GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„De nederigheid gaat voor de eere.”

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

„De nederigheid gaat voor de eere.”

9 minuten leestijd

De vreeze des Heeren is de tucht der wijsheid; en de nederigheid gaat voor de eere. Spreuken 15 ; 33.

Eeuw in eeuw uit lofzingt Christus' kerk van de Verficdering van den Man van Smarte eerst, en daarna van zijn Verhooging aan de Rechterhand der eere.

Die tegenstelling kende de profeet onder Israel reeds: „Hij was veracht en wij hebben hem niet geacht", maar ook: „Als zijn ziel zich tot een schuldoffer zal gesteld hebben, dan zal hij zaad zien"; en : „Omdat hij zijn ziel uitgestort heeft in den dood, daarom zal Ik hem een deel geven van velen." ^«*-$iw»-it.

In tiaee staten zelfs liet de Kerk van ouds het heilig drama der Verlossing voortschrijden: Een staat van vernedering, en een staat van verhoogiog. En die beide altoos in ééne vaste volgorde. De staat der vernedering eerst, en daarna de staat der eere.

En Christus' Kerk koos die indeeling niet, noch spon ze zelve uit, maar ontleende ze aan het Apostolisch woord.

„In de gestaltenisse Gods zijnde, heeft hij zichzelven vernietigd, en in gedaante geworden als een mensch, heeft hij üdsxzë^vfo.vernederd.^'-En daarom heefc God hem gegeven een naam boven allen naam, opdat voor hem alle knie zich buige." 7*U.i; y-«)

Christus zelf betuigde het: Leer van mij, 'dat ik zachtmoedig ben en nederig van harte; dan zult gij ruste vinden voor uw ziele". En ook, zijn eigen voorbeeld weglatend, fundeerde hij dén grondregel: Wie zich zelven vernedert, zal verhoogd worden". Een gevleugeld woord der wijsheid, dat door zijn apostelen de wereld is ingedragen. Of riep Petrus het niet uit: Ver nedert u onder de krachtige hand Gods, en Hij zal u verhoogen te zijner tijd." (i Pe. 5 : 6). Schreef Jacobus niet: Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhoogen.''' (Jac. 4:10). En beleed Paulus niet aan die van Corinthe, dat „hij, iti de gemeenschap der liefde, zich zelven vcrrederd bad, opdat zij zouden verhoogd worden ? " (2 Co. 13 : 8 )

Dien grondregel nu had God reeds van ouds als „tucht der wijsheid" in Israël vastgezet, toen Salomo sprak: „De hoogmoed des nienschcn zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eere vasthouden"; of ook: „Vóór de verbreking zal des menschen hart zich verheffen, maar de nederigheid gaat vóór de eere."

Een grondregel, straks veniiept op het erf der genade, als het heet: „Goa vveder^taat den hoovaardige, maar den nederige geeft Hij genade."

Dit nu is de sleutel tot het mysterie van het lijden onzes Heeren.

Er is tweeërlei weg. Een weg van Satan, en een weg van Messias.

Satan greep naar hooger eere, dan God hem had toebeichikt. Hij verhief zich. Hij zocht heil in hoovaardij. En daardoor viel hij, en wacht vernedering tot in den poel des vuurs hem als zijn schriklijk lot.

Christus, hoewel in de gestaltenisse Gods zijnde, koos den weg der vernedering, en daarom is hij door God uitermate zeer verhoogd, en werd hij onze eeuwige koning.

Schril is de tegenstelling. Satan koos den weg in de hoogte, Christus den weg door de diepte, en het eind is dat Satan onder den voet wordt getreden, en dat Christus heerscht in eeuwigheid.

Die twee wegen slingeren zich nu evenzop door ons menschelijk leven.

Satan verlokt ons. Hij lokt ons in den weg naar boven, zeggende: „Gij zult als God zijn"; en de uitkomst is de val, de vernedering onder den smaad der zonde, en onder den vloek der ellende.

Maar ook, Christus lokt ons naar den weg door de diepte, naar het hart dat verbroken en den geest die verslagen is, en van dien weg zal het einde zijn „de Jroon der heerlijkheid", een „als koning gezalfd" zijn, en een zitten met Christus in zijn troon.

En naardat de mensch uit die twee kiest, is zijn lol nu, en zal zijn lot voor eeuwig zijn.

Satan blijft ons prikkelen tot zelfverheffing tot een zoeken van eigen eere, tot hoovaardij jegens God en menschen, en het tilde van dien weg is eeuwige versmading.

Maar Chiistus blijft u manen tot zelfvernedering, blijft u lokken naar de paden der zachtmoedigheid, en het einde van dien weg zal zijn de eeuwige ziligheid,

Niet zinlijke lust, hoogmoed is de wortel, waaruit in Satan en in den mensch alle zonde opsproot.

En daarom, bij het snijpunt, waar de weg des doods en de weg des levens uiteengaan, staat op den handwijzer: Zelfvernedering leidt tot eeuwige eere, en: zelfverhooging leidt toi eeuwigen smaad.

Die handwijzer is het Kruis van den Man van Smarte.

De enkele prediking door het woord, dat de weg om tot Goddelijke eere op te kümmen, door de diepte leidt, volstond niet. Het enkele woord kon tegen den machtigen prikkel derzorde niet op.

En daarom werd het Kruis op Golgotha geplant, en in dat Kruis is meer dan htt v.ocrd, is de prediking der liefde die zichzelve geeft, het voorbeeld der vernedering in de diepte ces! lijdens, het toonen door wat diepte der \ er-nedering de weg naar hemelsche verhooging gaat.

En a!s dan op dat Kruis het verrijzen van Immanuël, de opstanding ten leven, het opvaren ten hemel, en het zitten aan Gods rechterhand volgt, dan is het woord in het leven zelf vertolkt, en lokt Jezus niet maar, neen, trekt de zijnen in zijn dood met zich, om ze met zich te verhoogen in glorie.

Die vernedering aan het Kruis, die vóór de eere der Verrijzenis gaat, is zoo de macht geworden diï ons leven beheerscht. Nu werkt de bewondering, nu werkt de aanbidding, nu werkt het machtige trekken der liefde. Nu komt er aan dien Heiland aansluiting. We worden de schapen zijner weide. We worden ranken in dezen wijnstok. We worden als leden zijns lichaams, één plante met hem.

En met hem schrikt de zelfvernedering niet meer af, maar wordt zoet en begeerlijk. De strik, w.mrin Satan onze ziel gevangen hield, springt. De trots, de hoogmoed, de zelfverheffing wordt verachtelijk in onze oogen.

En bij het kruis van Christus grijpt ge de gewonnen eere reeds, want ge ontdekt nu, te midden uwer vernedering, dat ge een kind zift van uw God.

De wereld gelooft dit niet. Ze is bang voor dien weg door de diepte. Het heimwee naar eere, dat ook haar in de borst brandt, drijft haar aan, om wat naar omlaag gaat, te ontvlieden, en krampachtig zich vast te klemmen aan al wat ze grijpen kan, om zich maar te verheffen, en op te klimmen naar wat hoog is,

Dat is de prikkel der eerzucht, de prikkel der benijding, de prikkel der jaloezie, de prikkel om boven anderen uit te steken. Van daar dat jagen naar eere bij menschen, dat drijven naar hooger positie in de wereld. Dat geraakt en prikkelbaar zijn, als men ons hcht betimmert, of ons op de teenen trapt. Dat elkander het licht in de oogen niet gunnen. Dat zoeken van sluipwegen, om voor anderen uit te komen. Die drift, die toorn van gekwetste ijdelheid Die hooge toon. Dat harde woord. Wat Asaf noemt: „Dat de hoovaardij om onzen hals hangt als een keten."

En wat daarbij drijft en prikkelt is in zijn uitgangspunt door God zelf ons ingcprept. Toen Hij ons schiep, schiep Hij ons niet in smaad, maar in eere. In de alles te boven gaande eere, om zijn beelddrager, heer van zijn schep ping tt zijn.

En al ging die hooge eere nu, als gevolg van de zonde, in smaad en vloek onder, altoos blijft toch in uw menschelijk hart de prikkel werken, dat niet zóó onze toestand moet zijn, en blijft het heimwee in uw hart, om aan dien smaad te ontkomen en uwe eere terug te erlangen.

Alleen maar, de weg dien de wereld kiest, deugt niet.

Zoo komt ze er nooit.

Zoo valt ze lelkens weer van het hooge dat ze greep, af, en stort neer, en zinkt dieper. Een man die trotsch is, staat zooveel lager dan een kind van God dat nederig is.

Hoogmoed, de wereld zelve heft er de spreuke van op, en de ervaring toont het keer op keer, hoogmoed kotnt voor den val.

Dien weg koost gij dan ook niet. Het Kruis van uw Jezus staat er in uw schatting te h.oog voor. En met geestdrift belijdt ge het uit eigen ervaring: Toen ik nederig in mij zelven bezweek, schonk God mij genade.

Wat alleen nog onder Christenen bleef, is de tweeslachtigheid

Den weg van het Kruis hebt ge verkoren, o, gewisselijk, maar op den weg der zelfverheffing waagt ge toch telkens nog een Sabbatsreize. Niet te ver. Nooit met de bedoeling om dien boozen weg ten einde toe af te loopen. Telkens wenkt het Kruis u weer terug. Maar toch wordt op dien weg der zelfverheffing nog telkens het afdruksel van uw voetstap gevonden.

En dit nu breekt onze Christelijke kracht.

Dat knakt uw geloof. Het stuit de genade. Het geeft Satan weer een schoone kans op uw hart. Uw gebed lijdt er onder. Het bluscht uw heilige geestdrift. En het geeft onder Christenen telkens nog woorden te beluisteren en dingen te betreuren, die ons aanklagen bij God.

Nawerking der zonde, en daarom tot aan cnzen dood toe gevaarlijk, omdat het den wortel der zonde weer in ons uit doet spruiten. Als de zonde aan de takken weer uitbot, is het gevaar op verre na zoo groot niet. Die wilde loten knakt ge met den vinger af, of laat ge zijgen voor het snoeimes. Maar als de trots, de hoovaardij, de zelfverheffing van het eigen ik weer opwerkt, dan leeft de booze wortel weer op, en drijft zijn giftig sap in alle vertakking van uw leven opwaarts.

Alle afwijzen van de nederigheid en kiezen voor de hoogheid, is in de kern zelf van uw hart een opzij zetten van het Kruis van Jezus, een niet willen buigen onder uw God, een weer u inspireeren laten door Satan.

Daarom heeft de stille week die komt, ook nu weer een roeping.

In die wel» e dringt sterker nog dan anders de machtige heugenis van het Kruis van uw Heiland op u aan.

Zij er dan onder allen, die bij dat Kruis nederknielen, zelfonderzoek of ze den weg van dat Kruis verkoren hebben, en hun voet van den boozen weg der hoogheid willen terugtrekken, terugtrekken om Jezus wil.

Dan, maar jdan alleen, brengt na den Goeden Vrijdag ook voor u het Paaschfeest den jubel der opstanding uit de zondediepte van uw eigen hart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 maart 1901

De Heraut | 4 Pagina's

„De nederigheid gaat voor de eere.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 maart 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Bladeren