Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Roman-literatuur.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Roman-literatuur.

11 minuten leestijd

VIII.

Met de roover-roman ontsloot zich voor de roman-literatuur een geheel nieuw veld. Het oog was er voor opengegaan, dat er geheele terreinen van menschelijk leven bestaan, die ons vreemd blijven, waarmee we nooit in aanraking komen, en waarvan we hoogstens nu en dan een verflauwd gerucht opvangen.

Met één van die terreinen had nu de roover-roman nadere bekendheid verschaft. Men had zoodoende in dit vreemde leven een helderen blik gekregen. Men kon zich nu een juiste voorstelling maken, hoe zulke rooverbenden zich vormen; hoc een man van wilskracht en heroieken moed aan haar hoofd komt te staan; hoe men onder de leiding van zulk een eminent, onversaagd hoofd, de stoutste stukken aandorst, de politie tartte, en veelal te ontkomen wist. Meer nog: men had nu een bhk gekregen in het leven van deze roovers onderling, van het verraad en de onderiinge trouw, die in hun kring afwisselde; in wat in die kringen de vrouw en het kind was; en zelfs hoe in deze kringen, zoolang de „onderneming" buiten spel bleef, vaak een menschelijk leven doorleefd werd, dat zelfs nog met de religie rekende en soms aantrekkelijke eigenschappen vertoonde. En ook had men leeren inzien, hoe het opkomen van dit ongevoeg, volstrekt niet alleen moet verklaard worden uit boozen toeleg, maar ook wel terdege zijn oorzaak vond in de slechte wijze, waarop de regeering bet plattelandsvolk bejegende, daardoor ontevredenheid wakker riep, en zoodoende de rooverbende steun gafin den revolutionairen geest der verdrukten. Toestanden gelijk ze in Sicilië en Zuid-Italië nog bestaan, en nog, even als vroeger, tot het opkomen van rooverbenden leiden. Men denke slechts aan de beruchte Maffia.

Doch, gelijk gezegd, hiermede ontsloot zich voor de roman-literatuur een veel, veel breeder terrein.

Immers, nu eenmaal de idee had post gevat, om in de roman een stuk ons vreemd menschelijk leven in beeld te brengen, moest men terstond gevoelen, en gevoelde men terstond, hoe er behalve het rooversleven, nog heel andere stukken menschelijk leven voor het grijpen lagen, ons even vreemd, en toch even interessant, en die zich even goed leenden voor romantische behandeling.

Dit laatste moet er bij. De roman is uitspanningsliteratuur. Ze moet boeien. Ze moet vermaken. Ze moet interesseeren. Al schreef men b.v. een roman over het leven van den bibliothecaris in zijn bibliotheek, of van een bankier op zijn kantoor met zijn klerken, het zou nooit een roman worden, omdat zulk een stuk leven te dor, te eentonig is, om belangstelling in te boezemen. Een groot financier kan boeien door zijn gewaagde speculatiën, door zijn invloed op de regeering, en wat dies meer zij, maar het kantoorleven als zoodanig is te taaï en te saai om op de fantasie te werken. En dat toch moet er in de roman altoos zijn. De roman is een kunstwerk. En het kunstwerk leeft niet uit de redeneering, maar uit de verbeelding. Wat niet in beeld is gebracht, spreekt de fantasie niet toe.

Maar aan dien eisch beantwoordde wel allerlei ander leven, dat terzijde van den gewonen heirweg doorleefd werd. Neem b.v. het leven van den herder en van den zeeman. Ook dat leven kent de gewone burger niet. Thans iets meer dan vroeger, nu vele reizigers ook de dalen bezoeken met hun kudden, en op prachtige mail-stoombooten over zee gaan. Maar destijds reisde nog bijna niemand, zoo min te land als ter zee, en deswege was het leven van den herder voor de meesten evenzeer een gesloten boek, als hej: leven op een zeilschip.

En ook hadden beiden dit gemeen, dat ze het avontuurlijke in zich sloten. De herder bij het omdolen met zijn kudde, bij zijn strijd tegen wolven en andere roofdieren, bij zijn worsteling met opkomende storm en onweder, en ook bij zijn ontmoetingen met verdoolde wandelaars, en niet het minst door zijn liefdesavonturen. Hier was het idyllische met het heroïsche gemengd. En t. dat stille en toch zoo rijke herder-leven, met zijn natuurpoësie, verkreeg al spoedig machtige bekoring voor de in onze steden opgesloten burgerij, die het minde zich uit haar stijf heden in dit rijke, vrije leven met de gedachten te verplaatsen.

Reeds met Longus' Daphnis en Chloë trad deze herder-roman in het leven, en in bescheiden vorm was ze aan geen volk of leeftijd vreemd. Maar toch, als nieuwe romansoort, uit de natuurlijke roman-ontwikkeling voortgekomen, kwam ze eerst op in Italië in den tijd der Renaissance, plantte zich van daar naar Spanje en Frankrijk, en zoo naar Duitschland en Engeland voort. Montemayor's Diana, die in het midden der i6de eeuw het licht zag, is het eerste product dezer dichting in afgeronden vorm. Daarop volgde Cervantes met zijn Galatea. De Monthena schonk aan Frankrijk zijn eerste herder-roman in de Bergerie de Juliette. In Engeland is Sidney's Arcadia het eerst aan de markt geweest. In Duitschland trok V. Opitz de aandacht met zijn: „Schaferei von der Nymphe Hercynia." En deze voorgangers vonden allerwegen navolgers én vertaalders, ook in onze taal.

Tweeërlei element werkte in deze herder-romans. Eenerzijds de zucht naar frisch, natuurlijk leven, verzadigd als men was van het gemaniereerde leven in onze steden. Maar ook anderzijds de neiging naar liefdesavonturen; en het is door dit laatste element, dat de herder-roman ten slotte in erotiek is overgegaan, ja, soms verliep in pornographic. Booze zinnelust kon in haar veilheid en geilheid niet beter geteekend worden, dan bij de ontmoeting tusschen steedsche wellustelingen met landelijke meisjes, en het is op deze klip, dat de eens zoo bezielde herder-roman ten leste strandde, met name in Frankrijk.

Zij het al in veel kleiner afmeting, toch nam al spoedig ook het zeeleven zijn plaats in deze dichting in. Het worstelen met element en avontuur, met aanvaring en schipbreuk, gaf hier het heroïeke, en de ontmoetingen in de havensteden die men bezocht, tegelijk het avontuurlijke en het liefdeselement. In Jules Verne's jongeluiromans leeft dit soort romans nog na, *alis het avontuurlijke bij dezen fantasticus ook op de spits gedreven.

Zoo was de deur al wijder open gezet, waardoor aan het groote publiek een inzicht gegund werd in allerlei stukken leven, waar het zelf buiten stond. Dit verruimde den blik. Het maakte voor het besef de werel4 grooter, en het menschelijk leven ontkwam aan zijn eenvormigheid.

Natuurlijk gevolg hiervan was, dat men in deze richting steeds verder drong, en van lieverlede er zich op toelegde om alle vreemde levensterreinen te bespieden. Vooral de neger-xoxa.z.vi nam daarbij een beteekenisvoUe plaats in. Robinson Crusoe is nog algemeen bekend, en de Negerhut is misschien een van de meest gelezen romans van de vorige eeuw geworden.

Bij de neger-roman was meer dan één prikkel in het spel. Vooreerst de zucht om het leven in vreemde, vooral Oostersche landen te kennen. Thans toont men dit leven, door op tentoonstellingen dorpen voor inboorlingen te bouwen, er uit alle hemelstreken vreemd eruit ziende en vreemd gekleede inboorlingen heen te lokken, en hen voor ons oog te laten arbeiden en spelen. Zoo ver waren we toen nog niet. Men begreep toen nog niet, hoe het met de menschen waarde te rijmen is, om aldus menschelijke personen te kijk te zetten. Onze eeuw is daar overheen. Van daar dat de neger-roman als zoodanig thans wegstierf. Maar destijds koos de kunst het leven van vreemde volken nog met voorliefde, om door het interessante te boeien, en verrijkte het dichtstuk hoogstens met plaatwerk.

Tweede prikkel voor de neger-roman was de mishandeling van den neger in de slavernij. Het humanitaire beginsel kwam vooral tegen het laatst der vorige eeuw hiertegen in verzet. En op zich zelf was het vangen dezer slaven, de verscheping van deze slaven, hun worsteling met hun meesters en drijvers, en de mishandelingen waaraan hun dochters en vrouwen blootstonden, een stof die pakken moest.

Maar toch werkte in deze neger-roman nog een derde prikkel. Wat de herderroman bedoeld, had, om frisch en gezond natuurleven tegenover het gemaakte en genot-zatte leven onzer steden te stellen, beoogde de neger-roman in nog hooger mate. Het was het tijdperk, waarin men dweepte metéennatuurmensch. Alle ellende weet men aan de onnatuur, waartoe de beschaving ons verleid had. Dit booze moest worden afgeschud. Men moest tot den oorspronkelijken toestand van het eenvoudige, menschelijke leven terugkeeren. Dan eerst zou weder rein menschengeluk ons hart van weelde doen kloppen. En dien natuurmensch nu achtte men nog het zuiverst in den neger terug te vinden, tot in den Hottentot en Boschjesman.

Het is niet het minst aan deze neger-

romans, dat onze broeders in Zuid-Afrika hun jammer te wijten hebben. Het zijn toch die neger-romans, die met name in Engeland, die ziekelijke voorliefde voor de Kaffers hebben doen opkomen, die van zelf uit moest wassen in bitteren haat tegen de Boeren, in wie men niets anders zag dan de harde, wreede onderdrukkers van deze edele natuurkinderen. De Christelijke zending heeft, door juist in dien tijd op te komen, deze zienswijze overgenomen, en zoo is het helaas geschied, dat zich in Engelands beste kringen een ongemotiveerde voorliefde voor de Kaffers heeft vastgezet, die vanzelf met haat en wrok tegen de Boeren gepaard ging.

Doch, om niet aftedwalen, zoo was reeds in deze neger-romans zekere tendenz niet te miskennen. Deze romans bedoelden eerst wel, eenvoudig om het negerleven te doen kennen, en toen waren ze nuttig. Doch al spoedig sloop de nevenbedoeling in, om het negerleven te verheerlijken, en het ons als ideaal voor te stellen. En dit nu was tastbare ongerijmdheid. Dit doel kon toch alleen worden nagejaagd, door ons dit heidensche leven te teekenen niet zooals het was, maar er uit te laten al het schandelijke en gruwelijke, al het beestachtige en onmenschelijke en eenzijdig op zijn eenvoudig karakter den nadruk te leggen. Maar van dit oogenblik af miste ze dan ook eiken zuiveren grondslag, en was niets anders dan willekeurige inkleeding van valsche philisophische gedachten. De eenige die aan de neger-roman een edeler tendenz gaf, was Mrs. Beecher Stowe. Zij teekende het neger gezin en de verdrukking trouw naar het leven, en haar doel was edel: het stuiten van een gruwel die den Christennaam tot schande was.

Naast de roover-roman, de herder-roman, de zee-roman, de neger-roman, zijn toen als van gelijksoortigen oorsprong nog allerlei detail-romans opgekomen, die eveneens geen andere richting volgden, dan om de nieuwsgierigheid te bevredigen, door ons een blik te gunnen in een ons vreemd stuk menschelijk leven.

Zulk een apart, aan de meesten vreemd leven is het leven in de kazerne en op het slagveld, of wil men, in het gemeen het militaire leven. Zulk een apart, aan de meesten vreemd leven is het leven in studentenkringen. En al is het minder avontuurlijk, zoo ook het leven van onze diplomaten. En daarnaast, zij het ook veel lager, het leven van den bedelaar, en zoo meer. Allen stukken menschelijk leven, die de stoffe leverden voor een eigen dichting, en in breeder of enger kringen gretig gelezen werden.

Onteerend werd deze soort roman eerst in ergerlijken zin, toen men deze romannieuwsgierigheid ook begon uit te strekken tot het leven in het bordeel, en wat op het bordeel als twee druppelen water op elkaar gelijkt. Ook hier, het viel niet te ontkennen, had men te doen met een stuk leven, dat, Gode zij dank, aan velen nog niet uit eigen meeleven bekend was, en dat met name aan de vrouw geheel vreemd bleef. Nu had dit booze, goddelooze leven, voor altoos onder den sluier der geheimzinnigheid verborgen moeten blijven. Doch, helaas, ook dien sluier trok men weg, en in Klaasje Zevenster heeft zelfs een onzer beste romanschrijvers zich door het invoegen van zulk een tafereel in zijn kunstwerk onteerd.

En wat nu het jammerlijke was, terwijl de neger-roman, de herder-roman enz. zich slechts een tijdlang staande hielden, ging deze bordeel-roman van overwinning tot overwinning door. Het schandelijke was niet te schandelijk, om, ter prikkeling van booze hartstochten, in deze roman naakt getoond te worden. En zoo is toen die booze, die giftige, die pornographische roman-literatuur ontstaan, die thans zelfs tot in onze beste kringen is doorgedrongen.

En ook hier was het, eerst de nieuwsgierigheid bevredigen door het leven in die zondige wereld te teekenen; daarna de verklarende roman, die ons met de slachtoffers van den wellust verzoenen moest; en ten slotte de tendenz-roman, die opzettelijk den hartstocht moet prikkelen om naar het bordeel te trekken, en het bordeelleven tot in onze huisgezinnen over te planten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 april 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Roman-literatuur.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 april 1901

De Heraut | 4 Pagina's