Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Practicisme.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Practicisme.

9 minuten leestijd

XII.

Zoo blijft de klacht, dat de hedendaagsche „ziekenverpleging" voor een aanmerkelijk deel de taak van het huisgezin en van de familie uit de hand neemt.

Eenzijdigheid ten koste van het gezin, gelijk in vroeger eeuwen het gezin bloeiende ten koste van de gezinlooze kranken. Toen meende men schier geheel de ziekenverplC' ging voor rekening van het huisgezin en de familie te kunnen laten, en slopen dienten gevolge in onze godshuizen vaak ergerlijke toestanden in, terwijl eenloopende personen dikwijls elke verpleging, dien naam waard, miS' ten. En nu neigt het naar het omgekeerde, is in het gezinsleven bij de moeder noch bij de dochters de practische kennis om goed te ver plegen, en zijn schier alle goede krachten voor de verpleging geconcentreerd in ziekenhuizen, hospitalen, wijkverplegingen en wat dies meer zij.

Er moet, zal het goed zijn, tweeërlei ziekenverpleging wezen: de eerste voor wie krank wordt in een gezin, de andere voor wie krank wordt als gezinlooze; een splitsing waar dan nog bij komt, dat gemis van een afzonderlijk krankenvertrek, ernstige besmettelijkheid, als anderszins, de goede verpleging in het gezin kan verhinderen. Steeds echter moet worden uitgegaan van den hoofdregel: Wie, in een gezin levende, krank wordt, moet in dat gezin verpleegd worden; voor wie krank wordt, gezinloos zijnde, treedt de ziekenverpleging in gestichten of door vereenigingen in.

Dit sluit in zich, dat meer dan één kranke, in het gezin verpleegd wordende niet die preciese, niet die afgepaste, niet die volkomen ontwikkelde verpleging zal hebben, die het ziekenhuis hem bieden kon; maar dat offer moet zulk een kranke zich, ter wille van hooger belangen, getroosten.

Ook van de opvoeding geldt het, dat menig kind veel precieser, veel methodischer ZDU opgevoed worden, zoo het op een kostschool ging, dan nu het opgevoed wordt door vader en moeder. En toch verzetten we ons met hand en tand tegen de denkbeelden der oude heidensche wijsgeeren, die thans weer opleven, om de opvoeding aan hst gezin te onttrekken en over te brengen bij commissies van den Staat.

Niet alsof we blind waren voor de schade die zoodoende menig kind beloopt, maar omdat dit een gevolg van de zonde is, en door de steeds voortgaande ontreddering van het familieleven, de algemeene schade voor het leven van Staat en Kerk nog veel grooter dreigde te worden.

Indien het gezinsleven te kort schiet in goede plichtsbetrachting, moet ge, om enkele gevallen van buitengewone ergerlijkheid, niet het gezin nog verder aftakelen, maar uit de gezinstaak zelf het kwaad wegnemen. En dat doel bersikt ge nooit door almeer van de gezinstaak af te nemen, maar alleen door, juist omgekeerd, het besef van zedelijke verantwoordelijkheid in het Gezin te verhoogen en te prikkelen.

Geldt dit nu van de gebrekkige opvoeding, het geldt evenzoo van de gebrekkige verpleging onzer kranken.

Staat bij velen aan degelijke verpleging hunner kranken het klein behuisd zijn in den weg, verbeter dan de arbeiderswoningen, en leer de familie zoolang de kleine kinderen tot zich te nemen, als het rumoer de stilte voor den kranke breken zou. Ontbreken de middelen voor goede ziekenverpleging, keer dat kwaad door, heel het land door, evenals in Duitschland, een regeling voor gezinnen die door krankheid bezocht zijn, in het leven te roepen, zoo wat medische hulp, gratis apotheek, versterkende middelen en doorgaan van het loon betreft.

En hindert de verregaande onkunde der moeders op dit stuk, zoek dan, als van ouds, de kunst van goede ziekenverpleging onder de vrouwelijke opvoeding op te nemen, iets wat wel zoo weldadig zal werken, als dat ge elk meLsje ook zonder eenig talent leert tjingeltjangelen op een onmogelijk klavier.

Bouw alzoo het Huisgezin weer in goeden stijl op, en zoek daardoor in den gewonen weg de natuurlijke verpleging voor de meeste kranken te verzekeren.

En is dit uw uitgangspunt, laat daarnaast dan de Ziekenverpleging buitenshuis bloeien ten bate van krankzinnigen en ernstig besmetten, die geïsoleerd moeten worden, en ten behoeve van de eenloopende, gezinlooze personen.

Aldus is de gezonde methode, die begint met de van God gestelde ordinantiën te eerbiedigen, naar het bestek van die ordinantiën ook de verpleging van de kranken inricht, en buitenshuis alleen dan haar kracht ontwikkelt, als het kranken geldt, die in buitengewone omstandigheden verkeeren.

Maar juist hiertegen gaat de tegenwoordige Ziekenverpleging in.

Dat merkt ge het sterkst hieraan, dat zoo tal van jonge dochters dwepen met de ziekenverpleging buitenshuis, en die er toch thuis nauwlijks toe te brengen waren, om een kranke van eigen familie ook maar tijdelijk te verzorgen.

Als er een-dienstbode in eigen huis krank werd, dacht men er niet aan, 's nachts bij haar te waken, werd door meer dan één niet naar haar omgezien. Maar breng nu diezelfde dienstbode naar een Gasthuis over, en laat datzelfde jonge meisje daar als ziekenverpleegster zijn aangesteld, en ze zal met geestdrift alle diensten bij haar waarnemen.

Iets wat volstrekt niet alleen van kranke dienstboden geldt, maar helaas, evenzoo toepasselijk is op kranke zusjes of broertjes, of zelfs op vader en moeder als ze het bed moesten houden. Dan was er nooit tijd. Dan moest men telkens uit. Dan kwam het denkbeeld van aanhoudende toewijding niet op. Dan scheen het de natuurlijkste zaak ter wereld, dat men zijn kranken óf half onverzorgd liet liggen, óf wel ze overliet aan dienstboden.

Maar geef nu datzelfde jonge meisje een aanstelling als ziekenverpleegster, om in een vreemd gezin of in een ziekenhuis kranken te verplegen, en opeens ontwaakt er een gevoel van roeping, van verantwoordelijkheid, van hooger toewijding; en is er een lust, een ijver, een geestdrift, die in het eigen gezin nooit gekend waren.

Dat nu verdient afkeuring, reeds bij de ongeloovigen, maar sterker nog bij de jonge meisjes van Christelijke belijdenis.

Zij althans moesten verstaan, dat de ordinantiën Gods eerbiediging vragen. Zij voor het minst moesten het inzien, dat een aandrift niet geheiligd is, die eerst opwaakt bij het bijzondere, tegenover den vreemde, in het buitengewone, en die koud, onaandoenlijk en werkeloos bleef in de gewone levensomstandigheden. Ge zult uw naaste liefhebben als uzelven, maar daarom juist niet hen, die in uw gezin u het naaste zijn, voorbijloopen, om te zoeken wie u minder na bestaan.

En helaas, hier spreekt weer diezelfde trek naar het avontuurlijke, dien we bij de zending op het spoor waren.

Ook daar een stilzitten en zwijgen, als er sprake van is, om, in uw eigen gewone omgeving, wie nog van verre staan tot den Christus te roepen, en daartegenover een zeldzame lust en ijver ontbrandend, als er op duizenden mijlen afstands geheel onbekende Batakkers of Javanen zijn, die voor Christus moeten gewonnen worden.

Niet eerst arbeiden in den eigen kring, om, blijft er tijd en kracht over, ons te wijden aan wie buiten eigen levenskring staan; maar, omgekeerd, een uitloopen uit onzen eigen levenskring, waarin God ons geplaatst heeft, om in een kring die daarbuiten ligt, het buitengewone op te zoeken en door dat buitengewone te worden bekoord.

Dit nu verraadt maar al te zeer, dat de geloofskracht, die zich hier uit, niet van het echte allooi is, maar ontadeld wordt door een persoonlijk bijmengsel van zeer verdachte qualiteit, van persoonlijke ijdelheid niet te veel verschillend.

Wie in huis voor Christus poogt te werken, en in huis zijn kranken verzorgt, wordt niet opgemerkt, en arbeidt in het verborgene; trekt de aandacht niet, en heeft geen bekijks. Voor haar geldt de regel van Jezus: Wat gij in het verborgene doet, dat ziet uw Vader die in het verborgene is, en Hij zal het u in het openbaar vergelden.

Daarentegen, als men zich aandient als Ziekenverpleegster, en „Zuster" genoemd wordt, en in het vervormde rouwkleed over straat gaat, dan werkt men voor aller oog, trekt de aandacht, neemt een publieke pcsitie in, en wordt om zijn toewijding geroemd. En dit vooral heeft voor het jonge hart zeer groote verleiding, vaak al te hooge bekoring en aantrekkelijkheid.

Wie nu goed naar het Woord onderlegd is, biedt daaraan weerstand, en zal eerst pogen om juist in het verborgene, ongezien en ongemerkt, in Gods ordinantiën in te leven, en in eigen kring zoowel aan de verpleging der gezonden als aan de verpleging der kranken zich met ernst te wijden, om eerst daarna de vraag te overwegen of er ook bijzondere omstandigheden zijn, die nopen om zich voor de Zending of voor de Ziekenverpleging buitenshuis op te maken.

Dan is het geloof echt Evangelisch, en het Christendom gezond.

Maar het Practicisme, het doen opgaan van de religie in „Christelijke werkzaamheden", heeft daar geen vrede meê.

In huis uw eigen kranken verplegen, dat is geen „Christelijke werkzaamheid"; dat is ordinaire burgerlijke plichtsbetrachting, waarin men acht zijn geloof niet te kunnen doen uitkomen.

Neen, „Christelijke werkzaamheid, " zoo waant men, wordt het eerst, als ge uw huis uitgaat; wat daar te doen is aan de nog onbekeerden overlaat; en zelf uw Christendom in iets bijzonders, in iets buitengewoons, in iets wat een ander niet doet, aan de wereld toont.

Wel heeft de apostel gezegd, dat wie zijn eigen huis niet wel regeert, erger is dan een ongeloovige, en dus ook, dat wie hetgeen tot zijn eigen gezin behoort, niet naar behooren verzorgt, zijn geloof verzaakt. Maar zij weten het beter. Het eigen huis, het eigen gezin doet er niet toe. Dat rekent bij de „Christelijke werkzaamheden" niet mede. Om „Christelijk" te wezen, en geloof te openbaren, moet ge het bijzondere aangrijpen, zoeken wat buitenshuis is, en u verliezen in het buitengewone.

Daarom moet er in naam van het echte Christendom tegen deze veldwinnende neiging worden geprotesteerd. Men mag^vt neiging niet stil geworden laten, veel min haar aanmoedigen. Vooral mag men het jonge meisje, dat er zich door laat medeslepen, niet verhefTen, noch streelen wat een zonde der Christelijke ijdelheid in haar hart is.

Zeker, er zijn ook geroepenen tot dezen dienst buitenshuis.

Wie begon met in eigen levenskring zijn Christelijken plicht zorgvuldig na te komen, en die in huis geen arbeid meer vindt, en ziet dat ook elders hulpe gevraagd wordt, die mag niet alleen, maar die moet zich in Jezus naam beschikbaar stellen, en volgen de roeping die tot haar komt.

Er zijn kranken te over, die anders .schade lijden, en met name zijn de belijde-'res: -; e'o van onzen Heiland geroepen, om in te .«ïpringen, waar andere hulpe ontbreekt.

Maar men gevoelt toch, dat het heel iets anders is, of men in plichtsbetrachting binnenshuis de eerste en de hoogste Christelijke werkzaamheid ziet, of wel dat men, plichtsbetrachting in eigen huis voor niets rekenende, het „Christelijke" eenzijdig zoeken gaat in het optreden op het publieke terrein.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 9 December 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Practicisme.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 9 December 1900

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken