Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Een vraagteeKen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een vraagteeKen.

7 minuten leestijd

Er bestaat tusschen Dr. Hoedemaker en ons geen verschil over, dat ieder mensch, en zoo ook de Overheid, aan de Souvereiniteit Gods onderworpen is, en alzoo in alle ding gebonden is aan Gods wil, waar en op wat wijs die zich ook heeft geopenbaard. Noch ook daarover, dat de wil Gods niet het minst klaar en duidelijk in de Heilige Schrift geopenbaard is. Noch eindelijk hierover, dat ieders overtuiging omtrent hetgeen Gods wil eischt, hem niet door een ander kan gedicteerd worden, maar, op wat wijs ook in hem tot stand gekomen, tenslotte rusten moet in zijn eigen persoonlijk religieus besef. Alzoo geen dictaat der kerk heeft de Overheid te volgen, maar eigen privaat oordeel.

Het is nooit anders door ons beweerd.

Nu ontstaat echter de vraag, of dit geldt van de Overheid c^tta talis, of van de Overheidspersonen. En dan is het onze overtuiging, dat alleen de personen der Overheid hier tot het vormen van een privaat oordeel in staat zijn.

Hieromtrent nu zegt Dr. Hoedemaker op blz. y6: Wij nemen aan betreffende de Overheid

dat aan de Overheid, evenals aan ieder burger, een privaat oordeel over de Heilige

Schrift toekomt, en dat dit oordeel gebonden is, niet alleen aan de conscientie der O verheidspersonen, maar aan die conscientie, voorgelicht door de publieke uitlegging der Kerk, in hare belijdenis vastgesteld, door de grondwet als zoodanig erkend en onder de waarborgen van de vrijheden des volks opgenomen.

Dit nu verstaan we niet.

De Overheid heeft over de Heilige Schrift een privaat oordeel evenals ieder burger. Dit oordeel is gebonden aan de conscientie der Overheidspersonen. Die conscientie moet voorgelicht zijn door de publieke uitlegging der kerk in hare belijdenis. Die publieke uitlegging, of die kerk (welke der twee is grammatisch niet uit te maken) moet door de Grondwet erkend worden. En eindelijk, die belijdenis of die kerk, moet onder „de waarborgen van de vrijheden des volks" zijn opgenomen.

Hoe moet dit nu toegaan.'

Er komt een wetsvoorstel aan de orde inzake ons Burgerlijk recht. Onze Overheid is de Koningin. Is nu bedoeld, dat de Koningin alleen zich een privaat oordeel in verband met de belijdenis der I.andskerk, zal vormen over wat de Heilige Schrift op elk punt van het Burgerlijk recht eischt.? Natuurlijk niet, want de Koningin zelve ontwerpt de wetsvoorstellen niet. In aanmerking komen dus allereerst de ministers. Dat wil dus zeggen, dat de Koningin zich geen andere ministers mag kiezen, dan die zich, in verband met de belijdenis der Landskerk, een privaat oordeel ten deze uit de Heilige Schrift gevormd hebben. Alzoo nooit anders dan Gereformeerde personen als ministers, want Roomschen, Lutherschen. Modernen zijn hiertoe onbekwaam. Meer nog, lang niet alle Gereformeerden zijn het ten deze voetstoots eens. Dr. Hoedemaker is Gereformeerd, schrijver dezes is Gereformeerd, en toch acht Dr. Hoedemaker dat bij ons niets dan dwaling uitkomt. De Koningin moet dus ministers kiezen uit zulke Gereformeerden die het én onderling én met Dr. Hoedemaker eens zijn.

Dan gaat het stuk naar den Raad van State. Ook de leden van dezen Raad moeten dus allen Gereformeerd, en Gereformeerd in den zin van het private oordeel der Koningin en haar Ministers zijn. Anders zijn ze tot oordeelen niet in staat.

Ten slotte komt het voorstel in de Staten-Generaal. Daar zitten Roomschen, Lutherschen, Dooperschen, Ethischen, Modernen, Atheïsten. Ten slotte moeten ze stemmen, dit kan niet anders. De meerderheid verwerpt zoodanige voorstellen. De Koningin ontbindt, maaïr .soortgelijke Kamer komt terug. Natuurlijk, een wet kan op die manier niet tot stand komen, of ook de meerderheid in de Staten-Generaal moet een privaat oordeel ten deze over de Heilige Schrift hebben, dat conform het private oordeel van de Koningin, de Ministers en den Raad van State is. Alzoo een andere Kieswet. Verkiesbaar alleen Gereformeerden van dat bepaalde type. En zoo komt ge er.

Maar hoe komt ge nu aan die-nieuwe Kieswet.' Moet de Grondwet dan maar opzij gezet?

Meer nog. In de Grondwet moet de Geformeerde belijdenis of de Gereformeerde kerk erkend en opgenomen. Maar hoe komt ge hier toe? Thans is dit niet zoo. Er is alzoo Grondwetsrevisie toe noodig. Die kan niet tot stand komen, dan met % der stemmen van de beide Kamers der Staten-Generaal. Ge moet dus % leden der Staten-Generaal hebben, die Gereformeerd, en wel Gereformeerd op de wijze van Dr. Hoedemaker zijn. Wij rekenen niet eens mee.

Natuurlijk is daar geen sprake van. Moet dan die nieuwe Grondwet kortweg, met verbreking van den afgelegden eed, geoctroyeerd worden ?

Ook dit nog.

Het moet gaan naar de publieke uitlegging der Landskerk.

Maar hier juist, vve wezen er telkens op, wringt de schoen. Wie maakt uit wat de ware kerk is, en dus Landskerk zal moeten zijn? De Koningin. Goed. Maar een Koning, een Koningin, een regeerend Vorst kan Luthersch, kan ethisch, kan modern, kan Roomsch zijn. Beslist dan hier het persoonlijk gevoelen? Keurt hier het privaat oordeel ?

Stel, er komt troonwisseling. Ge hadt een Gereformeerd Koningj van uw type. De opvolger op den troon is ethisch. Hoe nu? Moet nu de Landskerk een andere worden ?

Of zegt ge nu, de Landskerk bestaat historisch, hoe dan? Stel, er komt een opvolger, die het niet met de Landskerk eens is; die naar zijn privaat oordeel „de Gereformeerde kerken van Nederland, " voor zuiverder houdt dan de Nederlandsch Hervormde kerk, sluit dit hem uit van den Troon ?

We vragen dit alles niet om te ridiculiseeren, maar omdat men eerst door in het cencrete geval zich in te denken, voelt, hoe volstrekt niets men aan zulke algemeene phrases heeft.

Voorts, het private oordeel van de Overheid over de Heilige Schrift is „gebonden aan de conscientie der Overheidspersonen". Wat zegt dit ? Het heeft zin, te zeggen, dat de band tusschen de Overheid en de Schrift niet anders denkbaar is dan in het forum internum, het innerlijk oordeel, der personen.

Dan staat dit tegen publieke vaststelling van het oordeel bij be.sluit of wet over. Maar wat zegt het, dat het private oordeel der Overheid „gebonden is aan de conscientie der Overheidspersonen ? " Dat gaat immers niet. Elke officieele daad of elk officieel oordeel der Overheid qua talis is gebonden aan de wet, aan de medewerking der Staten-Generaal, en bij dat alles wordt ondersteld, dat de personen naar eed en geweten handelen.

Dan, die conscientie moet voorgelicht zijn door „de publieke uitlegging der kerk in haar belijdenis!"

Kostelijk; maar nu zijn er overheidspersonen wier conscientie niet of niet behoorlijk door die belijdenis is voorgelicht.

Dr. Hoedemaker zou benoembaar zijn, maar volgens hem schrijver dezes niet, want onze conscientie is door die belijdenis, naar zijn beweren, al • zeer verkeerdelijk voorgelicht.

Altoos dus weer uitsluitend zij benoembaar, die j uist zoo oordeelenzooals Dr. Hoedemaker oordeelt.

Er is aan die conclusie geen ontkomen.

Of toch, er is wel ontkomen aan.

Immers als in dezen politieken kring de gegadigden eens tot elkander zeiden: „Het is door Dr. Hoedemaker wel streng alles geformuleerd, maar toch zoo kwaad nog niet door hem bedoeld. Hij zal toch niet eischen, dat wij op staatkundig terrein scherper toezien of het zwaarder opnemen, dan hij het zelf in zijn eigen kerk doet. Welnu, hij in zijn Landskerk laat er in het ambt, die van heel de belijdenis niet meer gelooven, en stelt zich solidair aansprakelijk voor Doops-en Avondmaalsbediening van gansch ongeloovigcn. Wat zou ons dan kunnen beletten, evenzoo op staatkundig terrein te doen, als hij in zijn kerk. D. w. z. streng formuleeren, maar er niets van nakomen !

Hanc vernam datnus, petimusque vicissim.

En daarom hebben we tegen Dr. Hoedemaker's program, wat ons aangaat, niet het minste bezwaar!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 mei 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Een vraagteeKen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 mei 1901

De Heraut | 4 Pagina's