Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„Uwe ziel tot eenen buit.”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Uwe ziel tot eenen buit.”

9 minuten leestijd

Want Ik zal u zekerlijk bevrijden, en gij zult door het zwaard niet vallen; maar gij zult uwe ziel tot eenen buit hebben, om dat gij op Mij vertrouwd hebt, spreekt de Heere. Jeremia39 : i8.

Ons boeit en bezielt de gedachte aan buit niet meer. Meer dan zeventig jaren zijn vervlogen sinds ons veldleger zijn laatsten veldslag sloeg, zoodat zelfs de grijsaards onder ons van oorlog nauwelijks heugenis hebben. En zelfs al blijft onze wapening nog steeds op de mogelijkheid van oorlog duiden, voor geen onzer leeft bij het indenken van die mogelijkheid, de begeerte naar hint meer op.

Buit geldt thans voor roof, en zoo dikwijls ook thans uit den altoos nog niet gestuiten oorlog in Zuid-Afrika het gerucht tot ons kwam van lijkenroof en hoevenplundering, heeft onze ziel zich geërgerd. Buit in den ouden zin wordt thans algemeen door het zedelijkheidsbesef veroordeeld.

Van het Kruis van Golgotha is de heiligende kracht uitgegaan, die ook dezen ommekeer tot stand bracht.

Komt ge onder de Indianen in Amerika, onder de negers in Afrika, of onder de Afghanen in Azië, dan vindt ge de belustheid op buit nog wijd verspreid en eiken oorlog verbitterend. Alleen waar het Kruis gekend is, trof die belustheid op buit het oordeel. Niet op eenmaal. Zoo werkt de invloed van het Kruis nooit. Het is altoos de langzame, stille, eerst ongemerkte werking van het zuurdeesem. Eeuwenlang bleef de buit ook de gedoopte Christenheid bekoren. Eerst allengs begon men voor de wreedheid, die in het berooven van den overwonnen vijand lag, terug te deinzen. En eerst na lange worsteling heeft de macht der Christelijke religie ook over den boozen hartstocht, die in den dorst naar buit lag, getriomfeerd.

Toch is dat jagen naar buit eeuwenlang het middel in Gods hand geweest, om den ernst van het leven hoog te houden.

Toen hooger ideaal nog geen bezieling ontstak, en zelfs de liefde voor vrijheid nog niet tooverde, was het de angst van zijn leven en zijn goed als buit aan anderen te verliezen, en omgekeerd de wilde hartstocht om zich met anderer goed als buit te verrijken, die aan de worsteling der natiën zoo ernstig karakter verleende, en bij eiken oorlog die hooge spanning der gemoederen verwezenlijkte, die ons menschelijk leven zoo machtig ontwikkelde.

Vandaar dat in de profetieën des Ouden Verbonds, ontvangen en teboek gesteld in tijden, toen in eiken oorlog, over en v/eer, het huiswaarts slepen van buit het zichtbaar teeken van zegepraal was, buit als geliefkoosd beeld van redding en van overwinning gold, en dat zelfs in den mond des Heeren de belofte wordt gelegd : Ik zal u' uw ziel als een buit geven.

„Uw ziel als een buit" doelt dan niet in de eerste plaats op wat wij er bij het hooren onder verstaan, en slaat niet op de redding onzer ziel van den eeuwigen dood.

Gansch gewoon beduidt het: levend, met behoud van zijn leven, uit de worsteling huiswaarts keeren, en niet op het slagveld worden gedood.

In Israels dagen was de strijd van Gods volk op aarde in de eerste plaats een worsteling om levensbehoud. De vijand trad tegen Gods volk op met gansche heirscharen, met ruiteren en met wagenen. En tegen dien aanval moest het volk des Heeren zich met wapengeweld verzetten. Er was krijg, bloedige krijg alle eeuwen dooi; , Zooals de sikkel de halmen maait, zoo maaide de vijand de duizenden onder Israël weg, en geweld moest met geweld gekeerd worden.

Vandaar, dat als de Schrift spreekt van het „behouden uwer ziel", van het „redden uwer ziel", van het „verlossen uwer ziel", er in het Oud Verbond bijna nooit anders sprake is dan van het redden van uw leven, zonder dat er aan de zaligheid uwer ziel bij gedacht wordt. Als de Psalmist uitroept: „Niemand zorgde voor mijn ziel", of als het bij Jesaja heet: „Hoort naar mij, en uwe ziel zal leven", of als Amos betuigt: „een held zal zijn ziel niet bevrijden", dan doelt dit alleen op levensbehoud, op het levend en behouden terugkeeren uit de worsteling op het slagveld, of op het gered worden uit krankheid en levensgevaar. „Uw ziel tot een buit wegdragen", heeft dus oorspronkelijk geen hoogere beduidenis. Het is niet anders dan de belofte, dat het den vijand niet gelukken zal, u met het zwaard te dooden; dat het bij God besloten is, dat ge in deze worsteling niet zult ondergaan, niet zult sterven, maar van het behoud van uw leven verzekerd zijt.

En toch wordt deze belofte met het volste recht op de eeinvige behoudenis uwer ziel overgebracht.

Dit volgt uit den diepen ernst die uit dat woord klinkt.

Dorst naar buit is hebzucht. Wie op buit belust is, poogt den vijand neer te slaan, om als hij verslagen is, zich te verrijken met zijn wapentuig, zijn goud en zijn zilver. Depractijk van den roover, die aanvalt en moordt, om zich toe te eigenen wat des anderen was.

Wordt daar nu tegenover geplaatst: „Uw ziel zal uw buit zijn", dan wordt op eenmaal die hebzucht teruggeslagen, aan dien dorst naar het geroofde goud het stilzwijgen opgelegd, en u aangezegd, dat de inzet van de worsteling een veel ernstiger karakter zal dragen, en dat ge, wel verre van aan verrijking met het stoffelijke goed te denken, u reeds gelukkig moogt achten, zoo ge er het leven afbrengt.

„Uw ziel tot een buit", trekt op eenmaal ziel en zinnen van de hebzucht af, en doet verstaan, dat het leven meer is dan goud en zilver; dat het leven boven alles gaat; en dat ge op het behoud van uw leven, op het behoud van uw ziel al uw gespannen kracht hebt saam te trekken.

Wie op buit belust, voor buit zijn leven waagt, stelt roof van goud en zilver boven den prijs van zijn leven.

Wie in zijn ziel zelf den buit ziet, stelt zijn leven bovenaan, en komt tot het inzicht, dat het leven meer is dan voedsel en kleedij; dat de persoon meer is dan zijn goed; en dat zijn ziel waarin het leven tintelt, het kostelijkst pand is door zijn God hem toevertrouwd.

En dit nu verhoogt het standpunt, van waar we heel ons leven opvatten.

Wie zijn ziel als buit begeert, zal zijn God niet verzoeken door doelloos zijn leven te wagen. Wie zijn ziel als buit begeert, zal niet door het botvieren aan zijn zinnenlust zijn leven of zijn gezondheid in de waagschaal stellen, Wie verstaat, dat het leven een ons toevertrouwd pand is, dat boven elk ander bezit gaat, zal waken voor zijn welstand, en niet roekeloos zich blootstellen. Ook in den strijd tegen ziekte en dood zal hij het verstaan, dat voor zijn leven te strijden een plicht is door God hem opgelegd.

Maar dan kunt ge hierbij ook niet blijven staan.

Waakt bezield en krachtig het besef op, dat ge uw leven, uw ziel, uw persoon hebt te redden, dan keert zich de blik van buiten naar binnen. Wat is dat leven? Waaraan ontleent het dien hoogen prijs ? Wat is die ziel, die persoon in u ? Wat maakt dat die ziel in u kostelijk voor God is, en daarom kostelijk voor u moet zijn ?

Dat kan niet liggen aan wat ge eet of drinkt of arbeidt of aan bezit u verwerft; want is uw ziel uw bezit, dan gaat uw ziel verre boven dat alles uit, en moet er in uw ziel iets wezen, dat buiten al dat aardsche goed en aardsch genot waarde bezit.

Zoo treedt uw ik, uw persoon, uw innerlijk bestaan op den voorgrond. Die ziel moet een schat zijn, en een schat innerlijk bezitten, die haar op zichzelve waarde voor God, voor uw naaste en voor uzelven doet hebben. Die ziel in u moet boven dit aardsche uitgaan. Ze moet lot een hoogere orde behooren. En of ge die ziel al redt van den zichtbaren vijand, is u niet genoeg. Ten verderve werken op die ziel ook de aanvallen van een inwendigen vijand. En dan eerst zult ge in hoogen, heiligen zin uw ziel tot een buit hebben, zoo ge ook dien geestelijken vijand terugslaat, uw leven in de eeuwigheid doorzet, uw ziel in de eeuwigheid geborgen weet, en aan den eeuwigen dood ontkomt.

En zie hier dan de overgang.

Onder Israël 's Heeren volk bedreigd en aangevallen door den Edomiet en Moabiet, door den Philistijn en Assyrier. Altoos een uitwendige vijand, die aanviel met zwaard en pijl.

Thans dat niet meer.

Maar nu een heftige, nimmer eindigende worsteling van 's Heeren volk met de geestelijke machten des verderfs, met innerlijke verontreiniging, met wereld, zonde en Satan.

En die strijd keert zich tegen uw ziel rechtstreeks, tegen uw ziel in haar diepste wezen, tegen uw ziel in haar eeuwig bestaan.

Een worsteling alzoo nóg veel ernstiger, een strijd waarin het evenzoo om uw leven gaat, een kamp, waarbij eveneens uw ziel de inzet is, maar nu veel dieper opgevat, veel verder strekkend, veel ernstiger spannend. Immers nu gaat het om uw ik, om uw ziel, om uw leven in zijn diepste kern, in zijn fijnsten wortelvezel, in zijn rijkste opvatting; om uw persoon in al de waardij, die God in uw schepping aan uw persoon verleend heeft.

En zoo krijgt vanzelf de belofte, dat uw ziel uw buit zal zijn; dat God in zijn genade u ttiü ziel tot een buit zal geven, veel aangrijpender beteekenis. Zóó aangrijpend, dat wie er maar op toeleeft, zonder des zeker en gewis te zijn, dat hij zijn ziel tot een buit ontvangen heeft, toont nog zelfs de beteekenis van zijn eigen leven, van zijn eigen bestaan, van het doel, waartoe God hem schiep, niet te beseffen.

o, Het is zoo licht, in Jezus te roemen, en zich te beroemen op zijn Christelijke religie, maar zin noch recht heeft dat roemen en beroemen, zoo ge dit ééne nog niet van uw Heiland verstaan hebt, dat hij zijn ziel in den dood gaf, om u uw ziel eeuwiglijk als een buit te do; n bezitten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1902

De Heraut | 4 Pagina's

„Uwe ziel tot eenen buit.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1902

De Heraut | 4 Pagina's