Hooggeachte Redacteur !
Te midden van veel jammerlijk twistgescbrijt over het bekende Advies, dat mijne sympathie heeft, aangezien het naar mijne bescheiden meening eene practische oplossing biedt van de quaestie, die nu reeds jaren onze kerken in eene zekere spanning houdt, zij het ondergeteekende vergund de aandacht te vestigen op eene zaak, die ook in zeer nauw verband staat met de goede orde, die er in ons kerkelijk leven heerschen moet.
Gelijk U bekend is, behoort Zwartsluis tot de doorgangsplaatsen voor de scheepvaart. Zoo komt het dan ook, dat verscheidene broeders en zusters van elders, die hier van Zaterdag tot Maandag met hun schip liggen, op den dag des Heeren met ons samenkomen rondom de bediening des Woords.
Niet zelden gebeurt het daarom, dat een broeder zich des Zaterdagsavonds ten mijnent vervoegt, met de vraag: Kan ons kind morgen gedoopt worden? Of ook, wanneer den volgenden dag het sacrament des Avondmaals gevierd zal ïvorden; Mogen we (mijne vrouw en ik) morgen ook deenemen aan het Avondmaal?
Natuurlijk is dan de iste vraag: Is u lid? Waar? Hebt u ook een bewijs van lidmaatschap ? Soms luidt het antwoord: „Bewijs heb ik niet, maar wij zijn leden te......... "
Toch moeten we dan tot onze spijt zeggen: „Ja broeder, hoezeer het ons smart, bij gebrek aan eenig bewijs kimnen' we u niet toelaten. Tijd om inlichtingen bij uw kerkeraad in te winnen is er niet, ge zult u dus voor ditmaal van het.sacrament moeten onthouden."
Dit geval komt echter slechts zelden voor. Meer gebeurt het, dat eene attestatie getoond wordt, die reeds enkele jaren geleden is afgegeven.
Ook dit laatste acht onze kerkeraad onvoldoende. En terecht. Immers in den tijd van 4 of meer jaren kan er zooveel gebeuren. De mogelijkheid bestaat, dat op den betrokken broeder of zuster eene kerkelijke censuur is toegepast, die natuurlijk op genoemde attestatie niet vermeld is. De vraag: U of uwe vrouw is toch na het tijdstip, waarop de attestatie is afgegeven, niet gecensureerd, heeft om begrijpelijke redenen altijd iets pijnlijks. Toch morten we die vraag wel doen. Wordt geantwoord: O neen, dan verleenen we toegang tot het gebruik der sacramenten.
Nu is hierin toch iets dat stuit. Er ontbreekt iets. De noodige waarborg [n.l. wordt gemist. Immers een lid kan gecensureerd zijn, zonder dit te willen erkennen. Aan mij is b. v, een geval bekend, dat eene zuster der gemeente door haren kerkeraad gecensureerd was. Zij was het echter met die censuur niet eens, achtte zich verongelijkt, deed alsof er niets geschied was, en ging bij eene andere kerk met eene zekere onbeschaamde vrijmoedigheid ten Avondmaal.
Om nu dergelijke misstanden te voorkomen, is het wel noodzakelijk, dat de altestaties van reizende lidmaten minstens een of twee maal per jaar vernieuwd worden.
Er zijn Kerkeraden, en daajrtoe behoort ook de onze, die een z.g.n. schipperskaart uitreiken. Deze ziet er aldus uit:
N. N. heeft in de Gereformeerde kerk te ... toegang tot het H. Avondmaal, en wordt mitsdien bij de Gereformeerde Kerken in Nederland ter toelating van de H. Sacramenten aanbevolen.
Dit toegangsbewijs moet echter bij den aanvang van elk jaar worden bekrachtigd.
Namens den Kerkeraad der Geref. Kerk te ....
afgegeven.... .... praeses.
bekrachtigd .... .... scriba.
Omstreeks Nieuwjaar worden deze kaarten door den scriba des Kerkeraads opnieuw gezien en geteekend.
Misschien kan dit voorbeeld Kerkeraden, die in deze wel een weinig nalatig zijn, ter navolging dienen. Dan zouden we voor de pijnlijke moeilijkheid bewaard blijven om een broeder of zuster, die met ons den dood des Heeren wenscht te verkondigen, uit gebrek aan voldoend bewijs te moeten afhouden.
We willen om de eigenaardige omstandigheden, waarin onze varende broeders en zusters krachtens hun beroep verkeeren, hun zooveel mogelijk ter wille zijn; toch zullen zij zelven met ons gevoelen, hoe wij als opzieners van Christus Kerk nauwkeurig voor de heiligheid van den disch des Heeren hebben te waken.
Laten daarom èn zij zelveii, maar vooral ook de Kerkeraden van de gemeenten waartoe zij behooren, zooveel mogelijk medewerken, opdat ook in deze de wil van den Koning der Kerk, die de sacramenten instelde, kunne worden betracht.
En hiervoor is, dunkt me, de weg gemakkelijk te vinden. Als de scriba van den kerkeraad, die reizende lidmaten onder zijn opzicht heeft, van laatstgenoemden eene aparte lijst houdt, en dan in de maand Januari, wanneer gewoonlijk de meesten in hun woonplaats vertoeven, hieraan zijn bijzondere attentie wijdt, is de moeite niet zoo heel groot. Ook kan het van den kansel worden bekend gemaakt, dat op dat of dat uur eene commissie van den kerkeraad zitting zal hebben, om bewijzen van lidmaatschap uit te reiken of te vernieuwen.
Toch moet hier nog bijgevoegd, dat op deze wijze niet alle betrokken leden bereikt kunnen worden. Er zijn er, die in een ander gedeelte van het vaderland overwinteren. Doch laten zij dan aan den scriba van hun kerkeraad hun tijdelijk adres opgeven, dan kan het bedoelde hun schriftelijk worden toegezonden.
In de hoop, dat dit schrijven moge dienen om verder pijnlijke moeilijkheden te voorkomen, gelijk aan die, als waarvoor de kerkeraad alhier reeds meermalen geplaatst werd, en dat de kerkeraden met de betrokken broeders en zusters, voor zooverre ze tot heden in deze wat nalatig waren, in het vervolg hieraan de noodige aandacht zullen wijden, heb ik, Hooggeachte Redacteur, de eer te zijn,
Uw dw. hr. in Clir. J. ZIJP, V. d. m.
Zwartsluis, I6 Juni I902.
P. S. Andere kerkelijke bladen willen misschien wel zoo vriendelijk zijn dit stukje een plaats in hun kolommen te geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 22 juni 1902
De Heraut | 4 Pagina's