Het Verslag van de Jaarvergadering te Haarlem volgt a.s. week
Recensiën
Ds. L. G, . C, Ledeboer en zijne Gemeenten. Zijne en hunne geschiedenis tot op lude7i, dom N. H. Beversluis, Ouderling bij de Geref. gemeente te Middelburg. Middelburg. K. Ie Cointre.
Een boekske van 47 bladzijden. De inhoud bestaat uit vier hoofdstukken. I. Terugblik naar vorige tijden. II. 1834, Ledeboer en zijn tijd. III. Beknopt overzicht der geschiedenis
van Ledeboer's volgelingen tot op heden. IV. Besluit.
Het werkje is in bezadigden toon geschreven. De schrijver onthoudt zich van polemiek tegen de Gereformeerden, die leven buiten de „Ledeboeriaansche" ^oep, maar ook spreekt er geenerlei drang uit, om door het wegruimen van hetgeen daartoe in den weg staat, te komen tot hereeniging of ineensmelting met alle Gereformeerden, die met hen uit éénen historischen wortel zijn voortgekomen. Het is zeer te betreuren, dat het deel der „Ledeboerianen", waartoe de auteur van dit geschrift behoort, nog altijd in zijn, m. i. niet Gereformeerde, maar independentistische wegen volhardt, en geen roeping schijnt te gevoelen voor de vereeniging van al het Gereformeerde volk, die eisch is van des Heeren Woord.
Zelfopenbaring. Een Preekenbundel van Louis A. Bahler, Groningen. A. J. Vredevoogd.
Zelfopenbaring. Hoe Dr. Bahler zich daarin dan openbaart? M. i. moet daarop geantwoord worden: Ten iste als een Tolstoïaan.
„Wanneer, " zoo zegt hij op blz. 32, „zou de eeuw der verlichting aanvangen ? O ja, ziet het licht komt. Het rijst in het Oosten en kleurt de kimmen met gloed. We zien reeds de wimpers van den dageraad. Een nieuwe en toch dezelfde zon gaat voor ons op. Het Licht der wereld zal weer schijnen. En Leo Tolstoï is zijn morgenster, " Verderop worden dan ook de bekende theorieën van Tolstoi, dat er geen heerschers mogen zijn; dat justitie en politie moeten afgeschaft; dat kwaad en onrecht niet gestraft moeten worden, verdedigd. Men zie blz. 33> 34, 139.
Ten 2de als een zeer geavanceerde onder de mannen der ongeloovige wetenschap, die niet aarzelt, om driest en brutaalweg de meest gewichtige waarheden, waarvan de kerk van Christus altoos belijdenis deed en nog doet, te verwerpen.
Men oordeele. Blz. 50 zegt Dr. Bahler: „Niemand komt tot den Vader dan door Jezus is, alles te zamen genomen, kortweg een leugen". Blz. 56: „De zondige mensch kan onmiddellijk naderen tot den heiligen God". Blz. 158: „Aan de geboorteverhalen van de eerste hoofdstukken van Matth. en Luk. hecht ik volstrekt geen geschiedkundige waarde". Blz. 159: „Het verhaal van de Wijzen uit het Oosten vind ik totaal verwerpelijk". En wat zal ik beginnen met het afgedane engelengeloof in Luk. H!" Blz. 162: „Maar we kunnen zelfs met een paar teksten uit de onopgesmukte evangelische geschiedenis het reeds opgekomene vermoeden staven, dat Jezus van i^Jazareth inderdaad te Nazareth zal geboren zijn". Blz. 174, 175: „Het is veel meer mijne innerlijke onverschilligheid, die mij tegenhoudt, aan de opstandingsberichten (van Christus) waarde te hechten. Neen! ik hecht geen waarde aan Jezus' opstanding uit de dooden en ik geloof er voorloopig niets van”.
Ten 3de niet als een Christelijk leeraar, maar als een voorstander van een godsdienstig Pantheïsme.
Dr. Bähler kan soms wel zeer gemoedelijk spreken, zooals men dat wel meer bij Pantheïsten aantreft; hij zegt zelfs, dat zijne ziel dorst naar God, naar den levenden God. Maar niemand denke, dat dit .de eenige en waarachtige God is, die zich in zijn heilig Woord geopen baard heeft. Zijn God is alleen de „God in ons"; „de inwendige God." Luistert maar! Blz. 54: „De Zoon is één met den Vader, hij alleen kent Hem. De Zoon is God in eiken mensch, die in de wereld komt." Blz. 80: „Dit is onze wedergeboorte, dat God die in ons is, uit ons geboren wordt." Blz. 98: „De ziel is God. Dit is eene leerstelling, die aan het Johannesevangelie en aan de Paulinische brieven volkomen eigen is." En om niet meer te noemen, eindelijk nog deze godslasterlijke taal; Blz. 124: „Ditis'smenschen grootheid, dat hij in zijn eigenlijke zelf God zelf is.”
Men moge dit vooruitgang der wetenschap noemen of welken schoonen naam er ook aan geven. In werkelijkheid is het niet anders dan dit, dat de mensch, die het Woord van God verwerpt, met terzijzetting van alle transcendentie Gods, weer terugvalt in de afgoderijen van het Heidendom. Zoo genomen, zal ook de Buddhist van den Hlmalaia zich bekennen een Christen te zijn.
Drie en zestig jaren in dienst der Vrijheid. De levensgeschiedenis van Generaal Joubert door J. A. Wormser. Met portret en platen. Amsterdam, Pretoria Boekhandel voorheen H'óveker S; Wormser.
Een kostelijk boek voor onze jongens en ook wel voor ouderen.
Keurig van vorm; geschreven in een frisschen stijl; rijk aan historischen inhoud en interessant om vele particularia, den sclUijvsr door den generaal zelf meegedeeld. Hooge achting voor zijn held en onverdeelde sympathie voor diens edel streven hebben den auteur bij het schrijven bezield. Elke bladzijd.e schier getuigt daarvan. De christen-generaal wordt hier in duidelijk sprekende trekken geteekend en zijne geschiedenis IS tegelijk die van het volk en het land, hem zoo dierbaar, voor wier verlossing en bevrijding hij zijn leven gegeven heeft.
Terecht is gezegd, dat er tegen Britsch geweld en onrecht een dubbele strijd gestreden wordt; één met het zwaard in Zuid-Afrika en één over de gansche wereld, met het woord. In den eersten moet „die Afrikaander natie" voor ditmaal nog wijken; in den tweeden wordt de Brit schier overal geslagen; en den heer Wormser komt de eere toe, dat ook hij hem in dit werk een gevoeligen slag heeft toegebracht. De jongens van HoUandschen stam, voor wie het allereerst bestemd is, moeten dit lezen, en ik twijfel ook geen oogenblik, of het zal den weg tot hun hoofd en hart wel vinden. En wat dan Wormser's verwachting is voor de toekomst van Zuid-Afrika? Laat hij het u zelf zeggen:
„Wat zal er van mijn arme volk worden? " Met die woorden verscheidde Joubert. Drie honderd zestien jaren vroeger ontsliep in ons Vaderland onverwacht Prins Willem I met de kreet op de lippen: „Mon Dieu! aye pitié de „moi et de mon pauvre peuple!" Is Jouberts woord geen echo van dat van Willem I? Willems zestienjarige zoon heeft dat volk tot het eerste van de zeventiende eeuw gemaakt. Van die mannen zijn Jouberts volk de afstammelingen. Herhaalt zich Nederlands geschiedenis in Afrika? Ik geloof het!”
Het Land van Kruger eti Steyn door J. H. van Hesteren. Utrecht. Jac. J. van der Stal. Van dit werk verscheen nu de zesde aflevering. Deze beschrijft den „trek" onder Andries Hendrik Potgieter in 1836 en diens strijd tegen MosiHkatze, het hoofd der Matabelen; den „trek" onder Gerrit Maritz en dien onder Pieter Relief K 1837. Den verraderlijken moord, gepleegd door den wreedaardigen Zoeloe Dingaan en de overwinning op hem behaald onder Andries Pretorius, 16 Dec. 1838. Eindelijk de wederrechtelijke annexatie van Natal door het Britsche bewind.
Papier en druk van dit werk zijn goed. De platen minder verdienstelijk en bleek. Maar men lette ook op den prijs. Slechts / o.io per aflevering.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1900
De Heraut | 4 Pagina's