Buiteuland.
Duitschland. Ken waardeerend oordeel.
In de Reformirfe Kirclienzeitung werd onze aandacht zeer getrokken door een artikelenreeks over „Neuere Calvin-Litteratur", waarin achtereenvolgens het werk van den hoogleeraar van Montauban E. Doumergue over Calvijn, voorts het tweede deel van F. W. Kampscbulte, „Johann Calvin, seine Kirche und sein Staat in Genf, " daarna C. A. Cornelius, „Historische Arbeiten, vornehmlich zur Reformationszeit, " en ten slotte Dr. F. L. Rutgers, „Calvijn's invloed op de reformatie in de Nederlanden voor zooveel die door hemzelven is uitgeoefend, " besproken worden. Ze zijn van de hand van Lic. A. I^ang, die in zijn monographie over de bekeering van Calvijn getoond heeft een man te zijn, die zich goed in de historische vraagstukken, welke den persoon van genoemden grooten reformator betreffen, heeft ingewerkt.
Het boezemt ons minder belang in, wat L'c. A. Lang oordeelt over Doumergue's meesterwerk ; ook zullen wij niet uitweiden over Lang's gedachten over de beide andere werken, al betreuren wij het met den schrijver, dat het werk van Ciirnelius daar eindigt waar Calvijn's groote strijd in de processen tegen Balzec en tegen Servet begint. Maar het mag wel in dit blad vermeld worden als een zaak die ons verheugt, dat de arbeid van den hoogleeraar Dr. Rutgers in het buitenland, met name in Duitschland, door een bevoegd historicus zoozeer gewaardeerd wordt. Wel heeft de heer Lang de aanmerking op Dr. Rutgers' werk gemaakt, dat als tekst slechts 38 bladzijden, en als aanteekeningen bijna 200 bladzijden worden gegeven, doch dit kan men bij eene rectorale rede niet anders verwachten. Het voornaamste is, dat Lic. Lang den „lebhaften" wensch koestert, dat Dr. Rut gers' werk in Duitschland vlijtig zal bestudeerd worden. Het blijkt ook, dat de schrijver het oordeel van Dr. Rutgers: „Wat door Gods genade 'juist aan CALVYN in bijzondere mate gegeven was: de besliste erkenning van Gods Souvereiniteit, die onvoorwaardelijke onderwerping aan de HeiUge Schrift, die diepte in de opvatting van de waarheid, die klaarheid in haar formuleering en die onbeperkte toepassing op het leven; dat heeft door diezelfde genade juist dien bijzonderen weerklank gevonden. Van de Nederlandsche Reformatie is het eigen karakter, voor zooveel men daarvan spreken kan, niet de godsdienstige oppervlakkigheid van het Humanisme, niet de nuchtere verstandelijkheid van het zoogenaamde Zwinglianisme, niet de traagheid van het kerkelijk Conservatisme, noch ook de losbandigheid of de bandeloosheid van het Anabaptisme of het Libertinisme, maar veeleer het beginsel, dat dat alles reeds vroeg overwonnen heeft, het beginsel dat belichaamd was in het Calvinisme, naar den diepen, veelomvattenden zin van dat woord."
Ook spreekt Lic. Lang het uit, dat Dr. Rutgers' nauwkeurige kennis van deze zeer omvangrijke literatuur hem op vele plaatsen in staat stelt om de Straatsburger uitgave van Calvijn, in het bijzonder diens Thesaurus Epistolicus, te verbeteren. Door Herminjard's arbeid was het reeds aan den dag gekomen, dat de uitgave van de brieven van Calvijn in het Corpus Reformatorum, voor verbetering vatbaar zijn. Onder anderen bewijst Dr. Rutgers, dat de geleerde uitgevers van Calvijn's werken niet wisten, dat een der strijdschriften van Calvijn, tegen de Pseudo-Nicodemieten, de „Response a un certain HoUandais, " tegen Coornhert, die in den strijd tegen de Remonstranten bekend werd, gericht is.
Doch niet alleen, dat een werk van een hoogleeraar onzer Vrije Universiteit gewaardeerd wordt, maar ook het feit, dat deze waardeering plaats vindt, omdat diens werk meer licht verspreidt over Calvijn, zijn machtigen invloed en groot werk, is ons een oorzaak van blijdschap.
Engeland. Tegenstribbeling tegen de Vrije Schotsche en de Presbyteriaansche kerken.
Het blijkt, dat het tot standkomen van de vereeniging tusschen de geünieerde Presbyteriaansche kerk en de Vrije Schotsche kerk hier en daar door de gemeente niet als een voldongen feit beschouwd wordt. De bladen meldden den 3isten December van het vorige jaar: „Kerkelijke oneenigheden in Schotland, die eenige maanden geleden aanleiding gaven dat een predikant op het eenzame eiland St. Kilda de toevoer van levensmiddelen afgesneden werd, hebben op het eiland Lewis den laatsten Zaterdag tot oproerige samenscholingen aanleiding gegeven. De volgende zaken gaven daartoe oorzaak. Den predikant van Ness werd door zijne gemeente het gebruik van de kerk geweigerd. De ovejheid liet politie aanrukken en ontbood een smid om de kerk open te breken. Een vijfhonderdtal personen deed daarop door middel van het werpen van steenen een aanval op de politie. De politie was genoodzaakt om zich in de kerk terug te trekken en werd daarin opgesloten. Ten slotte gal de politie de kerk over onder beding van vrijen aftocht op het eiland. Dat verhinderde niet, dat de politie bij haar terugtrekken in meerdere of mindere mate met het werpen van steenen werd lastig gevallen. Het eiland is nog niet rustig en het is daarom waarschijnlijk, dat de regeering tot het zenden van een militaire macht zal moeten besluiten.
De rechtbanken zijn van gevoelen dat het besluit van de Synoden der Vrije Schotsche kerk en van de Geünieerde Presbyteriaansche kerk om de beide kerken te vereenigen, bindend was voor alle keiken die op genoemde algemeene vergaderingen vertegenwoordigd waren. Daarom kan een predikant, die met de vereeniging medegaat, in de pastorie blijven wonen, en in de kerk voor enkele hoorders blijven preeken, al is zijn kerkeraad en al is de gemeente voor het meerendeel er voor, om niet met de vereeniging mede te gaan. Maar hoe kan de predikant zich dan handhaven als slechts weinigen hem blijven volgen? Waar moet dan zijn tractement vandaan komen ?
Zijn tractement komt er toch wel, want men hetfc in de vereenigde kerken een „sustentationfund" (ondersteuningsfonds) voor welk fonds alle kerken bijdragen, en waaruit ook alle predikanten hun minimum tractement ontvangen. Wanneer nu een predikant door het meerendeel zijner gemeenteleden verlaten wordt, dan lijdt hij weinig schade, want het minimum tractement, dat ongeveer ƒ 1800 bedraagt, wordt hem toch uit de algemeene kas uitbetaald. Uit het bovenstaande blijkt duidelijk, hoe schadelijk een algemeen fonds werkt. Wij houden het er althans voor, dat menige kerk in de Schotsche hooglanden het kerkverband wel verbreken zou om hare belijdenis tegen verwatering te beschermen, wanneer niet de algemeene fondsen eene belemmering daarvoor waren. Het is waar dat het geloof ten slotte door alles heenbreekt En daarom hopen wij dat de mannen, die in Schotland om der wille van de handhaving der Gereformeerde belijdenis meenen, dat zij niet mogen medegaan met de vereeniging, desnoods met blijdschap mogen aanzien dat zij van het kerkgoed worden beroofd, wetende dat op dit terrein met kracht en geweld, dus ook met steenworpen, of uithongering van een predikant, juist het tegenovergestelde verkregen wordt van datgene wat men bedoelt. „Die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan; " en, „niet door
kracht noch door geweld, maar door Mijnen Geest zal het geschieden, zegt de Heere der heirscharen".
N.-Amerika. Eene kleine rectificatie.
Naar aanleiding van hetgeen we in dit blad schreven over de pogingen, die van Gerefor meerde zijde in de Nieuwe wereld aangewend worden om te geraken tot het stichten van Gereformeerde scholen, ontvingen wij een brief van Ds. K. Kuiper uit Chicago. Wij hadden geschreven dat de openbare school in N.-Amerika niet voldoet aan de eischen, die een Gereformeerd huisvader aan de school van zijn kroost stellen moet. Wel wordt daar uit den Bijbel gelezen enz. Deze mededeeling nl. dat er op de openbare school van N.-Amerika uit den Bijbel gelezen wordt, ontleenden wij aan een broeder, die een tijdlang in Amerika geweest was. Het blijkt nu echter uit het schrijven van Ds. Kuiper dat de broeder, die ons inlichtte, van oordeel geweest was dat de toestand, dien hij in lowa gevonden had, in alle staten van de vereenigde republiek heerschte. Door Ds. Kuiper nu beter voorgelicht, kunnen wij in korte woorden den toestand op het gebied van onderwijs in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika aldus beschrijven:
Er bestaan in N.-A. publieke scholen. De ouders van een district kiezen een schoolboard (schoolbestuur of schoolcommissie) die d school voor een groot deel naar hun goedvinden inrichten, en daarom hangt het karakter van het onderwijs voor een groot deel af van den geest der bevolking in een district. (Juist zoo als in Nederland; de openbare school heeft immers op de Gereformeerde Veluwe een geheel ander karakter dan in het Roomsche Noord-Brabant.)
Daarom kan men niet zeggen, dat de Bijbel op de openbare scholen in Amerika gelezen wordt. Het is waar dat er zulke scholen zijn, en wel in Michigan, in vele scholen in het westen, in lowa en, Dacota, maar in de meeste scholen is van Bijbellezen geen sprake. In den staat Wisconsin is zelfs door de wet bepaald, dat de Bijbel in de publieke scholen niet mag gelezen worden. In Chicago is men nog verder gegaan. Daar is niet alleen het Bijbellezen, maar ook het gebed op de school verboden. In Detroit, in Michigan, werd voor den bevoegden rechter, enkele jaren geleden, een rechtsgeding gevoerd over de vraag, of op de openbare school een bloemlezing uit den Bijbel mocht gelezen worden. De rechter beantwoordde die vraag in ontkennenden zin
Onze lezers kunnen hieruit zien, dat de toestand op schoolgebied in Amerika nog veel erger is, dan wij hem hadden voorgesteld. Daarom verheugt het ons te meer, dat Gereformeerde broeders de hand aan den ploeg slaan, om voor het zaad der kerk scholen te verkrijgen, die op den grondslag der Gereformeerde belijdenis gebouwd worden.
Wij wenschen nog te kennen te geven, dat brieven als die van Ds. Kuiper te Chicago ons steeds aangenaam zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 9 februari 1902
De Heraut | 4 Pagina's