Uit be Pers.
Der lezing" en der overpeinzing overwaardig is wat Prof. Dr. H. H. Kuyper in de Friesche Kerkbode schrijft over het verschil tusschen de derde generatie van 1834, en de eerste van 1886.
De broeders, die uit de scheiding van 1834 voortkwamen, hebben in dat opzicht veel voor bo ven de mannen der doleantie. Bij hen zijn reeds twee geslachten voorbijgegaan en is het derde ge slacht aan het opkomen. Elk van die geslachten is opgevoed in de Gereformeerde waarheid, geconfijt in de Gereformeerde kerkbeschouwing, ingeworteld in het Gereformeerde kerkelijke leven. Er heeft hier een langzame opbouwing plaats gevonden, die de rijkste vruchten afwierp. Wij zeggen dit niet, alsof wij daarom doof waren voor den minder geestelijlien toon, die soms bij een jonger geslacht te beluisteren viel, of omdat het gevaar van »kerkisme", een opgaan in de eigen kerkformatie zonder oog te hebben voor de katholiciteit der Chris telijke Kerk, geheel denkbeeldig was, maar het feit zelf valt ieder op, die met deze broeders in aanraking komt, dat er bij hen is een vastkleven aan de Kerk, een vaste gang in het kerkelijk leven, een mate van kennis der waarheid, die te benijden is. En dit alles is zeker niet het minst daaraan te danken, dat het catechetisch onderwijs het zaad in den akker der jonge gemeenteleden heeft uitgestrooid en dat zaad opwies en vrucht droeg.
Geheel anders daarentegen staat het bij de broe ders, die door de doleantie uit de banden der hiërarchie verlost zijn geworden en het Gereformeerde kerkelijk leven meer tot openbaring brachten. Ongetwijfeld heeft ook in deze kringen de arbeid van de Vrienden der Waarheid, het lezen van de Heraut, het optreden van een orthodox predikant in het Herv. Kerkgenootschap voorbereidend ten goede gewerlct. De kennis der Gereformeerde belijdenis is in de laatste tientallen jaren als een frissche stroom over onze kerkelijke erve uitgegoten. Uit oude en nieuwe bronnen is geput geworden. Wie den toestand van nu vergelijkt met dien voor een dertigtal jaren geleden, heeft reden tot dankbaarheid. Maar deze dankbaarheid behoeft ons toch het oog niet te doen sluiten voor de feiten, waarmede ieder dienaar des Woords te worstelen heeft, dat allerlei onjuiste en ongereformeerde denkbeelden bij het oudere geslacht hebben post gevat, die als vrucht van verkeerde geestelijke ople ding moeilijk meer weg te nemen zijn De leer des verbonds wordt nauwelijks verstaan ; de bediening des Woords aan de gemeente als gemeente van Christgeloovigen vindt tegenspraak; het besef, dat het lid zijn der Kerk voor elk geioovige plicht is, wordt zelden gevonden. Al de gebreken, geestelijke krankheden, kerkelijke misstanden, die tengevolge der Synodale hiërarchie in de Herv. Kerk werden gevonden, werken in deze kringen na Niet alsof hier en daar niet op betere verschijningen te wijzen viel. Maar deze verschijningen vormen den regel niet. En wie de doorsnede neemt, weet dat de klacht niet onrechtvaardig is, dat de uitwendige reformatie in 1886 volstrekt niet zeggen wil, dat al deze Kerken nu in eens wat haar inwendig leven betreft, gereformeerd zijn geworden
Te verwonderen behoeft dit feit ons niet. Jonge mannen, die met hoog idealisme bezield, de Universiteit verlieten om de Kerken te dienen, mogen een oogenblik bitter teleurgesteld zijn geworden, toen dit idealisme op de werkelijkheid van het leven stuk sloeg, — wie de les der historie kent, wist, dat het niet anders gaan kon. Zelfs in den glorie vollen tijd der martelaren, toen God de Heere zijn Kerk als een lelie onder doornen bloeien deed, wordt dezelfde klacht beluisterd Elke reformatie heeft te kampen met de zondige gevolgen der voorafgaande deformatie, die nawerken in eigen kring De vluchtelingenkerken in Londen, Emden, Frankfort enz. in de i6e eeuw, bieden in haar liistorie bladzijden, waarop die les maar al te duidelijk te lezen staat Het is dus geen wonder, dat ditzelfde het thans levende geslacht opnieuw overkomen is.
Deze nawerking van de droeve toestanden inde Herv. Kerk in de generatie, die tot reformatie kwam kan met beleid door de bediening des Woords gekeerd en getemperd maar overwonnen worden kan zij niet, Boomen, die volwassen zijn. verplant men niet meer. Een geestelijk leven, dat tot mannelijken ouderdom is gekomen, bouwt men niet meer op een nieuwen grondslag op Het is een kruis, dat de dienaar des Woords te dragefi heeft, en waarbij veel zelfverloochening om Christus wil noodig is, zal men niet door te hooge eischen, in plaats van op te bouwen, afbreken en verderven.
Maar wat de bediening des Woords bij het thans levende geslacht nauwelijks meer vermag, dat kan wèl geschieden bij de jeugd, bij het zaad der gemeente, bij de jongelingen en jongedochters, die straks de Kerk des Heeren zullen vormen Vandaar het hoog belang, dat vooral in onze dagen het catechetisch onderwijs, heelt. Het is uitnemend, dat Prof. Biesterveld dezer da: ; en op het nut van het huisbezoek wees; de vrucht van een geregeld bezoeken der gemeenteleden wordt door ons niet gering geacht. Maar hoe noodzakelijk het huisbezoek ook zijn moge, de opbouwende kracht voor het leven der gemeente ligt niet in de eerste plaats in geregelde bezoeken aan de gemeenteleden, maar in geregelde catechese der jonge leden. Men versta ons wel. Wij zeggen niet, dat men het eene doen en het andere laten moet. Beide, huisbezoek en catechisatie, behooren tot de taak van den dienaar des Woords. Maar wanneer een vergelijking gemaakt wordt en men hier een predikant heeft, die van Maandagmorgen tot Zaterdagavond de gezinnen langs loopt, om overal even aan te wippen, en daar een dienaar des Woords.' die zijn eerste oogwenk richt op de onderwijzing der jeugd, dan kan voor ons de keuze niet moei lijk zijn, wie van deze beide het beste deel ge kozen heeft. Onze vaderen hebben, hoe hoog zij het huisbezoek schatten, toch altijd met nadruk herinnerd, dat naast de bediening des Woords de catechisatie hoofdzaak voor den predikant zijn moest. Het huisbezoek heeft hij met de regcerouderlingen gemeen; daarin kan hij desnoods door de ouderlingen vervangen worden; maar de catechisatie is zijn eigen arbeid, dat werk aan anderen overdragen kan hij (gevallen van nood daargelaten) niet.
Ook wat hij schrijft over het mankement in onze catechisaties.
Catechisatie is geen school en de predikant is geen schoolmeester. De gewone middelen, die de schoolmeester heeft, om tucht te oefenen, kunnen door den predikant moeilijk worden aangewend. Op schoolverzuim, het niet leeren der lessen, het onbehoorlijk zich gedragen, staat op school straf De meester geeft strafwerk op, laat schoolblijven, zet den onwilligen leerling voor heel de klasse tot schande in den hoek Geregelde rapporten aan de ouders van de vorderingen der leerlingen maker, dat deze mede hun invloed kunnen doen gelden Er is een heel stel van paedagogische hulpmiddelen om de jeugd in bedwang te houden, waarvan de meester zich bedienen kan. En indien al deze hulpmiddelen niet baten, heeft de meester het ultimuin remedium altoos tot zijn dienst: de onwillige leerling wordt van school weggezonden en kan zien, of hij elders een plaatvindt.
Maar op de catechisatie is het uiterst moeilijk van deze paedagogische middelen gebruik te maken «Nablijven" gaat lastig, waar de eene catechisatie op de andere volgt, en stuit bovendien op het be zwaar, dat jongen of meisje terstond na catechisatie weer op de werkplaats of in den dienst zijn moet . Het opgeven van strafwerk thuis leidt gew'oolijk tot erzuiui van de catechisatie, omdat het strafwerk nog niet af is of men geen lust heeft om strafwerk te maken Het te pronk zetten »in den hoek" mag goed zijn op jongere cntcchisanten, maar is een maatregel die op andere catechisanten kwalijk kan worden toegepast En het «wegzenden van de catechisatie, " de straf, die meest aangewend wordt, brengt evenzoo zijn gevaren mee Voor goed wegsenden van de catechisatie mag de predikant een gedoopt lidmaat nimmer, tenzij de Kerkeraad door de censuur zulk een lidmaat van de Kerk heeft afgesneden en hij dus ophield als gedoopt lidmaat der Kerk te boek te staan En het wegzenden v-o r een enkel maal mag bij goede leerlingen om de schande repressief werken, maar bij onwillige leerlingen wordt het een geschikt middel om aan bet uur van catechisatie te ontkomen en in allerlei ondeugend heid op straat door te brengen
Op catechisatie kan dus, vooral wanneer het oudere catechisanten geldt, eigenlijk alleen werken het geestelijk gezag, de eerbied, die èn het onderwijs èn het ambt inboezremt. Waar die grondslag ontbreekt, zullen alle hulpmiddelen niet baten. De jongeling of jongedochter, die de catechisatie bezoekt, moet zoo diep doordrongen zijn van den ernst der zaak, dat hij van zelf, zonder straf of dwang, zijn taak volbrengt.
Nu is de klacht algemeen, dat juist in onze dagen die eerbied voor. het gezag bij de jeugd ontbreekt. En in het gezin èn op de school èn bij de catechisatie wordt dat ervaren. De geest van revolutie heeft zijn verderfelijke zaden ook in de harten onzer kinderen gezaaid. De brutaliteit, waarmede de kinderen soms in huis tegenover hun ouders, op school tegenover meester en op catechisatie tegenover den predikant durven optreden, grenst aan het ongeloofelijke En dit schrikkelijke kwaad kan niet anders overwonnen worden, dan doordat èn de ouders èn de meester op school èn de predikant op catechisatie saamwerken om het gezag hoog te houden en alle verzet tegen het gezag ten ernstigste tegen te gaan Juist op dat junt nu kan niet ernstig genoeg de aandacht gevestigd worden, omdat hier voor een deel de breuke ligt, die het catechetisch on derwijs met ernstige schade bedreigt Er moet samenwerking zijn tusschen het gezin en de catechisatie. Ouders, die hun kinderen in een betrekking zenden, moeten als eerste voorwaarde stellen, dat het uur voor catechisatie vrij moet blijven. Meestal wordt dit niet gedaan. Er wordt onder handeld over het loon, over de vrije dagen, over de uitgangavonden, maar over het catechisatienur niet. En dan, als straks de meester op de werkplaats, of mevrouw in den dienst weigert om het uur van catechisatie vrij te geven, zijn de ouders machteloos. En dit is niet het eenige De ouders zelf houden om verjaringsfeesten, om de schoonmaak, om familiebezoek, om allerlei redenen, hun kinderen van catechisatie af en storen zoo den gang van het onderwijs. Waar goede ouders telkens moesten vragen, of de catechisatie bezocht is, en zoo mogelijk de opgegeven les thuis moeten overhooren, daar wordt aan controle op de catechisanten thuis nauwelijks gedacht.
Reeds dit alles vormt een misstand. Maar nog veel erger is het, wanneer de ouders, die dus zelf niets doen om het catechetisch onderwijs te steunen, nu ook nog, zij het dan onopzettelijk, den eerbied voor het gezag krenken, door allerlei aan merkingen op het onderwijs tegenover hun kinde ren te maken. Indien er aanmerkingen lijn, en dat kan den besten overkomen, behooren de ouders deze aan den predikant zelf mee te deelen. En allicht zal dan blijken, dat de klachten der cate chisanten öf overdreven, 6f onwaar zijn. Maar wat het catechetisch onderwijs belemmert is dit, dat vader of moeder tegenover de kinderen allerlei opmerkingen maakt, het doen van den predikant afkeurt, de partij van den catechisant tegen over zijn leermeester neemt. Hier heet het dan, dat een predikant »te veel" leeren laat en de catechisanten al dat werk niet verrichten kunnen Daar wordt het afgekeurd, dat een predikant het onderwijs schriftelijk laat i pteekenen omdat de ouders zelf, — dit is de cewone grond, — dit nimmer hebben gedaan. Ginds wordt het ver oordeeld, als de predikant een niet gekende les Iaat uitschrijven, want de «catechisatie is geen school" En waar zouden wij eindigen, wanneer de lijst van grieven op dit gebied volledig zou moeten zijn?
Dat door dit gemis aan saamwerking tusschen het gezin en de catechisatie en deze aanmerkin gen der ouders op het onderwijs, vaak de dienaar des Woords zuchtende een arbeid verrichten moet, die op zich zelf een der lieflijkste van zijn roeping wezen kon, is het minste Wij ijveren niet voor den predikant. Voor hem staat geschreven, dat wie juichende maaien wil, moet leeren om weenende te zaaien Maar wel wijzen wij op deze misstanden om het gev ar, het ernstige gevaar, dat daaruit voor de gemeente zelve voortvloeit Indien de catechisatie het seminarium Ecclesiae, de kweekhof van Christus Kerk is, dan is het de dure roeping der ouders om met alle krachten, die God hun schonij, den arbeid van den dienaar des Woords aan het zaad der gemeente te steunen Waar dat niet geschiedt, is het aan de ouders zelf te wijten, wanneer de vrucht van het cateche tisch onderwijs wordt gemist.
Plet is een treffelijk werk, juist op deze gebreken de aandacht te vestigen. Niet door.de wonde te bedekken, maar door ze bloot te halen, ontstaat de drang tot genezing.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1900
De Heraut | 4 Pagina's