Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Toezicht bij het Avondmaal.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toezicht bij het Avondmaal.

6 minuten leestijd

Een der moeilijkste vragen, waarvoor onze grootere kerken zich geplaatst vinden, is, hoe de Kerkeraad toezicht kan houden bij het Avondmaal.

Toezicht in dubbelen zin.

Vooreerst, dat geen ongerechtigden aan het Avondmaal deelnemen.

En ten tweede, dat de gerechtigden niet zonder wettige oorzaak van het Avondmaal wegblijven.

In onze dorpskerken bestaat deze moeilijkheid niet.

Men vergadert daar in één gebouw. Men kent elkander van aangezicht tot aangezicht. De Kerkeraad kan dus van het Avondmaal weren, wie er niet toe gerechtigd is, en nagaan welke gemeenteleden het Avond maal opzettelijk verzuimen.

Maar in onze groote stadskerken met hare duizendtallen van leden is dat onmogelijk. Het Avondmaal wordt in meerdere kerkgebouwen bediend, en de controle of de gemeente getrouw van het Sacrament gebruik maakt, is slechts globaal mogelijk, En nog veel moeilijker is het, van het Avondmaal te weren, wie er niet aan hoort, daar de ouderlingen slechts een deel der gemeente persoonlijk kennen en vaak niet eens weten, of een vreemde dan wel een lid der gemeente aan de tafel plaats neemt

Het spreekt wel van zelf, dat deze moeilijkheid niet eerst nu gevoeld wordt, maar ook door onze vaderen werd ingezien, en dat door hen reeds pogingen in het werk zijn gesteld, om dit euvel te verhelpen..

Gewoonlijk namen zij daarbij de toevlucht tot het zoogenaamde loodjesstelsel. Ieder, die aan het Avondmaal wilde deelnemen, moest van te voren een looden penning bij den Kerkeraad halen, en op de Avondmaalstafel stond .een bus of urn, waarin deze penningen geworpen werden. Zoo wist men, dat niemand ten Avondmaal kwam, dan die er recht toe had, en kon men nagaan, wie van het Avondmaal gebruik hadden gemaakt en wie weggebleven waren.

Toch heeft dit systeem van controle niet lang stand gehouden, en waar men in onze dagen beproefd heeft het weer in Ie voeren, bleek het op ernstigen tegenstand te stuiten. Ook de andere vormen, waarin men het toepaste, als het afgeven van Avondmaalskaarten of couponboekjes, die geknipt moeten worden, wekten eer tegenzin dan medewerking der gemeente.

Dit is te begrijpen.

Wie van zijn plaats opstaat om naar de Avondmaalstafel toe te treden, is onder den indruk van de heiligheid van het Sacrament.

Hij verkeert in die teedere stemming des gemoeds, waarbij al het aardsche wegvalt en de gedachte alleen is bij zijn Heiland, die in de teekenen van brood en wijn zijn Goddelijke liefde hem betuigen komt.

Op dat oogenblik, wanneer men als onwillekeurig de handen vouwt en de oogen sluit ten gebed, ten einde het hart op te heffen naar omhoog, waar Christus is, aan de rechterhand Gods, door een ouderling te worden staande gehouden, uit zijn zak of beurs een penning of kaart voor den dag te moeten halen en deze te moeten toonen, stoort die stemming der ziel en wekt wrevel op.

Gelijk het volk het misschien te scherp uitdrukt: een entreebiljet hoort bij de comedie thuis, maar niet bij het Avondmaal.

Al deze pogingen om toezicht op het Avondmaal te houden, hoe goed ook bedoeld, moeten uit dat oogpunt worden afgekeurd.

Veel verstandiger is daarom de methode, die te Amsterdam wordt toegepast, en die dan ook in de practijk dusver weinig moeite heeft opgeleverd.

De kerkeraad reikt bij belijdenis of indiening van attestatie, een lidmatenkaart uit, waarop de naam van de persoon staat geschreven, en deze wordt verzocht, bij het Avondmaal deze kaart bij zich te hebben.

De ouderlingen, die bij de tafel toezicht houden, hebben het recht, niet den plicht naar deze kaart te vragen.

Niet ieder, die dus ten Avondmaal gaat, behoeft deze kaart te toonen. Slechts in gevallen, waarin de ouderlingen bepaalde oorzaak hebben om te twijfelen, of iemand gerechtigd is, wordt naar het bewijs van zijn lidmaatschap gevraagd. En waar de meeste avondmaalgangers het sacrament gebruiken in hetzelfde kerkgebouw, waarin zij gewoonlijk de prediking volgen, zijn zij aan de ouderlingen, die daar zitting hebben, althans van aangezicht wel bekend, en komt het dus hoogst zeldzaam voor, dat zulk een onderzoek wordt ingesteld.

Ongetwijfeld kan op deze wijze misbruik van het Avondmaal plaats vinden. Maar hoezeer dit ook te betreuren is, zulks kan toch niet den kerkeraad als schuld worden aangerekend, alsof deze dan het Avondmaal ontheiligen liet.

De Kerkeraad staat schuldig, als hij met zijn medeweten en goedvinden tot het Avondmaal toelaat degenen die zich met hun leer of leven als goddelooze menschen aanstellen, m. a. w. wanneer hij den sleutel der tucht niet gebruikt om dezulken door een stellig verbod van het Avondmaal uit te sluiten.

Maar wanneer de Kerkeraad naar Christus ordinantie iemand het Avondmaal ontzegd heeft en hij desniettegenstaande misbruik maakt van de toevallige omstandigheid, dat de Dienaar des Woords, en de ouderlingen, die bij den Disch toezicht houden, zijn persoon niet kennen, om met de schare mede aan te gaan, dan komt de schuld daarvan op zijn hoofd en niet op den Kerkeraad neer.

Van een „ontheiligen van het Verbond Gods" en een „toorn verwekken over de gansche gemeente" is dan evenmin sprake, als wanneer iemand met geweld het Avondmaal nemen wilde en de predikant voor de overmacht bukken moest.

Men onderscheide hierbij dus wel, opdat de consciëntie der ambtsdragers niet noodeloos gekweld worde met het verwijt, alsof zij oorzaak zouden zijn, dat het Avondmaal door onwaardigen wordt genoten. Hier geldt de regel: wie onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zich zelf een oordeel.

Meer moeilijkheid levert daarentegen de vraag op, hoe toezicht kan worden gehouden, of de gerechtigde leden der gemeente wel geregeld het Avondmaal gebruiken.

Toch overschatte men ook dit bezwaar niet.

Waar geregeld huisbezoek gedaan wordt, gelijk onze kerke'norde het voorschrijft, daar is toch een der eerste vragen die hierbij gedaan worden, of het Avondmaal geregeld bezocht wordt en welke vrucht dit afwerpt voor het geestelijke leven.

De kerkeraad kan dus door getrouw huisbezoek wel degelijk weten, wie het Avondmaal eigenwillig en zonder wettige redenen verzuimt, en daartegen desnoods met de tucht optreden, wanneer dit noodig blijken mocht.

En wel blijft ook hierbij de mogelijkheid open, dat iemand opzettelijk de ouderlingen misleiden zou, en liegen, dat hij het Avondmaal bezocht had, terwijl hij was weggebleven. Maar zulk een opzettelijk bedrog komt dan op zijn hoofd neer en God zal hem daarover oordeelen.

Toch meene men niet, dat wij den bestaanden toestand als beantwoordende aan het ideaal beschouwen en geen verbetering in het toezicht op het Avondmaal noodig keuren.

Deze verbetering is echter alleen te verkrijgen, doordat men breke met het bestaande stelsel der groote kerken, waardoor de Kerkeraad feitelijk machteloos staat om de gemeente te leeren kennen, en kome tot verdeeling in parcchiën of wijken, met een vasten predikant en een vast aantal ouderlingen.

Eerst dan zal het bezwaar, waarop wij wezen, worden opgelost en beter toezicht bij het Avondmaal mogelijk zijn.

Waartegen wij alleen wilden opkomen is de onjuiste gedachte, alsof de bestaande toestand in onze groote kerken gelijk zou staan met de ontheiliging van het Avondmaal, die voortdurend in de Hervormde Kerk plaats vindt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 november 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Toezicht bij het Avondmaal.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 november 1901

De Heraut | 4 Pagina's