Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

12 minuten leestijd

In Hollands Kerkblad vinden we het slot van een reeks artikelen, ingezonden uit Batavia, onder den titel van Krakeelvrijheid.

Het slotartikel is vijf volle kolommen lang, alzoo veel te lang om het geheel over te nemen. Daarom slechts uittreksels.

Dit slotartikel teekent een droomenden Jan, die gezichten heeft over de ellende waarin onze Zending op fava zal vervallen, zoo de op dat eiland verspreide Christenen niet aanstonds onder normaal kerkeraadstoezicht jworden geplaatst.

Na wakker te zijn geworden, slaapt Jan weer in en droomt:

Weer is hij op den top van dien berg. Maar nu zoo anders. Wat is er veranderd! Dat donlcergroen schijnt verkleurd, dat fluweel der sawah's is flets, dat water lijkt rood, de zon, de hemel, alles, alles schijnt anders Achter hem donkere wolken. Een bliksemflits zwiept door de lucht en de donder ratelt: »Wat naar Indië gaat, gaat verloren " Jan richt zijn oog op Batavia en droomt van Batavia's kerk Maar hoe vreemd is het daar Er wordt gepreekt, de vergaderingen worden er gehouden, maar er is geen groei Een nachthutje in een komkommerhof Een lief gezellig kringetje onder mekaar, maar kerk ? Het lijkt er niet naar. Er is in de laatste jaren geen enkele vereeniging, of school, of zoo iets bijgekomen Uit Holland kwam het wachtwoord: de tering naar de nering zetten En daar het pauperisme in Indië volgens alle bladen erg w s toegenomen, deed dit zich ook in de kerk gevoelen. Het was er treurig Een eenzame wachtpost. Er was nu eenmaal geen verband tusschen t geen van de Geref kerken uitging. Ieder zocht naar eigen grootheid. Alleen was men er zeer snel bij, als raea zich meende tekort gedaan.

De toestand was nu echter heel critiek De steun uit Holland zou misschien weldra ophouden Er was een hoog geschil gerezen met den eerwaar den kerkeraad van Amsterdam. Eenigej)ngelieden der kerk waren nasr Jogja vertrokken om behulp zaara te zijn in het Petronella hospitaal

En Jan zag weer de Indische jonge dames in zijn droom, maar nu zoo heel anders. Geen blos, geen lach kwam er op zijn gelaat

Nu had de kerkeraad van Amsterdam, wijl ze werkzaam waren op zijn terrein, hare attestaties opgevraagd en de kerkeraad te Batavia had geweigerd ze naar Amsterdam op te zenden Veel werd er over geschreven Geen van beide partijen geeft toe en eindelijk kwam het zoover, dat de Amsterdamsche kerkeraad besloot een afgevaar digde te zenden om ze te gaan halen, met volmacht van de Tien Heeren om indien de kerkeraad niet toegaf allen steun uit Holland te ontzeggen Ze meenden dit wel voor de eerstvolgende Synode te kunnen verantwoorden De afgevaardigde kwam op Java aan en zocht eerst bij de autoriteiten steun om dien kerkeraad wat te imponeeren. Waar hij echter ook kwam en wat hij ook beweerde, de autoriteiten hielden er zich buiten Het eenige wat hij gedaan kreeg was. dat wanneer hij zich ter pastorie zou begeven om officieel de overgave der attestation te eischen, hij op een geleide van een tiental geelvinken kon rekenen. Eindelijk had dit plaats. Die Hollandsche afgevaardigde was met de Indische toestanden weinig bekend. Hij wist b.v. niet dat niemand hier een hoogen hoed draagt. Hij verschijnt in een lange zwarte jas, HoUandsch goed, dus minstens tweemaal zoo dik en tweemaal zoo lang als hier gedragen wordt, een hosge kachelpijp op en daarachter tien geelvinken. De inlanders en Chineezen keken hunne oogen uit. Of het imponeerde! Aan de'pasorie gekomen, schaarden de geelvinken zich in een halven cirkel. De dominee ontvangt hem. In eene zeer neftige rede eischt hij de attestatie der jonge dames op. Nauwelijks echter had hij uitgesproken, of daar houden een vijftal sados voor de pastorie stil. Een tiental jongedames stappen uit, treden op dominee toe en zeggen: »Wel dominee, d^cht ge, dat we U in den steek zouden laten ? We hebbjn allen tegelijk onze betrekking opgezegd.'' De dominee wees haar, dit ze wat bedaard moesten zijn. Nu scharen ze zich vanzelf achter hun predikant in een halven cirkel, juist tegenover de geelvinken, en de dominee zegt deftig: Het is te betreuren dat de eerwaarde kerkeraad van Amsterdam grootelijks abuis heeft. Er zijn geen leden van de kerk van Batavia meer in Jogja. De afgevaardigde droop met zijn geelvinken voorgoed af. Dat er daarna nog heel wat gepraat en gelachen werd in de pastorie fs te begrijpen. De dominee was echter niet gerust. Hij begreep, dat deze jongedamesakal zou gewroken worden. En jawel, na twee maanden kwam het bericht, dat alle steun uit Holland had opgehouden. Binnen drie maanden werd kerk en pastorie voor een luttele som aan de apostolischen verkocht. In de kampong vv-erd een bamboeloodi voor kerk ingericht en een bamboehuis voor den dominee gehuurd. Het weinige dat de gemeente kon opbrengen, was zijn tractement. Hoe hij er van komen moest wist hij niet, maar menschen die van hetzelfde moesten leven, hielpen in de beoefening der uitzuinigingskunst. De gevolgen bleven echter niet uit. De in Europa geborenen konden deze levenswijze in de tropen niet verdragen. Een paar kinderen stierven en ook dominee werd ziek en werd grafvvaarts gedragen. Een opvolger werd EÏet gevonden. Ja het was wel gezellig geweest en de band was nauw onder degenen, die zich om de kwitang-banier onder de leuze: sgroot is Kwi ang met de Kwitangers" schaarden. Maar de kerk van Christus had reeds lang opgehouden daar te bestaan. Het was slechts een werken om eigen eer geweest. Het »wie zal de meeste zijn" was de strijd der Geref. arbeiders geworden. Jan grie zelde. Hij wendde zich om en zag naar de kerk van Soerabaya. Daar was het beter. Ze stond in geen verband met Batavia dan door een feilen wedijver wie de schoonste kerk en pastor e en het meeste aantal gemeenteleden had. Daardoor had elk zieltje groote waardij. Van een arbeiden voor den Christus kwam niets, het was een arbeiden om het grootste te zijn. Daarbij kwam, dat de dominee van Batavia uit het Berennest en de dominee van Soerabaya uit de Apenkolonie was gekomen, zoodat op Java het: »ik ben van Kuyper en ik ben van Bavinck" klonk, zooals in Korinthe nooit het sik ben van Paulus en ik ben van Apollos" was gehoord. Hooger kracht dan die der zelfzucht werd echter niet in haar openbaar en bij het vertrek van haren dominee naar Holland was het ook met haar gedaan. Er kwam geen opvolger. De kerk werd verkocht.

Nog erger gaat het in Djogjakai ta toe:

En wederom rilde Jan.

Nu keek hij naar Jogja. Daar was het spel het schoonst. De dominee had met den dokter oneenigheid gekregen over het niet toelaten van geestelijke verzorging bij een zeer gevaarlijken patient, die bij de minste gemoedsbeweging sterven kon. En nu was het de domineespartij en de dokterspartij. De eerste was het kleinst, de dokier had verreweg den meesten invloed. De hoofdverpleeg sters van het hospitaal hadden getracht zich er buiten te houden, maar die positie was het ondraaglijkst. Ze werden door geen der beide partijen ver trouwd en door elk voor spionnen der andere partij gehouden. Den eenigsten troost vonden ze nog in de jonge dames van Batavia en Soerabaya die weer een dubbele eigene partij vormden, onder de leuze; «groot is de kerk van Batavia, groot is de kerk van Soerabaya, Amsterdam zal ze niet knechten." Dat in het verborgen door de hoofd verpleegsters heel wat tranen werden geschreid, begreep Jan, en wat het geweest moest zijn, toen daar die tien Batavianen op eens haar ontslag namen en den trein instapten, vermoedde hij ook. Zijn gansche ziel trilde van kassian met haar, die met zooveel moed naar Indië waren gestevend. On'ier de missionarissen was het hetzelfde. Wat onder de discipelen Christi geklonken had: wie van ons zal de meeste zijn, was en werd in alle tonen gehoord. En elk grootopzichter en tucht oefenaar eener Hollandsche kerk waande zich sultan op eigen terrein. Omdat hij 't zoo meende en zoo inzag, daarom was het zoo en naar die meening en dat inzicht werd gearbeid. De een deed juist 't tegenovergestelde van den ander, die 't weer anders inzag. De een liet den inlander hurken, de ander zette hem op een stoel, de een preekte in 't kromo, de ander ngoko, de derde in 't madya. De een liet de psalmen tembang zingen, de ander gebruikte de westersche zangwijze. En daarbij een haat, dat de apen-en berenhaat in Holland met alle daarbij behoorende quaesties van school en universiteit, van doop en avondmaal enz. enz. er nog maar o, zulk een klein kinderspel bij was. Geen wonder, dat het aantal moerids der missionarissen niet groot werd. En wat naar hen toeliep, deed dit met bijoogmerken, zoodat 't voor 't schuim van 't volk kon worden gehouden.

Zulk eene zending had geen invloed op het volk als volk. Ieder, die iets begreep, vatte, dat het mahomedanisme toch nog oneindig hooger stond dan zulk een Christendom.

Daarop komt de Keucheniusschool a.a.n de beurt:

Jan kreeg 't benauwd. Nu zag hij om na; ir de Keucheniusschool. Maar welk een toestand! Onderwijzer na onderwijzer had in Holland bedankt. Br. Zuidema moest zich nu behelpen met personen uit Indië die zich maar eenigszins wilden leenen. En die school stond nu tegen heel de zending der Geref. Kerken over.

De vrije school van alle kerken, die zich door geene enkele kerk liet knechten. Niemand of niets kon toezicht uitoefenen. De onderwijzers, die ook niet al te onderworpen waren aan het hoofd, prentten beslist anti-christelijke voorstellingen in. Trichotomie, voorbestaan der ziel vrije wil enz. enz. was schering en inslag en met het: sgeea kerk zal over alle kerken heerschen" wees de school allen invloed, die op haar kon uitgeoefend, af. Geen wonder dat alle missionarissen tegen dis school waren, die school tegen heel de missie zich keerde en hare kweekelingen later de gevaarlijkste vijanden der Geref. zending bleken te zijn, waarbij Sadrach nog maar een jongentje was.

De Keucheniusschool kweekte Sadrachs. Er was geen toezicht over haar. Zelfstandigheid, art. 84 D. K.!

Jan wist niet waar hij blijven zou. Nu keek hij om naar de Europeanen. Hij hoorde hun spot en hoon over de zending op Midden Java. De wel denkende, rechtschapene ongeloovigen keerden er zich met walging van af. En de Christenen, die naar Indie kwamen, vonden de ongeloovigen heel wat betere menschen dan zoodanige mede christe nen, die zij zoo ver mogelijk meden. Zij zochten geen verband met eenige kerk, en daar hingen ze als de luchtwortels der v/aringins, alleen door een vage herinnering uit vroegere dagen met de Geref. kerk erbonden. Verindischt, verongeloovigd verwereldscht. Slechts nu en dan kwam er een weemoedstraan in het oog, als ze dachten aan de dagen toen ze nog zoo innig tot God konden bidden en gelooven, wat nu onmogelijk was gewor den. Satan, wereld en eigen hart hadden hen overmocht. Zij waren nu Indisch. Veranderen en met alles breken, kon niet meer.

En eindelijk besluit de geachte schrijver aldus:

En Jan hoort moeders stem. gaat, gaat verloren." »Wat naar Indie

En dat verloren, het klinkt hem zoo lang en zoo bang en zoo vreeselijk in het oor.

Ja meer. Wat is da., is het het geratel vanden donder, neen het is een schaterlach. Hij ziet toe en bemerkt een tuur, en in dat vuur koppen van missionarissen, die hun eigen eer gezocht hadden en daar omheen dansende duivelen. Hij hoort hun krijgs , hun zegezang. Den triumfzang van Satan's trawanten:

Christus verwonnen! Weg met het kruis! Wij gaan naar Java! Daar is ons huis! Kom Halvemaan, Kom, help ons Boeddha! En gij o wereld. Breng zielen aan!

Heel 't Christenleger Is nu verdaan! Ons volgt de zege. Op onze paan! Zelfstandigheid Deed het verteren! Komt laat ons hem eeren. Die dit heeft bereid !

Hierna gingen de de duivelen naar een kleinen duivel en voerden hem in zegepraal naar Satans troon. Meer zag Jan niet. Dat hooren van donder en schaterlach bleek in verband te staan met over de straat aanrollende wagens en met een kloppen, waarop Jan wer, . tuiglijk »Ja' geantwoord had. De zon scheen in zijn kamer. Verschrikt sprong hij uit zijn bed, maar toch moest hij nog een poos nadenken over zijn droom. Ja, wat moeder gesproken had, was waar : Wat naar Indië gaat, gaat verloren, tenzij God een wonder doet. En Jan peinsde er over, wat toch dat wonder mocht zijn. En hij vond het. Iets nieuws. Voor Indië o zoo vreemd, maar dat God toch kon geven, nl. een vast verband tusschen alle Gereformeerden in Indië, waartoe allen meewerken en waaraan allen zich onderwerpen. Dat was 't, en dat denkbeeld werd steeds klaarder voor zijne ziel, en wanneer Jan voortaan zich 's avonds weer ter ruste begaf, bad hij tegen de individualistische zelfstandigh id, tegen de verkeerde toepassing van art. 84, maar tevens worstelde hij met heel zijn hart om

Het Indische Gereformeerde Kerkverband.

Ook voor het spel der Fantasie hebben we onze bewondering, en zeker is er in deze visioenen, hier en daar, talent van teekening aan het woord. Ook is de grondgedachte van het stuk juist. Zelfstandige organisatie der Indische kerken moet het einddoel zijn.

Toch vreezen we, dat niets zoozeer aan de bereiking van dat groote doel in den weg staat, als juist zulk een overhaast op de spits drijven van een goede gedachte.

Wat we in Indié in deze eerste periode vooral noodig hebben, is een toenemend aantal van degelijk onderlegde predikanten, die kalm en rustig den toestand bezien, daardoor op de hoogte trachten te komen van wat ons te doen staat, en die door hun adviezen zulk een vertrouwen aan de broeders in Nederland inboe zemen, dat men ten slotte acht geheel op hun oordeel te kunnen afgaan.

Eerst als we zoover zijn, kan de tweede periode worden ingeluid.

Doch juist daartoe leiden niet brieven als deze, die wel den indruk vestigen dat het Oostersche leven plastisch ook in schrijftrant maakt, maar die toch tevens in de worsteling tusschen opgewondenheid en bezadigdheid, het gevonden evenwicht nog niet voetstoots grijpen doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 januari 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 januari 1901

De Heraut | 4 Pagina's