Uit de Pers.
In de Hervorming, het moderne orgaan, las men deze week onderstaande beschrijving van de Classicale vergadering:
In het ruim van de mooie eeuwenoude kerk in de mooie stad zijn de ambtsdragers der kerk bijeen. Achter de groene tafel staat de praeses, naast hem zitten de assessor en de scriba. Al de anderen zitten op banken, vier in getal, parallel geplaatst en rechthoekig op de tafel toeloopend. Den praeses kan men alleen met schuinschen blik aanzien. Er is groot verschil tusschen de twee banken rechts en de twee banken links. Rechts zitten de sgeloovigen, ' links de »ongeloovigen.' Elke »geloovige" predikant heeft zijn sgeloovigen" ouderling vlak naast zich. De ouderling is naast dominé wat minder verlegen, ook is het voor hen zoo gemakkelijk als dominé de briefjes straks invult met de namen der «geloovige" candidaten. Links is de eenheid wat verbroken. Hier zitten de heercnouderlingen, die uit hun aard geene bescherming en geen leiding noodig hebben. Straks voeren enkelen onder hen met vrijmoedigheid het woord, bewondering afdwingend bij hunne collega's aan den overkant. Na het gebed en de toespraak van den praeses krijgt de scriba het woord. Als deze klaar is kan de stemming beginnen. Gelukkig voor de boeren-ouderhngen, die in deze drukke zomerdagen hun tijd zoo noodig hebben Om dominé genoegen te doer en »om het geloof' zijn ze meegegaan. Maar straks, na de stemming, gaan velen hunner liever weg. Het werk is dan volbracht, het stemvee kan de weide weer opzoeken.
De eerste stemming heeft plaats. Twee jonge pi-edikanten halen de briefjes op. Spoedig is de uitslag meegedeeld. A. heeft 29 stemmen, B. heeft 29 stemmen. Een nieuwe stemming is noodig, maar de uitslag is dezelfde. Het lot moet beslissen. De praeses werpt twee stukjes papier in zijn hoed, iemand trekt het songeloof' komt zegevierend uit den hoed! Eene andere stemming volgt. De gang van zaken is dezelfde, ook nu beslist het lot en ook nu beslist dit ten voordeele van het «ongeloof' Maar straks behaalt ook de tegenpartij eene overwinmng. Immers onder de »ongeloovigen" is een candidaat, die bezwaar heeft om zichzelf te stemmen. Zoo moet hij vallen, maar hij valt met eere!
Gelukkig is de rechterzijde vriendelijk gezind : ze protesteert ganschelijk niet als aan den overkant een sjofel gekleede ouderling bijna den heelen morgen door zit te slapen, met het hoofd op de tafel. De raan is kennelijk ziek. Hij is naar de vergadering meegesleept. Gisteren avond kreeg de dominé een telegram, dat hij juet zijn ouderling moest komen. De strijd zou o zoo fel zijn. En dominé is dadelijk naar zijn zieken (zijn eenigen) ouderling gegaan en heeft hem gesmeekt om mee te gaan. Zoo is de man ter vergadering, al dommelende. Een glas water staat bij hem. Straks zal hij wat opknappen door een kop koffie, maar dit krijgt hij eerst na afloop der stemming waaraan hij geen deel neemt! Want dominé geeft aan den stemophaler telkens twee briefjes, zijn eigen brieQe en dat van den zieken, dommelenden ouderling. Eén oogenblik spant het. De zieke man is wakker geworden en wenscht zich even te absenteeren. Als hij wat lang wegblijft, gaan twee dominés hem halen. O hemel, de stemming is aan den gang en aan de linkerzijde ontbreken er drie! De stemophaler treuzelt wat met zijn werk. Men vraagt aan den praeses of de drie afwezigen ook buiten mogen stemmen Een weigerend antwoord volgt. Daar komen ze aan ! De briefjes zijn voor hen al klaar gemaakt. Dadelijk in de bus, voor den can didaat der «ongeloovigen"! Gelukkig, ook tegen deze storing protesteert de rechterzijde niet.
Eindelijk zijn alle stemmingen voorbij. Het is één uur geworden. De ambtsdragers stormen naar het koor der kerk. Men schaart zich aan tafeltjes en men eet van de zachte stadskadeljes en men drinkt van de koud geworden koffie. Weer zijn de schapen van de bokken gescheiden. De zieke ouderhog zit in mijne buurt en fleurt wat op. Ik kijk eens rond en zie de oude bruine koorbanken van mooi gesneden hout, waar vóór eeuwen de priesters hun Lauda Sion zongen. En ik vraag stil aan mezelf: Wordt deze plaats nu niet ontheiligd. Verbeeld je : Nu hier te zingen : Loof, o Sion, uw Verlosser Maar hoor, daar luidt de bel. De helft der ambtsdragers keert terug naar het ruim. Nu moet er gehandeld worden over de tucht, over de wijkgemeenten. over het beheer En ten slotte wordt er voor het genotene in den gebede gedankt!
Dat de modernen op die wijs met de beste vergaderingen van hun eigen kerk de draak steken, is een veeg teeken.
Veeg voor hun kerk.
Maar niet minder veeg voor hun eigen positie.
Of hoe is het in een man van ernst te verklaren, dat hij, zonder protest zelfs, in zulk een positie verkeereq blijft ?
Eere dan aan de moderne predikanten, die aan zulk een ambt den scheidsbrief gaven, en elders een goed heenkomen zochten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 14 juli 1901
De Heraut | 4 Pagina's