Uit de Pers.
Ds. Gispen, die voortvaart met zijn practische wenken te geven aan zijn jeugdigen ambtgenoot, heeft het ditmaal over het vroeg doopen, in verband met de zaligheid der vroeg gestorven kinderen van geloovige ouders:
Omdat mijn vorige brief te lang werd, moest ik hem afbreken.
Ik had nog willen zeggen, dat hetgeen, in de laatste jaren, over den aard en het wezen der sacramenten in het algemeen, en van den heiligen doop in het bijzonder, door onze groote Godge leerden, gezegd is, ook mij heeft overtuigd, dat de gronden voor het vroege toedienen van den doop niet denkbeeldig maar wezenlijk zijn, en de be zwaren, daartegen ingebracht, van veel minder ge wicht geacht moeten worden.
Maar dat inzicht kan en mag men elkander niet opdringen. Alleen door zachtmoedige onderwerping kan men overtuiging wekken, en niet door dwang.
En ook moet men niet uit het oog verliezen, at ook deze gewoonte, de gewoonte van vroeg oopen, het gevaar oplevert, dat de minkundigen, n dat getal is zeer groot in de hedendaagsche ereformeerde kerken, den doop gaan beschouwen ls den grond der zaligheid van hunne jonggetorven kinderen. Of, gematigder uitgedrukt, dat r voor de zaligheid der gedoopte kinderen, die in unne kindsheid sterven, meer grond bestaat, dan oor die kinderen, welke ongedoopt sterven.
Dat in dit weefsel een valsch draadje loopt van en Roomsch kleurtje, valt moeilijk te ontkennen. aar dat loopt door zooveel dingen, dat we geen roote verwijten aan dezulken behoeven temaken, aar veeleer denken moeten aan het gezegde van en pot en den ketel.
Onze tijd is een zeer wettische tijd. Ware er ene wet gegeven, die het vermogen bezat om leend te maken, dan zou het leven thans tot eene ooge ontwikkeling en grooten bloei gekomen zijn n meer en meer worden. Deze golfslag der eesten brengt ook het scheepke der kerk in eweging, al ligt het aan den oever vastgemeerd. n zoo geschiedt het, dat als er, hier of daar, wat an het leven hapert, men er spoedig toe overgaat, en wetje of een reglementje te maken, in de onerstelling dat dit kwaad nu ten minste wel overonnen zal worden.
De vaderen, in de i6e en 17e eeuw, waren so erder op dit punt. Wat zijn de Kerkenordeningen it dien tijd sober en beknopt! Hoeveel werd an het leven, aan de ondervinding, aan tijd en omtandigheden, ik mag niet zeggen aan het gezond erstand, maar laat mij zeggen aan het verlichte ordeel der kerken overgelaten! Hoe ernstig ekende men met »het profijt der kerken" en wat ot ))de meeste stichting" diende! Dat moest beorderd worden, en dat moest het alles beheer chende beginsel zijn bij de uitlegging en toepas ing van de artikelen der Kerkorde.
Wat hier gezegd wordt, verdient ernstig ter arte te worden genomen, vooral door de jonere predikanten.
Dat men tracht door prediking, vermaning, bespreking met de ouders tot de oude Gereformeerde zede van den vroegen doop terug te keeren, is uitnemend.
Maar met wettischen dwang aan de gemeente van boven af op te leggen, dat elk ouder zijn kind vroeg moet laten doopen, getuigt niet van voorzichtigheid, is in strijd met het dienend karakter van het ambt en bouwt de gemeente niet op, maar bedreigt haar met verscheuring.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 23 maart 1902
De Heraut | 4 Pagina's