Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenuland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenuland.

7 minuten leestijd

Duitsch'and. Methodistisch streven. Daar waar het kerkelijk leven kwijnt, gelijk dit onmiskenbaar in Duitschland het geval is, bloeit het vereenigingsleven. Een predikant, met name Samuel Keller, vroeger herder en leeraar te Dusseldorf, liet zijn ambt varen om zich geheel aan de „gemeenschapsbeweging" te kunnen wijden. In het tijdschrift Das Reich Gottes doet deze prediker een zevental „bitten" aan de voorstanders van genoemde beweging. Vooreerst, verzoekt hij dat men voorzichtig j wezen zal met het woord „bekeerd, onbekeerd, wereld." Wanneer men in bladen een advertentie leest: „Een bekeerde koetsier gevraagd, " of wanneer men stuit op de aankondiging : „Bekeerde sollicitanten hebben de voorkeur", dan klinkt dit als eene premie op de huichelarij. 2. Wees wijs en waar, wanneer gij aan anderen arbeidt. 3. Schaft de „Schabionen" af, zoodat men af laat van te zeggen: Hij die beslist tot Jezus behooren wil, moet lid van het blauwe kruis of van „den jongelingsbond voor beslist Christendom" zijn. 4. Vergeet niet, dat bij den mensch de zondige natuur niet op eens weggeblazen is. 5. Doet alles wat in uw vermogen is om den laster tegen te spreken, alsof men ook leert om zondeloos te worden. 6. Laat ons geen nieuwe en allernieuwste wetten maken. 7. Laat ons in onze Godsdienstige gesprekken en in ons leven geheel waar zijn. Men hoede zich voor phrases en overdrijving, opdat de tegenstelling tusschen schijn en zijn niet op den voorgrond trede.

Men ziet uit het bovenstaande, dat pastor ICeller nog al wat te kampen heeft met methodistische neigingen, die zich openbaren in de kringen waarin hij arbeidt. Het kan ook haast niet anders. Wanneer men zich tot levensdoel stelt om enkele kringen van vromen hier en daar te verzamelen en tot ontwikkeling te bren - gen, dan is het gevaar van het methodisme nabij. Mocht in Duitschland zich bovendien het streven openbaren, om de Kerk des Heeren uit haar staat van verachtering op te heffen! Terwijl wij er ons in verheugen, dat men in Duitschland arbeidt om bij de belijders des Heeren aan te dringen op beslistheid, zoo zouden wij er ons nog meer in verblijden, indien men ging gevoelen, dat de arbeid dien een pastor Keiler verricht, een aanklacht is tegen de kerk.

Engeland. Onboetvaardigheid. Koning Eduard patroon vaii de zeemeeu-IVen. Ritualisme.

Men begint in Engelsche Christelijke kringen ernstig ongerust te worden over het feit, dat de Zuid Afrikaansche oorlog verdeeldheid gebracht heeft tusschen „Christenen in Engeland en daarbuiten, " gelijk men dit uitdrukt. Dit laatste is niet juist. De Christenen buiten Engeland zijn eenstemmig van oordeel, dat het Engelsche volk, door te trachten met zijn ontzaglijke overmacht de Zuid-Afrikaansche republieken te verpletteren, schuld met schuld vermeert. Men betreurt het juist in Christelijke kringen buiten Engeland, dat de Engelsche Christenen niet als één man, van hetzelfde oordeel zijn. Daardoor krijgt toch het imperialisme van een Chamberlain voet. Gelukkig, dat er in Engeland nog belijders van den Christus gevonden worden, die den oorlog tegen de Zuid-Afrikaansche republieken houden voor een nationale zonde, en daartegen hunne stem verheffen. Maar het doet ons leed er bij te moeten voegen, dat de Christelijke pers, over het algemeen genomen, er niet voor arbeidt, om dé de mannen, die Engeland willen brengen tot belijdenis van schuld ten opzichte van de in Zuid-Afrika gevolgde politiek, zedelijk te steunen. We toonden telkens in ons blad aan, dat bijv. de houding van de Examiner, het hoofdorgaan van de Congregationalisten, zeer weifelend was. Ergerlijk is echter de positie die The Christian inneemt. Dit laatste blad nam bij hooge gratie een schrijven op van de hand van den Franschen predikant Theodore Monod, die daarin betoogde, dat hij van oordeel was, hoe de Engelsche soldaten, in dapperheid en liefderijkheid, de vergelijking met die van andere legers wel konden doorstaan (hetgeen wij niet zouden durven zeggen) maar dat de fout gevonden werd bij de staatkundige en krijgskundige autoriteiten. Dezelfde predikant zeide ook nog in zijn schrijven, dat het hem leed deed dat de kerken in Groot Brittanje, over het algemeen genomen, zonder protest den oorlog laten doorgaan, dien wij voor een buitengewoon hatelijke houden; welk oordeel gegrond is op de verwoesting van een eenmaal welv'arend land, het systematische vernielen van huijen, het bij duizenden slachten van kinderen, de weigering om zulke vredesvoorwaarden aan te bieden, die men met eere zou kunnen [aannemen, en den onwil, om de betwiste punten te brengen voor een scheidsgerecht. De heer Monod gaf ook nog in dien brief te kennen, dat als reden waarom Christenen geroepen zijn, om het voortzetten van zulk een oorlog aan te moedigen, wordt opgegeven, dat de booze vijand er niet in zal toestemmen^ indien hij het kan verhinderen, dat zijn nationaal bestaan zal vernietigd worden!

En wat voegt nu de redactie van The Christian aan dien brief toe? Eenvoudig de opmerking, dat het jammer is, dat er een breuk ontstaan is tusschen de kinderen Gods, en dat dit het jammerlijkste is van den geheelen moeitevollen strijd; maar dat zij er van overtuigd is, dat, wanneer de broeders op het vasteland de feiten wisten, en onbekend gebleven waren met de fictie (valsche voorstellingen), hun oordeel een geheel anderen vorm zou aannemen. „Jammer genoeg, is op dit oogenblik, de gevoeligheid te sterk geworden, om een rechtmatig oordeel over den' toestand te vellen. Alleen over jaren zal waarschijnlijk een juist oordeel gevormd worden, " — aldus voegt The Christian er aan toe. Alsof men niet al sedert jaren den loop van dingen in Zuid Afrika gevolgd had! Alsof men in Nederland en daar buiten, niet tot in bijzonderheden wist, welk onreci t in de vervlogen eeuw Engeland in Zuid-Afrika gepleegd had, en alsof men niet wist, onder welke voorwendsels Engeland getracht heeft, zijn begeerigheid naar het Transvaalsche goud te bemantelen!

Koning Eduard heeft door middel van zijn secretaris laten weten, dat het hem zeer mishaagt, dat de dames, volgens de nieuwste mode, vleugels van zeemeeuwen op de hoeden dragen, en zeker is het wreed, dat tal van genoemde vogels gedood worden, om de hoeden van het , vrouwelijk geslacht te versieren. Een Engelsch blad maakt echter de opmerking, dat het wel goed is, dat de koning de zeemeeuwen in bescherming neemt, maar dat het betreurenswaardig moet'genoemd worden, dat Zijne Majesteit, door zijn voorbeeld, het patronaat aanvaardt over de „musichal, " den schouwburg. Zondagsconcerten, welke minder geschikt zijn om het peil van het nationale leven te verhoogen. Zou het ook niet gewenscht geweest zijn, indien men in een Engelsch blad den koning geweien had op de duizenden vrouwen en kinderen in de concentratiekampen in Zuid-Afrika, die toch meer dan zeemeeuwen recht hebben op de koninklijke bescherming?

De raad van „the Church Association" heeft besloten, de zaak van de benoeming van Canon Gore tot bisschop van Worcester na het vonnis van „the Kings Bench" te laten rusten. Men wil dus niet in appèl komen. Dit besluit werd genomen, nadat het advies van rechtsgeleerden ingewonnen was. Hieruit blijkt, hoe er in Engeland gevoeld wordt, dat men tegen de Romaniseerende richting in de Episcopaalsche kerk door middel van het voeren van processen, niets vordert. Mocht deze overtuiging tot uitwerking hebben, dat men des te meer naar het zwaard des Geestes, dat is Gods Woord, greep! Er zijn al duizenden ponden sterling vermorst door het voeren van rechtsgedingen tegen de Ritualisten, Nu eens werd een geding door anti Ritualisten, dan weder door Ritualisten gewonnen, doch de beweging om Roomsche ceremoniën en Roomsche leeringen in de Episcopaalsche kerk te brengen, won steeds in kracht en omvang. Het laatsta bericht omtrent de Ritualistische beweging is uit Scarborough. Dr, Eyre, vicar van AU Saints, wil met zijne kerkvoogden uit het kerkgebouw der gemeente de „statie's" (afbeeldingen van Jezus gaan van Pilatus naar Golgotha) verwij-

deren, welke daar ingebracht zijn toen Dr. Baker predikant van die gemeente was. Dr. Eyre wil eerst de gemeenteleden saamroepen om dan de zaak voor de „vestry" (kerkeraad) te brengen, opdat de „Consistory Court" de dingen, die in eene Protestantsche Kerk misplaatst zijn, zal laten wegnemen.

Men ziet hieruit, dat er onder de Episcopaalsche hiërarchie der Engelsche Staatskerk van de autonomie der gemeente niet veel overbleef.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 maart 1902

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenuland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 maart 1902

De Heraut | 4 Pagina's