Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Recensiën.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Recensiën.

8 minuten leestijd

H. HOEKSTRA. De opgang uit de hoogte. Vijftien leerredenen over de twee eerste hoofdstukken van Lucas. A. Fischer, Utrecht 1902.

Deze bundel advents en kerstpreken van den bij ons volk zoo geliefden prediker zal zeker met blijdschap worden ontvangen niet alleen door de kerken, die met ieesdienst zich moeten behelpen, en de kranken, die niet ter prediking kunnen opgaan, maar ook door hen, die tijd hebben voor het lezen van stichtelijke lectuur. Want goede stichtelijke lectuur geeft Ds. Hoekstra altijd. Er moge in deze predikatiën niet gevonden worden die adelaarsvlucht der gedachte, waardoor verrassende vergezichten in Gods openbaring worden geopend. Maar Ds. Hoekstra biedt degelijke, gezonde kost. Hij kent het leven der gemeente, haar nooden en bezwaren, haar afwijkingen en gevaren. En er is geen woord Gods, zelfs het schijnbaar dorre niet, of onder zijn handen wordt het een vruchtbare bron van leering en vermaning, zonder dat hij daarom ooit tot een valsch vergeestelijken der Schrift de toevlucht behoeft te nemen. Onzen jongen predikanten zij in dat opzicht deze bundel aanbevolen niet ter navolging — elk goed homileet preekt op eigen wijs — maar wel ter ernstige bestudeering.

EDITH WARTON, Na den dood tot zegen. Naar het Engelsch (a gift from the grave) vertaald door J. Berlage. M. J. Slothouwer, Amers foort, 1901.

Een bekeeringsgeschiedenis in modernen geest, waarin geteejcend wordt, hoe een man, wiens karakter door zelfzucht bedorven was en die daardoor tot onridderlijke daden verviel, ten slotte door de nagelaten brieven eener vrouw, die hem liefhad, een louteringsproces ondergaat. Van „zegen" in hoogeren zin is hier geen sprake. Het is geen waarachtige bekeering tot God, maar een bekeering van de zonde tot de deugd Hoewel als roman niet onverdienstelijk, mist dit boek echter elk christelijk stempel.

MEVR. PROSSER, Zacharias Eigendunk en zijn oude Grootboek. Naar het Engelsch. Höveker en Wormser. Amsterdam 1901.

Ook deze uit het Engelsch vertaalde geschiedenis geeft een bekeeringsverhaal, maar in christelijken geest. Hoewel wij het betreuren, dat in onze christelijke kringen zooveel vertaalde literatuur gelezen wordt, met name Engelsche literatuur, waardoor een geest gekweekt wordt, die niet nationaal en niet Calvinistisch is, begrijpen wij toch dat bij onze armoede aan christelijke schrijvers, ons christelijk publiek nog liever bij vreemden te gast gaat, dan bij een eigen literatuur, die lijnrecht tegen het christendom zich keert. De vertaling van het bovengenoemde werkje is goed gelukt; de platen zijn keurig uitgevoerd; band en druk doen den uitgever eer aan.

JoïiANNA BREEVOORT. Vrouwenweelde en Vrouivensmart. D. A Daamen, Rotterdam 1901.

Het gebrek aan gezonde, christelijke, Nederlandsche literatuur, waarop wij hierboven wezen, heeft den bekenden uitgever Daamen aanleiding gegeven een serie christelijke romans in het licht te geven, waarvan de eers eling voor ons ligt in Johanna Breevoort's Vrouwenweelde en Vrouwensmart.

De poging, die hier gewaagd wordt om ons leesgraag publiek gezonde kost te verschaffon, en tegelijk den nog schuilenden talenten in onze christelijke kringen gelegenheid te geven voor den dag te komen, wordt door ons van harte toegejuicht.

Alles is inve. Er is geen macht, geen talent, geen terrein des levens, dat de christen aan de wereld mag prijsgeven. Overal moet hij getuige van de waarheid Gods zijn. Ook de letterkunde dient Hem te verheerlijken. Bilderdijk en Da Costa, Hasebroek en Beets zijn ons voorgegaan._ En het is een gebrek, dat hun plaatsen leeg zijn gebleven. Een christelijke literatuur is er in onze dagen niet.

Johanna van Breevoort schildert in haar roman de worsteling, die juist door dit gebrek in de voor kunst aangelegde naturen ontstaat. De hoofdpersoon in haar verhaal is een jonge vrouw, die in streng Calvinistische kringen opgevoed, nu onder de machtige bekoring der nieuwe literatuur komt, meegesleept wordt door de liefde voor een dezerjonge letterkundigen, een tijdlang afdwaalt van haar Heiland, maar ten slotte gelouterd in den smeltkroes van het lijden, weer ruste vindt in het geloof.

De schrijfster is uitstekend op de hoogte van de nieuwere literatuur. Zij heeft een open oog voor het schoone èn gevaarlijke — gevaarlijk juist omdat het zoo schoon is — van deze letterkunde. Haar critiek, in levensbeeid ge goten, is volkomen juist. Het is een goed boek, dat waard is in veler handen te komen.

Vrouwenleed en Vrouwensmart staat dan ook verre boven Johanna Breevoort's eersteling: Haar idealen. Was daar de teekening der levensverhoudingen onjuist en leed het boek onder de vooropgezette tendenz, zoodat de personen meer marionetten dan werkelijke menschen waren, dit bezwaar is thans groolendeels overwonnen.

Wij vergeven dan ook gaarne aan Johanna Breevoort, dat het Calvinisme bij haar nog niet tot zijn recht komt. Blijkbaar leeft ze zelf meer uit het Reveil. Hier en daar komen zelfs uitdrukkingen voor, die op het kantje af naar gevaarlijke mystiek neigen. Maar dit neemt niet weg, dat wij met blijdschap dit werk aanbevelen, en van harte hopen, dat de schrijfster haar onmiskenbaar talent steeds meer ontwikkelen moge.

Alleen zouden wij haar den raad willen geven, van eigengemaakte poëzie af te zien. De heldinnen in haar beide romans gevoelen voortdurend behoefte aan „dichterlijke ontboezemingen". Nog daargelaten, dat deze truc voor één maal genoeg is, kan alleen wie zelf waarlijk dichter is, zich deze aardigheid veroorloven.

DR. G. VELLENGA. De heilige Doop naar het Nieuwe Testament. Utrecht, Kemink en Zoon 1901,

Dr. Vellenga gaat bij den strijd, die ook heden nog altijd gestreden wordt over de juiste beteekenis van den Doop, terug naar de bron en onderzoekt in deze veelszins belangrijke studie, wat het Nieuwe Testament ons aangaande den Doop leert. Zijn uitgangspunt is daarbij « het doopsbevel, terwijl vervolgens de uitspraken over den Doop in de Evangeliën, de HandeUngen en de Brieven worden nagegaan. Het resultaat waartoe hij komt, is, dat de Doop niets anders is dan een teeken, een symbool. Dat daarom aan den Doop geen magische of mystieke werking mag worden toegeschreven. Wel is er ook een mystieke Doop, de „geestesdoop, " dien Christus zelf aan de zijnen schenkt, en waardoor zij één met Hem worden, maar deze geestesdoop staat los naast den waterdoop. Een ander verband dan dat van zinnebeeld en beteekenende zaak is er niet. Hoe uitnemend'dit betoog ook is tegenover de Roomsche en Luthersche opvatting van den Doop, als school in het sacrament zelf een Goddelijke kracht om weder te baren, de schrijver laat hst sacramenteel karakter van den Doop geheel te loor gaan; de Doop is voor hem niets dan een zinnebeeld, dat zijn waarde ontleent alleen aan Christus bevel. Het is de Zwingliaansche opvatting van het sacrament, nu op den Doop toegepast. Kenmerkend is voor zijn standpunt de doopsformule, gelijk die volgens hem luiden moet: „Ik doop u in den naam van Jezus Christus tot (d. w. z. opdat de levensrichting van den doopeling uilga naar) God den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest." De Doop brengt niet in levensgemeenschap met den Drieëenigen God, maar wijst den doopeling alleen naar die gemeenschap heen. Deze opvatting van den Doop is zeker niet die van het Nieuwe Testament en toont opnieuw, hoe degenen, die zeggen tot de Schrift te willen terugkeeren, toch feitelijk niet anders doen dan hun meening in de Schrift leggen.

Taal en stijl verraden den Fries, voor wien het Nederlandsch altijd een vreemde taal blijft.

P. WAGEMAKER. De ware bekommerden en Christen-prediking. Twee verhandelingen. Hilver sum J. H. Witzel, r9oi.

De emeritus-dienaar van Hilversum heeft in deze beide verhandelingen een verweerschrift geleverd tegen hen, die niet willen, dat de bakommerden in de prediking afzonderlijk worden aangesproken en die in de prediking alleen de objectieve (voorwerpelijke) genade willen voor gesteld zien, niet de subjecüeve (onderwerpelijke) toepassing dier genade in den geloovige. In hoofdzaak zijn de lijnen in dit betoog zuiver getrokken. D, - '. Wagemaker beschouwt de „bekommerden" niet als een middenstof, tusschen dood en leven in, maar voorzoover de bekommering waarachtig is, als wedergeboren kinderen Gods, die echter nog niet zich zelf bewust zijn van hun genadestaat en daarom door de prediking tot helderheid des geloofs moeten gebracht worden. Voorts wil hij in de prediking de toepassing der genade op het hart van Gods kind nooit los van Christus maken, of de bevinding als een grond voor het geloof stellen, maar handhaaft hij alleen, dat de "prediker heel het Woord Gods heeft te brengen, óók wat in dat Woord lot vermaning, bestraffing en opwekking van het leven des geloofs gezegd wordt. Hoewel wij op beide punten het in hoofdtak van harte met Ds. Wagemaker eens zijn, schijnt ons toch de keuze van den naam zijner tweede verhandeling beslist onjuist. Een prediking iian den Christen is nooit geoorloofd in de Kerk. De prediking is en blijft altijd bediening van Gods Woord.

Eerste Jaarverslag van de Gereformeerde Vereeniging voor Drankbestrijding. R. Slingerberg, Hoogeveen.

Dit jaarverslag der bekende Gereformeerde Vereeniging voor Drankbestrijding toont, dat de jonge vereeniging aanvankelijk in bloei zich vet heugen mag; haar ledental bedraagt thans 365, benevens 52 begunstigers. Van baareerste jaarvergadering, te Rotterdam gehouden, wordt een uitvoerig verslag gegeven. Terwijl voorts blijkt, dat de vereeniging op allerlei manier propaganda maakt in de Pers en op de Depu taten vergadering; door brochures en petities aan da Staten Generaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 december 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Recensiën.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 december 1901

De Heraut | 4 Pagina's