Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

9 minuten leestijd

We hebben ons in de Heraut opzettelijk onthouden van politieke redekavelingen.

Toch is het niet buiten de orde, zoo we thans onder de Pers dit stuk uit Hollands Kerkblad overnemen:

Het geloovig volk in deze landen mag na lange jaren van teleurstelling, van smaad en druk weer het woord »overwinning« op de lippen nemen. Er vaart een jubel door het Nederland, dat God voor afval behoedde, van het noorden tot het zuiden; in 't oosten en 't westen. De Heere heeft zijn volk grootelijks verblijd.

Wie onzer verkeerde op den avond vóór den laatsten dag van de vorige week niet in spanning!

We wisten het, Zuid Hollands Staten waren »om, « maar hoe zou het verder gaan ? Zouden er straks, als in '97, vóór nog de nacht daar was, andermaal op de pleinen en straten onzer stad kreten van gejuich en gewoel omhooggaan uit de schare, die, helaas, niet meer weet van God en zijn gebod ? Zou het andermaal smaad zijn voor het volk, dat leerde roepen tot den Heere... ?

De avond begon te vallen. Eén uur, twee uren nog, en de beslissing was er ... . Daar kwamen de eerste berichten in. Hier victorie. Ginds nog geen beslissing. Soms een verwarrende tijding. Maar niet ééne nederlaag nog. Nóg schommelde de evenaar. Maar allengs trok de kruitdamp op. Vreeze week. We rekenden, we cijferden na ; onze bezorgdheid wikte en weegde. Er viel niet meer te twijfelen : het liberalisme en socialisme waren geslagen. Een nederlaag zonder voorbeeld in onzen electoraten strijd.

Stil werd het onder de onoverzienbare schare, die zich verdrong onder de electrische gloeilampen op het breede stadsplein. Een pijnlijke stilte. Een stilte, die om eerbiediging vroeg, al kón de mond soms nauwelijks den vreugdekreet bedwingen. En eindelijk, daar kwam als kroon op het werk uit het Noorden de tijding, dat de hoofdman van het socialisme met een minderheid, die — gelijk alles op dien heerlijken avond - - verbaasde en verrastte, had moeten af deinzen. «Patrimonium' trad zegevierend uit den strijd. De anti-revolu lutionaire partij had het veld behouden en veld gewonnen.

Toen klonken er psalm.tonen; het afwerende: »Zij zullen het niet hebben, het oude Nederland"; het ootmoedige: »Myn Schilt en myn Betiouwen. syt Gij.... !" En toen er in den laten avond huis • waarts werd gekeerd, loofden hart en mond den Heere, die zijn volk had bezocht.

En thans, nu er weder eenige dagen verliepen, sinds dien avond dien we nooit vergeten, is onze vreugde kalmer geworden wellicht, maar kleiner niet. Integendeel!

Wat toch is de beteekenis van het feit van 14 Juni?

Immers dit: Duidelijk is het gebleken, nog kiest de grootste helft onzes volks, de meerderheid, slaat de die der beslissing, voor der vaderen God. We zijn nog geen volk van apostaten. Nederland wil nog een Christennatie zijn ; Christelijk geregeerd •worden ook.

En wie de kaart van het land kende, wist dat ook wel. Maar dat baat niet-met al. Dat moet uit komen óók bij de stembus. En dat juist kost ongeloofelijke moeite. Beleid moet zich daartoe paren met voorzichtigheid en omzichtigheid. Zóó slechts kon het beoogde resultaat verkregen. En zóó is het ook, met de hulpe Gods, verkregen.

Maar hier geeft ook een andere opmerking pas. De «uitslag' van Vrijdagavond is maar niet een antwoord op dien dag verkregen. Daar is voor ge arbeid voor geleden, gestreden, gebeden, heel een eeuw lang

Zou er oait nog kentering komen óók in het publieke leven van ons volk, als volk ? '

Daar waren tijden en dagen, dat het belachelijk scheen die vraag ook zelfs maar te stellen. Denk u nog slechts een kwarteeuw terug; het liberalisme oppermachtig: het godvreezend volk verschoven en ingezonken.

Toen gaf de Heere ons mannen, die niet aflieten het goede te zoeken voor land en volk. Er werd gearbeid op hope tegen hope. En God gaf den wasdom. Ons volk waakte op, dank zij scholen met den Bijbel en kerken waarin weder Gods Woord, naar het behoorde, werd bediend. Er kwam kerkherstel. Niet dit alles volmaakt, verre van daar. Maar in beginsel toch. De begeerte strekte er zich weder naar uit. Er werd om geroepen, er naar getracht. En nu, en ook dit is de beteekenis van 14 Juni en nu — > noet ook weder de tegenstander met ons rekenen. Onze mannen zullen dan eindelijk toch het regeeringskasteel betrekken. De Koningin uit het huis van Oranje zal Christenmannen om zich zien in den raad der Kroon. Wie juicht niet bij zoo goede hope!

Zeker, we zijn er nog niet

Er dient bij de herstemmingen nog hard gewerkt. De behaalde meerderheid moet nog vergroot; sterker, onafhankelijker gemaakt. Er moet maar niet geadministreerd, er moet geregeerd kunnen worden.

Welnu, we twijfelen niet of onze mannen zullen ook de volgende week niet tevergeefs in het geweer worden geroepen. Men zal zijne roeping ook nu verstaan. Hetzij men zijn stem zelf uitbrenge op (en die van anderen winne voor) eigen, antirevolutionairen candidaat, of op den candidaat, dX^xiplicht gebiedt te steunen; hij zij dan Roomsch, Christelijk historisch of Vrij antirevolutionair Men moet ook politiek leer en strijden. En onsantirevolutinair volk verdient ook ditmaal waarlijk geen blaam. Het bleek wèl onderwezen en gewillig in den krijg, Troepen, waar mede te manoeuvreere nviel.

Zij het al niet om ons, voor onszelven alleen. Zij het al tot Gods eere. Hij, de Heere, zij ons volk genadig en zegene ons. Van Hem is ons heden, van Hem en tot Hem zij onze toekomst!

Onze verwachtingen

Leeft er niet andere hope ook nog in ons volk ? Wordt er ook nu niet gewenscht, gezegd, gebeden : Nu moest Transvaal nog vrij zijn !

Ja, mocht ons ook dat nog geschieden : het ver • trapte, gehoonde, vertreden volk weer onafhankelijk en in eere hersteld. De hoeven herbouwd, de runderen der kudden weer in de valleien, de Boer weer in zijn huis, hereenigd met vrouw en kind. O, late ook daarvoor het gebed toch niet af! De Heere heeft groote dingen gedaan aan ons land en volk, Hij doe hot ook ginds. Beschaamd worde ook daar de vijand. Dat er nieuw leven dage!

Zal 14 Juni voor ons volk blijken te zijn de eerste dag eens nieuwen levens ?

Het mag gehoopt. Indien de overwinning slechts geen hoogheid des harten wekt, maar ootmoedig make en klein. De wereld za! nu meer op ons zien dan vroeger ooit. En de wereld bevroedt het, dat we gehouden zijn, om des Heeren wil, om haar te zegenen. Dat eischt ze van ons, en terecht, al heeft ze or in zichzelve ook geen recht op.

Zullen we nu kunnen geven uit onzen overvloed ? Zullen we het weer op enkelen laten aankomen, die we dan toejuichen of misschien ook nog wel beknibbelen ? Of zullen er nu toch eindelijk betere dingen onder ons worden gezien ?

Het zou ontzettend zijn : een Christelijk Nederland, ondanks zonde en schuld, atval en lafheid, door den Heere in eere hersteld, en dat niet te zegenen wist.

» De liberalist er onder" dat is betrekkelijk goed. koop, maar de eere van Christus te doen uitschitteren op ieder gebied, dat is iets anders toch nog. De zomeravond van Vrijdag 13 Juni zou kunnen getuigen tegen ons volk....

Maar zoo behoeft het immers niet te zijn. Zoo zal het ook niet zijn, indien het aangezicht des Heeren nu wordt gezocht.

Wat zou het niet heerlijk wezen indien we het geslacht, dat na opkomt, een Holland mochten bereiden, waar eere woonde en de Heere onze God ook in het publieke leven werd gediend. Indien in later dagen kon worden gewaagd van een gezegenden strijd en in diepe dankerkentenis mocht gezegd: De Heere heeft land en volk gezegend in die dagen, om zijns naams wille.

Nog is de onvermijdelijke politieke strijd van deze Juni maand niet afgeloopen. Maar behoeft ook maar één onzer mannen opgewekt, te doen wat ook maar eenigszins in zijn macht is ? Wie zou met minder tevreden mogen zijn; kunnen zijn ook ?

Aan den heer Postmus voor dit bezielde eu toch bezadigde woord onze dank.

De Bazuin gaf onder de handteekening van Dr. Bavinck deze uiting van dank:

De uitslag van de verkiezingen voor de Tweede Kamer in de vorige week heeft de stoutste verwachtingen overtroffen.

Bij eerste stemming werden terstond gekozen 23 Antirevolutionaren, één Christelijk-historische, 23 Roomschen, en slechts 9 Liberalen. Bij de herstemmingen vallen verschillende zetels zonder eenigen twijfel aan de rechterzijde toé. Deze zal dus misschien in de nieuwe Kamer wel om en bij de zestig leden kunnen tellen.

Aan zoo gunstigen uitslag heeft wellicht niemand gedacht of zelfs durven denken. Wie het heden met het verleden vergelijkt, slaat zijne handen van verbazing ineen en vindt het verkregen resultaat schier ongeloofelijk.

De samenwerking der onderscheidene Christelijke partijen, enkel en alleen op grond van hunne algemeen Christelijke beginselen, en de uitruiling van stemmen in verschillende districten over en weer zijn probate middelen gebleken, om een schitterend succes te behalen. En de verdeeldheid en de ontbinding van de Liberale partij is daaraan ten goede gekomen en heeft de zegepraal van de Christelijke partijen in de hand gewerkt.

Vanzelf richt nu het oog zich naar de toekomst heen. Met gespannen verwachting worden de dingen, die komen zullen, verbeid. Allerlei vragen dringen zich uit het hart naar de lippen heen.

Wie zal als Kabinets formeerder optreden ? Uit welke mannen zal het Ministerie worden saamge steld ? Waarin zal de homogeneïteit van het Kabinet bestaan ? Met welk program zal het voor de nieuwe Kamer verschijnen?

Daar zijn er, die zich verheugen met beving. En de Liberalen hopen op eene groote machteloosheid en werkeloosheid hunner tegenpartij.

Maar er is geen reden om zich boven mate bezorgd te maken. In den strijd wordt de held geboren. Wij hebben goede hope, dat de mannen, die God ons gaf, thans ook door Hem zullen worden bekwaamd tot de ernstige en gewichtige taak, waartoe zij geroepen worden.

Van Hem zij en blijve, ook op politiek terrein, onze verwachting. Want op de vraag: wie zal ons het goede doen zien ? blijft er maar één antwoord: Verhef Gij over ons het licht uws aanschijns, o Heere!

Er is oorzaak om te loven, dank te zeggen en te aanbidden.

Toch zijn de vraagteekens nog vele op den langen weg.

En daarom zij in de stille kalmte des geloofs onze sterkte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 juni 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 juni 1901

De Heraut | 4 Pagina's