De Zending en de Boeren.
Ds. C. Spoelstra, die geruimen tijd-te Pretoria predikant is geweest, heeft voor den Zendingsbond van predikanten in Overijssel en Drente een referaat gehouden over de vraag, 0/ de Boeren vijanden der Zending zijn.
Dit referaat is thans in druk uitgegeven bij H. Tulp te Zwolle en verdient ten volle de aandacht, die er in onze Pers aan geschonken wordt.
Met tal van aanhalingen uit gezaghebbende schrijvers wordt bewezen, dat de beschuldiging, alsof de Boeren vijandig tegenover de Zending staan, niets anders dan laster is.
De Boeren hadden bezwaren tegen de Zendingsgenootschappen, die geheel buiten de Kerk om arbeidden en woord en sacrament bedienden zonder wettige roeping.
Ze wilden niets weten van het Londensche Zendingsgenootschap, dat den Kaffer en Hottentot voortrok boven den Boer; den kolonist in zijn levensbestaan bedreigde door een valsche gelijkheid in het leven te roepen, en zending dreef in dienst der Engelsche politiek.
Maar hoe weinig vijandig zij stonden tegenover een Zending, die het werkelijk te doen is om het Evangelie van Christus aan den inboorling te brengen, blijkt uit de talrijke getuigenissen van niet-Engelsche zendelingen, die in Zuid-Afrika hebben gearbeid en niet anders dan lof hadden voor de medewerking der Boeren.
Dit alles wat Ds. Spoelstra meedeelt, is zeker voor ons niet nieuw. Maar het is goed, dat het telkens weer herhaald wordt om de Zendingsvrienden in ons land, die door de PZngelsche zendingsliteratuur zulk een gansch verkeerde voorstelling van de Boeren hebben gekregen, beter in te hchten.
Het meest belangrijke deel van dit referaat is wel, waar Ds. Spoelstra mededeelingen doet omtrent hetgeen de Kerk in Zuid-Afrika zelve voor de Zending heeft gedaan.
De Boeren en de Zending, zegt hij . ..
De Boeren en de Zending vormen dus geen schrille tegenstelling, maar staan tot elkander in steeds beter wordende verhouding. Ware nu de zendingsarbeid grootendeels in Engelsche handen, wij zouden, als reactie op de wandaden van dit diep gezonken „christenvolk'^ de zending in Zuid Afrika wederom een eeuw achteruit zien gaan. Doch, hoewel de 7noreele schade door Engtland aan de zending in Zuid-Afrika berokkend, niet in woo''den, noch in cijfers, is weer te geven, kunnen wij niet anders dan Gods ont t farming danken voor het feit, dat er tal van vreemde genootsc' appen op den zendingsakker g werken, die het volle vertrouwen en de warmste g sympathie der Boeren bezitten. En wat ons g vooral met goede hope vervult is dit: de eigen v zonen en dochteren der Afrikaners ontwikkelen in het zendingswerk zulk een zeldzame energie, t dat zij de beste der vreemde zendingsgenootschapen spoedig zullen overvleugeld hebben. Wij c schrijven dit toe aan het o. i. zeer toe te juichen, verlaten van het genootsc liappelijk stelsel, k zoodat wij hier te doen hebben, met den zen dingsarbeid der Ned. Geref. Kerk in de Kaap w kolonie en dien harer dochters in N'atal en de heide Boerenrepublieken. g
En daarna volgt een vluchtig overzicht van den Zendingsarbeid der Ned. Geref Kerk in Zuid-Afrika, waaruit echter genoegzaam blijkt dat er een lust en ijver voor de Zen ding in deze Kerk gevonden wordt, die voor menige Kerk in Europa beschamend heeten mag.
Wij zijn Ds. Spoelstra dankbaar voor dit woord.
Hij, die zelf jarenlang onder de Boeren gewerkt heeft en van nabij hun leven gadesloeg, was de man om dit pleidooi voor hen te voeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 17 november 1901
De Heraut | 4 Pagina's