Officieele Berichten
Ter inlichting.
De deputaten voor de hulpbehoevende kerken in de provincie Zuid Holland hebben bij officieel bericht de juistheid erkend van wat in overleg met de generale deputaten onlangs was medegedeeld.
Zij hebben voor het verstreken halfjaar bijgedragen, naar de som van /500 per jaar, dus / 250. Dit was ƒ 470 te min.
Ook geven voornoemde deputaten te kennen, u dat door hen is bepaald hoeveel hunne kerken h in dit Synodejaar konden bijdragen aan de v generale kas, en dat de provinciale Synode van z Zuid Holland op hare vergadering van Juni 1900 o die som van ƒ 500 op de begrooting heeft uit m getrokken.
Zij en Zuid Holland hebben zich dus niet gehouden aan art. 77.4». der Acte van Middelburg, waarbij niet aan provinciale deputaten of prov. Synoden, maar aan de deputaten der generale Synode de bevoegdheid is verleend om aarlijks aan de provinciale Synoden mede te deelen, wat, huns inziens, door iedere provincie naar de draagkracht harer kerken voor die generale kas behoort te worden bijgedragen.
De deputaten der provincie Zuid-Holland h zeggen verder geprotesteerd te hebben tegen D den omslag der generale deputaten, daar die z in strijd was met hetgeen art. 77.4''. Middelburg R bepaalt over de draagkracht, terwijl zij konden weten dat juist in diezelfde Acta van Middelburg bij art. 163 de draagkracht der provinciën is aangegeven, naar welke bepaling de generale deputaten hebben gehandeld toen zij het aandeel van Zuid Holland naar de draagkracht harer kerken bepaalden op i8 procent.
De generale deputaten hebben daarin dus volkomen correct gehandeld, maar de deputaten van Zuid Holland gingen buiten hunne bevoegd heid en beschuldigen ten onrechte de generale deputaten. Juist de beschuldigers miskenden art. 77.40. en art. 163 der Acta van Middelburg. Wanneer men ziet op het welvarende Zuid-Holland en dat in vergelijking met het Noorden van ons land en bijvoorbeeld met ons Overijsel, moet het wel bevreemden van de deputaten van Zuid-Holland te vernemen, dat hunne kerken het hoogste punt in de bijdragen voor Art. 13, D. K. hebben bereikt.
Het is te wenschen dat dit beweren op even deugdelijken grond zal rusten als de beschuldiging dat de generale deputaten, Zuid-Holland hebben aangeslagen in strijd met Art. 77.4°. der Acta van Middelburg.
De Scriba der deputaten van Overijsel voor Art. 13 D. O. C. C. SCHOT CZ. Hardenberg, 15 Maart 1901.
Theologische School.
Het College van Hoogleeraren der Theol. School brengt ter kennis van de Kerken, dat, na gehouden onderzoek, op 27 Maart j.l. tot Candidaat in de Theologie bevorderd is de student H. van der Wal, wiens adres is te 's-Heerenbroek (bij Zwolle).
Namens het College vn.. P. BiESTEKVELD, Secr.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 31 maart 1901
De Heraut | 4 Pagina's