Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN STUKKEN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN STUKKEN.

5 minuten leestijd

{Bteifen verantwoordelijkheid van de Redactie)

Zending onder de Joden van de Geref. Kerken in Nederland.

Niet anders dan met groote blijdschap kan het worden begroet, dat in de laatste jaren de Zendingsgeest in onze Gereformeerde Kerken is begonnen te ontwaken. Gemeenten, waar vroeger weinig of niets voor de Zending is gedaan, brengen nu jaarlijks honderden guldens bijeen, en openbaren ook door het lezen van Zendingsbladen, het doen houden van Zendingsdagen, en het medewerken tot het uitzenden van Zendingsdienaren een benijdbaren ijver.

Als we zien hoe er b.v. over bijna geheel r ons Vaderland gearbeid wordt voor de zoo uitnemende stichting van „Scheurers Hospitaal", dan moet ons dat met dankzegging aan den Heere vervullen. En als we in aanmerking nemen hoe in korten tijd onderscheidene Broeders zich voor den dienst der Zending hebben overgegeven, dan moet dit alle vrienden der Zending tot zeer groote blijdschap stemmen, en mogen we ons grootelijks verheugen, dat meer dan vroeger onze dure roeping in dezen wordt gevoeld.

Maar eilacij! Hoe komt het toch dat die Zendingsgeest zich in zoo eenzijdige richting openbaart ? Hoe komt het, dat naarmate de belangstelling in het lot der Heidenen is toe genomen, die omtrent de Joden is begonnen te verflauwen ? Hoe komt het, dat Kerken en Vereenigingen, die vele honderde guldens telken jare voor den arbeid op Java bijeen brengen, geen enkelen gulden afstaan voor den arbeid onder de Joden, die rondom hen, en soms vlak bij hen wonen ?

Hoe komt het, dat wanneer er over de Zending gesproken wordt, de meeste broeders uitsluitend denken aan de Zending onder de Hei denen, en net doen alsof er geen Zending onder de Joden meer is ?

De opmerking was dan ook zeer juist, die, nog niet lang geleden, door een Broeder, die Kerkvisitatie moest houden, werd gemaakt, toen hij zeide: dat er bijna immer gevraagd werd of er ook niets aan de Zending onder de Heidenen werd gedaan; maar er zelden of ooit nadruk op werd gelegd, dat wij ons ook den toestand der Joden hadden aan te trekken.

Is het niet allerbedroevendst hoe weinig onze geachte Penningmeester heeft te verantwoorden. Enkele Kerken en Vereenigingen blijven trouw de Joden-Zending steunen; en sommige Broeders en Zusters toonen voortdurend, dat hun harte nóg zeer warm klopt voor de beminden om der Vaderen wil. Maar over het algemeen is er een gestadige achteruitgang in de inkomsten; zoodat reeds het eene papier na het andere moest worden verkocht, en de kas buitengewoon hard is geslonken.

Als hier geen verandering in komt, dan zal het niet zoo heel lang meer duren of de Zen ding onder de Joden zal wegens gebrek aan middelen moeten worden opgeheven.

Zou dat mogen; moeten we zulk een smaadheid, waarin onze tegenstanders zouden roemen, niet in tijds trachten af te wenden ?

Ieder begrijpt toch, dat het salaris van onzen Colporteur op tijd moet worden betaald, en dat het zoo noodig is om den belangrijken arbeid te Rotterdam en elders zooveel mogelijk te steunen. Nu reeds hebben Deputaten hunne bijdragen, voor overigens zeer nuttigen arbeid onder Joden, moeten inkorten; veel liever zouden zij die hebben willen verhoogen, maar dat kunnen z^ alleen, als kerken, vereenigingen en particulieren hen daartoe in staat stellen. Laten we daarom trage handen en slappe knieën weer oprichten, en onzen trouwen Penningmeester, den heer

N. KOOPS.

Oostvestplein, 65 Rotterdam,

gedurig met een gave der liefde verblijden. Gedenken we vooral ook dezen arbeid voortdurend in het gebed. We weten toch, dat helaas! de vijandschap en de onverschilligheid der Joden zeer groot is, waardoor de arbeid onder hen zoo moeielijk wordt, gelijk onze Colporteur, Broeder Smit, daar gedurig over klaagt. Ook in Den Haag, waar genoemde Broeder thans is gevestigd, is die vijandschap en onverschillig heid groot; toch heeft hij ook aldaar reeds met onderscheidene Joden kunnen spreken, en tal van traktaten hun kunnen uitreiken.

Moge Israels God de aangewende pogingen rijkelijk zegenen; en ook hetgeen door onzen Broeder in Zwolle en elders is verricht, met den dauw des Heiligen Geestes bevochtigen. O, brengen we dit alles gedurig voor den troon der genade; want de Heere wil ook hierom van den huize Jakobs aangebeden zijn.

Hoe heerlijk zoude het zijn, wanneer door middel van onze Zending zij het ook maar een enkele Jood den Heere Jezus a}s zijn Heiland leerde kennen; maar al bleef die vrucht ook uit, dan nog hebben wij te arbeiden terwijl het dag is, en te beseffen, dat Abrahams nakomelingen behooren tot de creaturen, aan wie het Evangelie des Koninkrijks moet worden ge­ r predikt.

Openbaren we daarom bij onze warme belangstelling in den arbeid onder Heidenen en Mahomedanen, ook een weinigske liefde voor de Joden, zoodat wij het eene doen en het andere niet nalaten. En gebiede onze God en Heiland over beide zijnen onmisbaren zegen!

E. KROPVELD,

Dep. voor de Zending onder de Joden.

Rijswijk, Januari 1902.

'sGravezandelaan 12.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 februari 1902

De Heraut | 4 Pagina's

INGEZONDEN STUKKEN.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 februari 1902

De Heraut | 4 Pagina's