Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de historie van het Calvinisme.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de historie van het Calvinisme.

5 minuten leestijd

De Reformirte Kirchenzeitung, het cenige blad in Duitschland, dat nog den Gereformeerden naam hoog wil houden, gaf onlangs een drietal trekken uit de historie van het Calvinisme, waaruit de ootmoed, fierheid en vroomheid onzer vaderen bleek. Ze zijn alle drie ontleend aan de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Frankrijk en mogen hier in ietwat vrijere vertaling een plaats vinden.

De eerste trek geldt Theodorus Calvijn's vriend en opvolger. Beza,

„Het was op het godsdienstgesprek te Poissy, dat voor den jongen koning Karel IX en zijn moeder, de beruchte Catharina de Medicis, de ware bewerkster van den Bloedbruiloft te Parijs, met bescheiden maar vastberaden houding een jong Fransch edelman optrad, dien de woede van zijn vijanden en de onverdraagzaamheid van zijn vaderland in ballingschap had gedreven. Eerbiedig valt hij op de knieën, ziet den jongen Koning deemoedig en toch moedig in de oogen en bidt dan met diepbewogen stem de woorden, waarmede nog elke godsdienstoefening der Fransche Gereformeerden aanvangt: Heere God, eeuwige en almachtige Vader, wij belijden en erkennen voor uw heilige Majesteit, dat wij arme zondaren zijn, in zonde ontvangen en geboren, geneigd tot alle kwaad en onbekwaam om uit ons zelf iets goeds te doen; en dat wij dagelijks uw heilige geboden overtreden, waardoor wij uw toorn tegen ons verwekken en den dood en de verdoemenis op ons laden...." Dit gebed, door Calvijn opgesteld, de zoogenaamde „Belijdenis der Zonden", maakte op het hart der oude goddelooze Koningin zulk een diepen indruk, dat zij uitriep: „God sta mij bij, ik geloof zeker, dat ik spoedig een hugenote worden zou."

Getuigt deze eerste trek, hoe diep de Calvinist in schuldgevoel wegzinkt voor zijn God, niet minder schoon is de tweede trek, die ons doet zien, hoe hij, waar het de eere van dien God geldt, voor geen koning wijkt.

„Koning Hendrik IV had, om Frankrijk's kroon te winnen, zijn geloof prijsgegeven. Toch hield hij veel van zijn minister, den Hugenoot Duplessis-Mornay. Hij was hem oneindig dankbaar voor alles wat deze voor hem was en deed. De hovelingen, die om den koning de wacht hielden, hadden echter gaarne den vervelenden minister geloodst, die hun belette, de ketters voor goed uit Frankrijk te bannen. Zij boden, toen dit niet ging, den dapperen minister 50, 000 kronen, opdat hij het hart des konings wankelmoedig maken zou. Zijn antwoord was: „Het geweten van mijn koning is niet te koop en het mijne evenmin." En toen de koning zelf, door de hardnekkige en stelselmatige vervolging zijner tegenstanders, aan het wankelen gebracht, dreigde toe te geven en zijn minister poogde mee te sleepen, gaf Duplessis Mornay hem dit fiere antwoord: „Majesteit, ik ben uw dienaar in alle dingen, die het koninkrijk en den staat aangaan, maar over mijn geweten is niemand koning, dan God alleen."

En toch nog roerender is de laatste trek, die ons den Calvinist doet zien, nu niet fier tegenover den mensch, maar in kinderlijk vertrouwen zich overgevende aan de leiding Gods:

„Gedurende den vreeselijken oorlog, die jaren lang Frankrijk's vruchtbare dreven teisterde, was eens de Coligny door zijn tegenstanders, de Guises, jammerlijk geslagen. Zonder thuis, als de gemeenste misdadiger door allen verworpen en vervolgd, voortgejaagd en achterna gezeten als een hert, maar toch getroost in zijn God, week de groote admiraal, de grootste man van Frankrijk, aan het hoofd zijner wakkere troepen terug, om zoo mogelijk met zijn familie saam te treffen. Daar wordt, in een draagstoel gezeten, langs hem gedragen een arme vrome edelman, uit tal van wonden bloedend, verbonden aan alle zijden. Hij ziet den admiraal, die treurig en ernstig voorbijgaat, trouwhartig in de oogen, en terwijl hij van smart bijna niet spreken kan, roept hij hem dat heldhaftige woord toe: Si est-ce que Dieu est très-doux! En toch is de Heere zoo goed!"

Wij waardeeren het, dat de Ref. Kirchen-Zeitung, door deze trekken uit de rijke historie van het Calvinisme mede tedeelen, bewondering heeft willen opwekken voor den heldenmoed, geestkracht en ootmoed, die de Gereformeerde belijdenis van Gods souvereine genade kweekt.

Maar juist daarom betreuren wij het te meer, dat de Ref. Kirchenzeitung, die de historie van het Calvinisme zoo hoog toont te waardeeren, steeds minder de wacht houdt bij de zuiverheid van het gereformeerd beginsel.

In het vlak daarop volgende nummer wordt in een meditatie over het „Wezen des Christendoms" gezegd, dat de Zone Gods, ook indi, en de zondeval niet tusschenbeide gekomen ware, in de menschelijke natuur zou zijn ingegaan om de volle gemeenschap tusschen God en ons menschelijk geslacht te bewerken.

Zoo wordt met de historie van het Calvinisme gedweept en de belijdenis van het Calvinisme uitgeruild voor ethische theosophie.

Begrijpt de Ref. Kirchenzeitung niet, dat men aldus met de eene hand afbreekt, wat men met de andere hand tracht op te bouwen ?

Wie de geloofskracht, in mannelijke geloofsdaden zich uitend, van het Calvinisme terugwenscht, moet beginnen met in de eerste plaats te breken met de verslappende ethische theologie, en terug keeren tot de kerngezonde belijdenis onzer vaderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 december 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de historie van het Calvinisme.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 december 1901

De Heraut | 4 Pagina's