Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Niet voor godsdienst maar voor God.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet voor godsdienst maar voor God.

5 minuten leestijd

Amsterdam, 11 Januari 1901.

Steeds luider wordt, zelfs onder de Liberalen, het roepen, dat vroomheid ons leven moet sieren, en dat godsdienst de eere van het volk is.

Dat klinkt nu fraai en wel, maar in den diepsten grond steekt in dat roepen goddeloosheid.

Zoo zeggen de Sociaal-democraten u, dat ze een ieder vrijlaten in zijn godsdienst, en dat ze voor vroomheid allen eerbied hebben; maar feitelijk bedoelen ze hiermede, dat er, als het op de belangen van Volk en Land aankomt, van God geen sprake mag zijn.

Zoo roepen de Modernen van „vrije vroomheid", en kunnen, o, zoo roerend van den „vromen mensch" gewagen, maar omtrent het Goddelijk Wezen weten ze niets te zeggen, en niet God, maar de „godsdienstige mensch" is hun hoofdzaak.

En zoo gaat het op allerlei terrein en in allerlei kringen. Vooral zoo de stembus nadert, zijn o, zoovele liberalen „vroom" geworden; maar als ge in de zaken van Staat of Maatschappij voor de eere Gods opkomt, roept voor zijn Souvereine mogendheden, en eischt, dat men met God in de eerste plaats zal rekenen, dan weerstaan ze u hoofd voor hoofd, en zeggen u, dat de politiek niets met den godsdienst te maken heeft.

Zoo wordt het godsdienst in tegenstelling met den dienst van God. Godsdienst als een neiging van den mensch, vroomheid als een sieraad in den mensch. Gevoel van het Oneindige, voor het Ideale. Hooge conceptiën. Diepe gewaarwordingen. Maar God blijft er buiten. Van Hem te eeren, te dienen, te gehoorzamen is geen sprake meer. Het wordt eerst godsdienst zonder God, en dan godsdienst tegen God. Een hoog roepen van religieusiteit, om zich juist daardoor aan de belijdenis, aan den wil en aan den dienst van den levenden God te kunnen onttrekken.

We hebben dan allerlei leven.

Een huislijk leven, een maatschappelijk leven, een verstandelijk leven, een ethisch leven, een aesthetisch leven, en zoo ook een religieus leven ; maar van God weet men niets. God kent men niet, van een dienen van God en een zich aangorden voor Zijn dienst wil men niet hooren.

Dat hoeft dan ook niet.

Dat is het doel niet.

Als wij maar vrome gevoelens, oneindige gewaarwordingen, idea'e beseffen hebben, dan is het hoogste bereikt.

Niet om God is het te doen, dat Hij tot Zi, 'n ctcre kome, dat Zijn Woord heersche, dat Zijn wil onze wet zij, en Zijn orde stand houde. Neen, het gaat om ons, dat wij, bij al onze volmaaktheden, en bij al onze uitnemendheden, ook nog deze voortreffelijkheid bezitten, dat we religieus, dat we vroom zijn.

Al is het dus volkomen waar, dat de h 19e eeuw in de 2oe overgleed, niet m met bitterheid tegen de religie in het hart, w veeleer met zekere passie voor het vrome en mystieke, 'toch zult ge u door dien vromen s schijn niet op het dwaalspoor laten leiden.

Is voor u hoofdzaak, niet dat men u als vroom roemt, zelfs niet dat gij hope op zaligheid hebt, maar dat Gods naam geheiligd worde, dat Gods koninkrijk kome, dat Gods wil worde uitgevoerd, en dat zoo steeds meer God tot Zijn eere kome, dan kunt ge ook het oog niet sluiten voor het droeve feit, dat onze nieuw-modische godsdienstigheid daarom in den grond goddeloos is, omdat ze naar God niet vraagt, met God niet rekent, en tot het verzinsel is gekomen van een godsdienst, o ja, maar zonder God.

We verachten daarom dit teeken onzer eeuw niet. Stellig is ook hierin het doen des Heeren. En het kan de overgang zijn, om straks meer dan één tot Gods heiligen dienst terug te brengen. Ia elk geval doet deze mystiek-vrome neiging u weldadiger aan, dm de laffe spotzucht en fijnen-haat die de eerste helft van onze eeuw heeft, gekenmerkt.

Maar wees op uw hoede.

Toen Kruger den moed had, openlijk voor God te roepen, zong het volk Psalmen op de publieke straat, stak Krügers ijver de menigte aan, en hoorde men allerlei Burgemeesters en Voorzitters van Vereenigingen, die anders nooit van God repten, spreken van de hand Gods, die alle ding beschikt.

In de breede schare huist nog besef van de majesteit des Almachtiger); en mits er maar kloek en dapper voor God gesproken worde, en blijkt dat dit spreken voor God uit het hart komt, luistert ze nog en fluistert een Amen.

Maar dit juist maakt, dat de verantwoordelijkheid onzer kerken zoo groot is.

Ook die kerken zijn er niet om ons vroom te doen zijn, en ons zaüg temaken, maar om Gods wil en tot Zijn eer; en zoo ze dat doel niet dienen, staan ze machteloos. Zeker, daar hoort ook toe, dat gij vroom zijt, en daaruit komt ook de vrucht uwer zaligheid. Maar toch, de eere Gods moet steeds op den voorgrond staan. God moet altoos de eerste blijven, en gij komt achter Hem aan.

We mogen ons daarom niet in onze kerken opsluiten, alsof alles gev/onnen ware, zoo we in die kerken maar een leven konden voeren, gelijk onze ziel dat wel wil. Dat is de kerken onttrekken aan haar bestemming.

Neen, ook uw kerken moeten zijn een stad op den berg, een licht op den kandelaar, een bederfwerend zout in het midden onzes volks.

Ook onze kerken moeten voor God roepen, moeten als de getuigen voor Gods eer in het midden des lands staan.

Geen muur om onze kerken, waarin we, knoopen in biezen leggende, geestelijk verarmen, maar de poorten opengeduwd, opdat uit die kerken onze stem voor God door heel het land weêrklinke.

Niet met „godsdienstigheid", alleen door God te dienen, vervult ge uw heilige roeping.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 januari 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Niet voor godsdienst maar voor God.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 januari 1901

De Heraut | 4 Pagina's