ook zelf bepalen kon, welke colleges hij wenschte te volgen, terwijl de heer Smitt, die zijn semi-candidaats-examen na twee jaren theol. studie aan de Theol. School had afgelegd, op dien grond bij de driejarige theologen werd ingedeeld.

Een klaar bewijs daarvoor, dat met de diploma's, te Kampen afgegeven, gerekend werd, en dat het hier afgelegde candidaats-examen ten volle erkend en met het eind-examen daar gelijkgesteld werd.

Zoo handelde Princeton, eene school die onder de wetenschappelijke inrichtingen voor hooger onderwijs in Amerika eene eereplaats inneemt en als zoodanig ook in de Heraut eenigen tijd geleden nog hulde ontving.

Hierop gaan we niet in. Er is hier noch sprake van een Universiteit, noch van een promotie. Er is wel een Universiteit te Princeton, maar hetgeen Dr. Bavinck bericht, heeft geen betrekking op die Universiteit, maar op de Theologische School die te Princeton geheel zelfstandig ruiast de Universiteit staat. Anders daarentegen staat het met Lausanne en Heidelberg. Daarvan nu schrijft Dr. Bavinck dit:

20. Niet anders handelde de Universiteit te Lausanne. Er zijn daar in de Theologische Faculteit drie examens: een zoogenaamd propaedtutisch examen, dat gewoonlijk na vier semesters afgelegd wordt en niet alleen, gelijk hier te lande, moedertaal, philosophie, Hebreeuwsch, enz. maar bepaal» delijk ook de vakken der exegetische en historische Theologie omvat; voo ts een licentiaatsexamen, dat, behalve over uitlegging der Schrift en Bij: belsche Theologie, vooral loopt over de vakken der dogmatische en der practische Theologie, en meestal na acht semesters wordt afgelegd, en eindelijk een doctoraal examen

Toen de heeren Keizer en Lindeboom, candidaten in de Godgeleerdheid alhier, voor enkele jaren bij die Universiteit zich aanmeldden, werden hunne diploma's van de Theol School nauwkeurig onderzocht. En resultaat van dat onderzoek was, dat zij als candidaten der Theologie werden erkend.

Dit bleek daaruit overtuigend, dat de heer Kei zer, die tijdens zijn verblijf in Lausanne het plan opvatte, om aldaar te promoveeren, niet alleen van het bovengenoemd propaedeutisch maar ook van het licentiaats-examen werd vrijgesteld.

En dit alles zegt nog te meer, omdat de heer Keizer de eerste was, die langs dezen weg te Lausanne in de Theologie promoveerde, en men bij zoon eersten keer uit den aard der zaak voor de eer der School niet zoo bijzonder gemakkelijk en vrijicvig pleegt te zijn.

3o. L> e Universiteit te Heidelberg levert het derde bewijs voor vriendelijke tegemoetkoming aan onze studenten

In October 1897 begaf zich daarheen de heerB Wielenga, om te studeeren in de philosophie. In de vakken voor talen en wiskunde is daar wel een candidaats-en daarna een doctoraal examen. Maar ofschoon er soms, bijv te Bonn, een magisterexamen voorafgaat, beslaat er, naar ik meen, in den regel in de eigenlijke philosopie sleehts één examen, n 1 het doctoraal. Voor dit examen is te Heidelberg vereischte, dat men minstens drie jaar universitair onderwijs hebbe genoten en daarvan althans twee semesters doorgebracht hebbe aan de Universiteit, waar men wenscht te promoveeren De heer Wielenga wendde zich tot de Universiteit, voorzien van een diploma in de letteren en in de theologie, welke iiij hier aan de Theol School verworven had

Natuurlijk kon er in dit geval van eene erkenning van het candidaats examen te Kampen geen sprake zijn, want dat candidaats-examen wasafge legd in de Theologie, en de heer Wielenga wenschte te studeeren in de philosophie

Hoe men over den studietijd te Kampen doorgebracht in Heidelberg dacht, kon alleen uilkomen in den eisch van een korter of langer coUegebezoek aan de Universiteit aldaar.

De volle eisch voor het doctoraal examen was, gelijk boven gezegd is, minstens drie jaren universitair onderwijs. Zou deze nu ook aan den heer Wielenga gesteld worden ?

De diploma's, door hem medegebracht, werden onderzocht. Er was, naar het schijnt, verschil van meening en discussie over. Maar het resultaat was, dat de Senaat besliste, dat de studiejaren te Kampen wel in rekening zouden komen.

En zoo werd aan den heer Wielenga toegestaan, om het doctoraal examen in de philosophie bin nen drie (inplaats van na zes) semesters, dat is binnen anderhalf jaar, af te leggen In Oct. 1897 ging de heer Wielenga heen, en in Mei 1899 kwam hy als Doctor Philosophiae terug.

Deze beide gevallen komen in aanmerking.

Ze doelden beide op promotie aan een bestaande Universiteit.

Hierbij nu blijkt, dat de tegemoetkoming ie Lausanne hierin bestond, dat de zich aanmeldende toegelaten werd tot het doctoraal, raet vrijstelling van het propaedeutisch en licentijuitof candidaats-examen. En voorts, dat te Heidelberg geen vrijstelling van examen werd verleend, maar mindering van studie-semesters werd toegestaan.

Dankbaar voor deze mededeelingen, wachten wej nu af, waarin de ««V/-tegemoetkomende houding van de Vrije Universiteit moet hebben bestaan.

Ook dat zullen we onzen lezers mededeelen, gelijk we vertrouwen dat ook de Bazuin onze repliek, die we na het zomer-reces geven, aan haar lezers zal willen voorleggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 juni 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Uit be Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 juni 1900

De Heraut | 4 Pagina's