Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

8 minuten leestijd

Bevreemdde het eenigermate, dat Prof. Bavinck in De Bazuin dusverre zich geheel buiten den strijd over de Opleiding hield, ein'ielijk heeft hij het stilzwijgen verbroken en aan het verlangen van vele broederen voldaan om ook zijn meening jfe zeggen:

Gelijk Ije begrijpen is, richten vele broeders het verzoek tot mij, om het Advies der XXV beslist en met kracht te verdedigen. Er bestaat wel recht en reden, om dat verzoek te doen. Want tot dusver was er van warme aanbeveling van het Advies in de Bastiin nog weinig te bespeuren, ofschoon het ook mijne onderteekening droeg.

Veeleer werd het aan een ieder van den aanvang af duidelijk, dat mijne ingenomenheid met het Advies in den vorm, waarin het aan de Kerken werd aangeboden, niet bijster groot was. Trouwens elk, die de brochure van l3s. Klaar hamer leest en aandachtig nagaat, hoe dit Advies met schikken en plooien tot stand is gekomen, zal er zich geen oogenblik over verwonderen, dat het zoo geheel zonder opgewektheid en gulle blijdschap gegeven en weldra ook ontvangen en opgenomen is.

Toch bestaan er ook' geen afdoende redenen, om op mijne voor het Advies uitgebrachte stem terug te komen. Indien ik de overtuiging had, alzoo te moeten handelen, zou ik geen oogenblik aarzelen, om mijne onderteekening terug te nemen en de opvolging van het Advies te ontraden. Want geen enkel mensch is boven de mogelijkheid van dwaling verheven, en het is altijd beter en eerlijker ten halve gekeerd dan ten heele gedwaald. Maar ieder lid in onze Kerken kan toch ook wel begrijpen, dat wie eenmaal onder de Conceptregeling van 1893 zijn naam zette, moeilijk enkele jaren daarna, tenzij hij geheel van standpunt ver anderd ware, zijne instemming onthouden kan aan een voorstel, dat van dezelfde grondgedachten uitgaat.

Bijna zou ik zelfs geneigd zijn te zeggen, dat elk voorstel op mijn steun kan rekenen, dat broederlijke samenwoning en kerkelijken vrede ons schenkt. Zelfs het Concept-Contract in zijn tegenwoordigen vorm zou mijnerzijds geen amendement uitlokken, indien de Kerken eenparig blijk gaven, dat zij in dezen weg aan de gedeeldheid en spanning, door het vraagstuk der opleiding nu reeds een tiental jaren onder ons veroorzaakt, een einde wenschen te maken.

Toch is daarmede niet bedoeld, dat de wijze, waarop eenheid en vrede tot stand komt, mij gansch en al onverschillig is. Voor mij zelf blijf ik verre de voorkeur geven aan het voorstel, dat in 1899 ter tafel werd gebracht en zonder schen ding van eenig beginsel wederzijds door beide partijen had kunnen aangenomen worden. Indien het toen met meer onbevangenheid gelezen ware, zou het ook eene andere beoordeelmg gevonden hebben. Maar ik blijf er geenszins op staan, als de Kerken toonen er niet van ged.end te zijn. En zelfs laat ik het zonder leedwezen varen, als andere broederen zeggen, dat zij een beteren weg weten. Mits het dan maar een weg zij, die niet doodloopt, maar werkelijk heenleidt naar het be­ k loofde land van liefde, vrede en rust.

Het Advies der XXV blijft daarom mijne onderteekening dragen, tot zoolang het op de aanstaande Synode behandeld is, in de hoop en onder de voorwaarde, dat het ons die eenheid brengt, welke wij voor ons kerkelijk leven zoo dringend behoeven.

Zelfs mag ik een stap verder gaan. Het Advies heeft in tweeërlei opzicht bij mij aan sympathie gewonnen.

Ten eerste is de discussie over het subsidiebezwaar niet onvruchtbaar geweest. Want na de, niet dezerzijds uitgelokte verklaring van Minister Kuyper staat het, naar ik meen, onder ons vast, dat bij eene wettelijke regeling van de positie van het Bijzonder Hooger Onderwijs de Theologische Facuheiten buiten spel zullen blijven.

Dit ware misschien niet noodig, wanneer de Gereformeerde Kerken hare eigene zelfstandige en volledige inrichtingen tot opleiding van Dienaren des Woords behielden. Maar als de Theologische School met de Theol. Faculteit der Vrije Universiteit yereenigd wordt en deze laatste de eenige Opleidingsschool der Kerken wordt, dan is het naar mijne overtuiging beslist noodzakelijk, dat de opleiding op geenerlei wijze, direct noch indirect, financieel noch administratief, van de Overheid ' afhankelijk worde. Zij ontvangt dan niets van den Staat, maar blijft daartegenover bij benoeming van Hoogleeraren in program van onderwijs en examina, ook volkomen zelfstandig en vrij.

Zoo wordt de verklaring van den Minister door mij verstaan. Indien ze anders moest worden opgevat, indien de Theologische Faculteit, na vereeniging met de Theol. School, toch weer op eenigerlei wijze van de Overheid afhankelijk moest worden, zou ik terstond mijne onderteekening van het Advies openlijk terugnemen en de opvolging er van aan de Kerken ten stelligste ontraden.

Maar, naar mij voorkomt, behoeft na de verklaring van den Minister die vreeze niet meer te bestaan, en heeft dus de discussie over het subsi diebezwaar eene belangrijke winst opgeleverd.

Daarbij komt in de tweede plaats, dat vele Kerken beginnen in te zien, dat de scheiding tusschen artikelen, die in het Concept-Contract zijn opgenomen, en andere, die daarbuiten vallen, ten onrechte in het Advies is aangebracht. . Dat geldt met name art. i en 2 van de additioiieele be pa lingen. Verschillende Classen hebben daarom reeds voorgesteld, om deze artikelen weer in het Contract op te nemen. En de Heraut van 18 Mei j. 1. betuigde hiermede hare instemming. Ook dit is eene winst, die niet gering is te schatten. Daar door wordt het Advies aannemelijker, ko 11 het aan rechtmatige bezwaren tegemoet en krijgt het meer kans, om de sympathie te winnen van de voorstanders de Theol. School.

Waarschijnlijk zijn door soortgelijke wijzigingen nog meer stemmen voor het Advies te verwerven. Want indien het eenigszins kan, moeten alle Kerken gewonnen worden voor een oplossing, die aan de gedeelde opleiding een einde maakt. Men mag, niet van tevoren zeggen, dat dit onmogelijk is. Want niemand heeft zich tot dusver met eenig voorstel op een onverzoenlijk standpunt gesteld. Niemand heeft zich principieel tegen eenheid van opleiding verklaard. Niemand heeft de verdediging op zich genomen van het voortbestaan der Theol School of der Theol. Faculteit op dezelfde wijze en in denzelfden vorm, als de? e tot dusver te Kampen en te Amsterdam bestonden.

Daarom mogen wij • de hoop niet opgeven, dat het op de aanstaande Synode nog tot eenheid en overeenstemming komt. Zeer terecht gaf enkele weken geleden de Heraut den raad, om met de behandeling van het Advies op de kerkelijke vergaderingen door te gaan, in weerwil van de bezwaren, die ertegen ingebracht werden. Want het vraagstuk is thans opnieuw aan de orde gesteld, en het moet nu uitgestreden worden ten einde toe. Daartoe is het noodig, dat alle Kerken duidelijk en beslist zich uitspreken, zooals zij meenen het voor Gods aangezicht te moeten doen. Niemand smore, wat op zijn hart ligt. Niet terughouding en achterdocht, maar alleen vrije, open, ernstige bespreking van een zoo gewichtig belang, als de opleiding onzer predikanten, kan ons tot eenheid en tot vrede brengen.

De Bazuin stelde daarom gaarne, zooveel moge lijk, hare kolommen open voor allerlei pleidooien in het belang en ter bestrijding van het Advies. Zeker ware het wenschelijk geweest, dat een of ander voorstel terstond aller sympathie had gewon nen. Maar dit is eenvoudig niet het geval. Zelfs het Advies, ofschoon door 25. broeders van uiteenloopende richting onderteekend, kon lang niet aller instemming verwerven. Het vindt bestrijding eenerzijds, verdediging anderzijds; amendementen zijn er in vrij grooten getale op ingediend; andere voorstellen zagen daarnaast het licht, die zeker ook op de Synode in overweging zullen-komen.

Zooveel is in elk geval vooruit te zeggen, dat geen enkel van de thans aanhangige voorstellen ongewijzigd de onverdeelde sympathie van alle vergaderde Kerken zal verkrijgen. Een voornaam deel van den arbeid tot pacificatie zal dus nog op de Synode te verrichten zijn. Of de vrede door dien arbeid verkregen zal worden, kan niemand voorspellen. Maar niemand zegge van te voren, dat het onmogelijk is. Indien wij allen maar des zins en willens zijn, om, onverschillig welk voorstel thans ons het beste voorkomt, toch vóór en op de Synode tot verkrijging van eenheid en vrede van harte en in broederlijken geest samen te werken, dan kan God ons nog op het onverwachtst een zegen schenken, die wel duizend malen ook in dezen tienjarigen strijd door ons is verbeurd, maar desniettemin voor al onze Kerken onmisbaar is.

Ook Prof. Bavinck blijkt dus nog goede hope te hebben.

Al kan het Concept-contract niet ongewijzigd door de Generale Synode worden aangenomen, toch kan het als , grondslag dienst doen voor een compromis, dat aan vele bezwaren tegemoet komt.

Mits — en hierin zijn wij het van harte met Prof. Bavinck eens — over en weer maar de ernstige begeerte bestaat om tot eenheid te komen, zonder dat men elkanders overtuiging

krenken wil. De meerderheid mag aan de minderheid haar wil niet als wet voorschrijven; maar de minderheid evenmin als conditio sine qua non stellen, dat alleen haar eischen zullen gelden.

Aan beide zijden moet men bereid zijn offers te brengen. ^ Anders lukt de pacificatie niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 juni 1902

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 juni 1902

De Heraut | 4 Pagina's