Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

4 minuten leestijd

Frankrijk. Na honderd jaren.

Het is nu honderd jaren geleden, dat in Frankrijk het concordaat werd ingevoerd.

In de dagen van de bedwelming, door de / beginselen der Revolutie gewerkt, had men gemeend dat men de Roomsche kerk veilig kon missen en dat men daarvoor in de plaats de vereering van de godin der Rede stellen moest. De goederen der Roomsche kerk werden tot nationaal eigendom verklaard, den Zondag ging men afschaffen, voortaan zou men om de tien dagen rusten, enz.

Een grenzenlooze verwarring was door het doen der revolutionairen ontstaan. Want er kwamen daardoor tweeërlei soorten van bisschoppen. Er waren er, die den eed aan de Fransche constitutie gedaan hadden, en die daarom in hun ambt door de regeering werden erkend; er waren er ook die beslist geweigerd hadden dien eed te doen, en welke daarom door de Roomsche gemeenten des te meer in eere gehpuden werden. Die verschillende bisschoppen streden onder elkander om de ambten, de kerken en de gemeenten die nog aan den Roomschen eeredienst gehecht waren.

Door de Fransche revolutie was het duidelijk geworden, dat een volk zonder godsdienst niet bestaan kon. Alle banden waren verbroken door den tuimelgeest, die het Fransche volk had bevangen, stroomen bloeds hadden er gevloeid, omdat duizenden onschuldigen waren gedood. Men begon te gevoelen, dat het noodig was, dat de Kerk der vaderen hersteld werd.

Toen NAPOLEON eerste consul geworden was, en alle macht in handen had, zorgde hij er daarom voor, dat de zoen met de kerk getroffen werd. Voor zijn eigen persoon gaf hij om de religie niets, in Egypte had hij zich kort te voren nog als Mohamedaan aangesteld; tot aan zijn dood bleef hij, gelijk uit het onlangs verschenen dagboek van generaal"Gourgoud van St. Helena blijkt, een beslist materiaUst en Godloochenaar. Maar hij was tot de ervaring gekomen, dat een volk zonder Godsdienst niet te regeeren is, en daarom besloot hij, om den staat tot rust te brengen, tot het wederherstellen van de Roomsche kerk in Frankrijk. Reeds na den slag van Marengo had hij de eerste stappen gedaan om zich met de Roomsche kerk te verzoenen; in Milaan was hij zelfs ter Mis gegaan en had daarop ook den Christelijken Zondag hersteld.

Zonder Godsdienst kon het volk niet; dat had de geschiedenis der laatste jaren hem geleerd; maar voor een vrije kerk gevoelde hij niets, integendeel, hij vreesde haar invloed. Daarom was het zijn streven om de dienaars der kerk aan zijn macht te onderwerpen, evenals de staat met zijn ambtenaren aan hem onderworpen waren. Nu Frankrijk eene nieuwe staatsregeling verkreeg, ging het in ééne moeite door om de dingen der kerk te regelen. Paus Pius VII en zijn Kardinaal Consalvi waren daarvoor zeer goed te vinden. Napoleon wilde niet de GaHicaansche kerk met hare Synoden en haar streven naar zelfstandigheid weer doen herleven, en ook wilde hij een door den staat beëedigde geestelijkheid, gelijk dit in de revolutietijd het geval geweest was, niet laten voortbestaan. Liever wilde hij met den paus concordeeren, om te maken dat de Roomsche kerk zoowel onderworpen zou zijn aan den paus als aan de wereldlijke macht. Daartoe moest de staat de Roomsche geestelijken bezoldigen; dan waren zij aan handen en voeten gebonden, terwijl de vroegere betrekkelijke onafhankelijkheid van de GaHicaansche kerk vernietigd werd door te bepalen, dat de paus zijn zegel moest hechten aan alle benoemingen van bisschoppen.

De eerste Consul ontving den pauselijken gevolmachtigde, omringd door een heirleger van mannen die hooge ambten bekleedden, om maarjeen grooten indruk te geven van zijn macht, en in gebiedende woorden gaf dezen zijn verlangen te kennen, dat de onderhandelingen over een concordaat slechts zeer kort zouden duren. De paus liet zich toen vinden tot dingen, die Rome nooit te voren had toegestaan. Het einde van de zaak was dat het concordaat tot stand kwam, waarvoor een publiek dankfeest werd gehouden, Het bevatte de volgende bepalingen:

„Tien aartsbisschoppen en zestig bisschoppen worden door den staat benoemd en bezoldigd, terwijl die benoeming moet goedgekeurd worden door den paus. Alle geestelijken, zoowel degene die den eed aan den staat gedaan hebben, als zij die dien eed hebben geweigerd, zoowel de gehuwden als de ongehuwden, moeten van hunne plaatsen afstand doen, doch kunnen opnieuw benoemd [worden. Zij, die uitgesloten worden, worden weder in den schoot der Kerk opgenomen en ontvangen tot hun dood een tractement van den staat. De vervreemde kerkelijke goederen blijven in handen van de tegenwoordige bezitters; het getal feestdagen wordt beperkt."

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 oktober 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 oktober 1901

De Heraut | 4 Pagina's