Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

4 minuten leestijd

Getuigenissen over de Boeren uit Duitschland en Engeland.

Over de Boeren en de zending schrijft de Deutsche Reichspost: Een feit blijft het, dat de Hermannsburger zendelingen zich nooit over de Boeren hebben te beklagen gehad. Zou dat toeval zijn? En wanneer de Boeren tegenwoordig de zwarten met ijzeren vuist onderworpen houden, zoo moet men om der wille van de billijkheid toch ook in het oog houden, hoe deze meer dan eenmaal door de Engelschen tegen hen opgehitst werden.”

De Roomsche pastoor O. Harre te Stellendam in Kaapland, schrijft over de Boeren het volgende: „Ik zoowel als mijn dienstknecht zijn steeds met de grootst mogelijke vriendelijkheid door de Boeren behandeld geworden. Wanneer ik een kamer noodig had, om met mijne gemeenteleden de mis te vieren, dan is deze mij altijd met de meeste bereidwilligheid afgestaan. In elk Boerenhuis wordt eiken avond een hoofdstuk uit de Heilige Schrift gelezen, en ook gezongen en gebeden, en dit niet alleen des Zondags maar eiken avond. Men ging daarmede door of er gasten aanwezig waren of niet. Alleen wanneer de gastheer niet wist, van welke godsdienstige gezindheid de vreemdeling was, vraagde hij dezen vooraf, of hij liever naar zijn slaapkamer wilde geleid worden. Zeer dikwijls werd ik verzocht uit den Bijbel voor te lezen en het gebed uit te spreken, hetwelk ik natuurlijk steeds gaarne gedaan heb. Des Zondags rijdt elke familie naar de kerk; en waar de afstanden te groot zijn, komen de buren uit den omtrek van een of twee uren op een bepaalde hofstede samen, om daar gemeenschappelijk eene godsdienstoefening te houden. Maar elk huisgezin rijdt minstens tweemaal in het jaar naar de kerk, al is men zeer ver daarva, n verwijderd. Zulk een tocht duurt dikwijls onderscheidene dagen, zoodat de kerkgangers een week of langer in den wagen en in de tent doorbrengen. Met zulke kerkbezoeken is steeds de viering van het Avondmaal verbonden. De Boeren zijn Protestanten, en ik ben een Roomsch priester, maar ik spreek juist zoo als ik de Boeren gevonden heb! Ik wensch daarbij nog, dat ik alle booze lasteraars en verachters der Boeren een klein deeltje van hunlieder zoo uitstekende karaktereigenschappen kon mededeelen'; dat kon genen wellicht recht nuttig zijn.

Deze getuigenissen zijn met vele anderen te vermeerderen. Het doet ons goed te bemerken, dat in Engeland zelf steeds meerderen den onrechtvaardigen oorlog met de Zuid-Afrikaansche republieken veroordeelen. De Heere geve, dat er uit het midden der gemeente een gedurig gebed voor onze zwaar beproefde broeders raag opgaan.

Dat er in Engeland velen gevonden worden die den oorlog, welke met onze broeders gevoerd wordt, aflceuren, bleek op de jongste conferentie van de Baptistische predikanten die hunne opleiding genoten in het „Pastor's College", dat ia jaren geleden door den grooten C. H. Spurgeon gesticht werd. De openingsrede werd gehouden door Thomas Spurgeon, die over „onzen oorlog en onze wapenen" sprak. Het kwam duidelijk uit dat de voorzitter Thomas Spurgeon, zoon van den betreurden Charles Fladdon Spurgeon, den oorlog in Zuid-Afrika houdt voor een „monsterachtige onrechtvaardigheid", en het schijnt, dat zijn 450 ambtsbroeders die ter vergadering waren, het daarin met hem volkomen eens zijn. Laai ons hieraan toevoegen, dat de 1750 oud-leeriingen van C. H. Spurgeon allen de autoriteit van de Schrift ongerept laten. Dat is in deze dagen reeds zeer veel; wat wordt er in de Theologische wereld met minachting nedergezien op de volgelingen van wat men ten onrechte de „traditioneele" dogmatiek noemt. Wellicht ware er meer van de leerlingen van Spurgeon voor Engeland's godsdienstig leven te verwachten, wanneer zij zich konden losmaken van het Baptisme. Ten onzent is een man als Ds. de Liefde, , die als Doopsgezind modern.

predikant tot inzicht kwam van zijne dwaling, ook tot het besef gekomen, dat wanneer het bederf ons van de vroegste jeugd aankleeft, ook de genade van Christus zelf reeds voor de geboorte kon worden geschonken. Toen hij tot die diepere opvatting van zonde en genade kwam, moest Ds. de Liefde zijn doopsgezinde beschouwing laten varen en werd hij een voorstander van den kinderdoop. Mocht dit bij de leerlingen van Spurgeon ook het geval worden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1900

De Heraut | 4 Pagina's