Praematuur.
Onze kerkelijke pers heeft tot dusverre omtrent den gang der onderhandelingen, die te Utrecht gevoerd worden, de grootste bescheidenheid in acht genomen.
Noch van de eene noch van de andere zijde heeft men getracht, invloed uit te oefenen op de mannen, die dit ernstige werk ter hand hadden genomen, of hun den weg voor te schrijven, waarlangs de oplossing der moeilijkheid kon gevonden worden.
Ons komt dit voor correct te zijn.
In een kraamkamer dringt men niet binnen. Men wacht geduldig tot de tijd geko men is, dat het kindeke gewasschen en gekleed aan de vrienden getoond kan worden. Dan heeft de critiek vrij spel en mag men goed-of afkeuren. Maar een oordeel te vellen vóór het kindeke er is, is op zijn zachtst uitgedrukt praematuur.
Wij zeggen dit niet, omdat wij de roeping der kerkelijke pers onderschatten.
Integendeel, voor het vrtje woord hebben wij steeds geijverd, en wij wenschen de pers ook in kerkelijke zaken niet aan banden te leggen.
Maar deze vrijheid moet toch ondergeschikt blijven aan de hoogere wet der liefde. Ze moet dienen om de gemeente op te bouwen en te stichten, niet om te verwarren of te verdeelen.
Men kan natuurlijk verschillen over de vraag, of het wenschelijk is, dat een zeker aantal personen, die daartoe geen officieel mandaat hebben van de synode, de oplossing trachten te zoeken van het hangend geschil over de opleiding tot den dienst , des Woords.
Er zullen broeders zijn, die het beter hadden gevonden, dat deze zaak nu eens geheel buiten de hoogleeraren der Theologische school en der Vrije Universiteit om behandeld ware geworden door de kerken zelve, en deze haar wenschen hadden geformuleerd.
Hoewel dit ons inzicht niet is, gunnen wij aan deze broeders het volle recht deze meening te bepleiten en daarvoor een lans te breken.
Maar daarbij mag toch niet vergeten worden, dat de broeders, die nu in ettelijke conferentiën getracht hebben tot een eenparig advies te komen, dit niet deden uit eigen beweging, maar op het dringend verzoek der kerken zelve, die èn te Amsterdam èn te Kampen om dit advies hebben aangeklopt.
En waar deze onderhandelingen nu eenmaal een feit zijn, daar behoort men over en weer die kieschheid in acht te nemen, dat men geduldig afwacht, welk resultaat deze onderhandelingen zullen opleveren, en niet van te voren reeds gaat vaststellen, hoe dit resultaat naar ons inzicht wel zal moeten zijn.
Wij moeten op dien grond een zacht protest laten hooren tegen hetgeen een onzer kerkelijke organen naar aanleiding van de jongste te Utrecht gehouden conferentie schreef.
Niet alsof wij eenige bedenking hadden tegen de juistheid van wat daar werd opgemerkt.
Integendeel, ook ons komt het voor, dat bij het voornaamste punt van verschil, de benoeming der hoogleeraren in de Theologie, wel als eisch zal moeten gesteld worden, dat degenen, die de benoeming doen, vooraf het advies der Theologische Faculteit of der hoogleeraren in de Theologie inwinnen.
Maar dit punt is geen punt van geschil.
En te Amsterdam èn te Kampen geschiedt geen enkele benoeming zonder dat vooraf het advies der Theologische hoogleeraren gevraagd is. Te Kampen hebben de Hoogleeraren zelfs het recht om bij de benoeming mede te stemmen.
Wij kunnen ons dus niet voorstellen, dat dit punt eenige moeilijkheid zal opleveren voor de broeders, die zich met deze zaak bezig houden. p
De moeilijkheid zit natuurlijk niet in hetgeen over en v^Qtx reeds gelijk is, rad^^rm. hetgeen waarin men dusverre verschilt. En daaromtrent zal bij onderlinge schikking een compromis moeten gevonden worden, waarbij eenerzijds de rechten en belangen der kerken genoegzaam gewaarborgd zijn, en anderzijds zorg is gedragen, dat het karakter der universitaire studie niet te loor gaat.
Ons protest gaat dus niet tegen de juistheid der opmerking, maar wel tegen het feit, dat men, nog staande de onderhandelingen, reeds gaat voorschrijven aan de broederen hoe hun advies zal moeten luiden, wil het genade vinden in de oogen der pers.
Gaat men dezen weg op, dan zal straks ieder zijn meening van te voren willen zeggen; dan krijgt men adviezen van links en rechts, waarbij allerlei conditio's sine qua non worden gesteld, en loopt het scheepke gevaar schipbreuk te lijden, eer het nog van stapel loopt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 17 november 1901
De Heraut | 4 Pagina's