Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

9 minuten leestijd

Engeland. De bisschop van Londen enhetRitualisme.

In de Engelsche Episcopaalsche kerk heeft men eene streng Gereformeerde belijdenis en eene op Roomsche leest geschoeide kerkordening. Deze tweeslachtigheid heett allerdroevigste gevolgen. De hiërarchie kan zich niet laten gelden, gelijk dat in de Roomsche kerk het geval is, omdat haar de Gereformeerde belijdenis in den weg zit; en de leer kan haar loop niet hebben gelijk het behoort, omdat de kerkorde daartoe in den weg staat. Daarbij komt, dat in Engeland vele oud Roomsche vormen bij den eeredienst aan de hand gehouden zijn. Ook heeft men in de Episcopaalsche kerk al de na deelen van eene hiërarchie, zonder de voordeelen er van te genieten. Want er is iets voor, dat er eene macht in de kerk is, die op een gegeven oogenblik eeu vveerbarstig geestelijke op zijn plaats kan zetten of van zijn ambt kan ontheffen; dat er een hoogere macht is, die in geschillen een uitspraak doen kan, waaraan beide partijen zich moeten onderwerpen. De Heilige Schrift leer; ons wel, dat het alzoo in een kerk niet raag toegaan, omdat Christus onze Meester is en wij allen broeders, dus onderling gelijk moeten zijn; doch de ervaring leert, dal er zeer vele bezwaren aan verbonden zijn, om de Bij belsche kerkregeering in de practijk toe te passen. Maar een absoluut optreden der hiërarchie wordt in de Anglicaansche kerk niet gevonden. De gemeente kan nu niet voor hare rechten opkomen, omdat er een hiërarchie h, en de bisschoppen laten alles over hun kant gaan, omdat zij niet durven ingrijpen.

Dit komt vooral in de laatste jaren uit. De Ritualisten zijn sedert jaar en dag aan den gang, om den eeredienst en ook de prediking op Roomsche leest te schoeien. Een deel van het volk verzet zich daartegen. Nu zou men kunnen verwachten, dat de bisschoppen zouden ingrijpen, om aan den voortdurenden strijd (hij duurt nu al bijna 70 jaar) een eind te maken. Doch niets daarvan, Hoe hooger de kerkvorsten der Anglicaansche kerk staan, hoe minder beslist zij durven optreden. Het is alsof zij vreezen, dat wanneer zij doortasten, hunne positie, waaraan zulk een enorm hoog tractement verbonden is, in gevaar gebracht wordt. Daarom geven de bisschoppen wel hunne „meeningen" en „beschouwingen" ten beste, maar een handelend optreden wordt bij hen niet gevonden. Dit bleek dezer dagen weder opnieuw uit datgene, wat wij van den nieuwen bisschop van Londen, Dr. Ingram, vernamen. Hij was een van de flinkste kerkelijke mannen der Episcopaalsche kerk. Den 27sten Mei van dit jaar werd in het bisschoppelijk paleis de conferentie der Londensche diocese gehouden, op welke vergadering het Ritualisme moest behandeld worden. Met groote spanning zag men in de belanghebbende kringen de beslissing van den opperherder der wereldstad ten opzichte van het gebruik van wierook, crucifixen, de reservatie v.in het sacrament, enz. te gemoet. Maar ook Dr. Ingram bleek niet van zijn r­ " - e n voorgangers en van zijn ambtgenooten te verschillen. Hij verklaarde, dat hij aan de predikanten zijner diocese geschreven had, „dat hij in hunne bedehuizen niet zou komen zoo lang de heeren zich niet hielden aan den Anglicaanschen ritus, " ., "^

Het spreekt van zelf, dat de predikanten hun gang gaan en zich niet om de meening van hun bisschop bekommeren. Zij kunnen diens tegenwoordigheid zeer goed ontberen,

Duitschland. De groote internationale conferentie der Evangelische Alliantie afbesteld.

Dit jaar zou te Hamburg de groote vergadering der Evangelische Alliantie plaats hebben. De predikanten van de Luthersche staatskerk te Hamburg wenschten wel met de Alliantie mede te doen, doch onder beding, dat de Luthersche leden van het Alliantie comité het recht van veto zouden hebben ten opzichte van e te behandelen onderwerpen en ten opzichte van het uitnoodigen van sprekers. Voorts zouden de leden der landskerk zich niet laten vinden bij de gebruikelijke bedestonden, maar zoude het dezen vrijstaan om op denzelfden tijd gehouden Godsdienstoefeningen naar Luthersch gebruik in Luthersche kerken bij te wonen. Ook zouden de Lutherschen bij het gemeenschappelijk Avondmaal in hunne eigene kerken onder den dienst van Luthersche predikanten het Avondmaal gebruiken. Ten slotte zouden de kansels der Luthersche kerken alleen voor Luthersche predikanten openstaan. Dergelijke voorwaarden waren door de predikanten der Luthersche kerk te Kopenhagen in den tijd ook voorgesteld en aangenomen. Het Hamburger comité der Alliantie had dan ook geen bezwaar om de nu gestelde voorwaarden eveneens aan te nemen. Daarom gingen op het einde van 1901 de leden van de Alliantie te Flamliurg en de vertegenwoordigers der landskerk aan den arbeid om de groote conferentie te Hamburg voor te bereiden, In December kwam van het centraal comité uit Engeland een brief bij het comité in Hamburg in, %v, .rirbij onderwerpen ter behandeling werden voorgeslagen en ook werd aangenomen de reiskosten der sprekers te betalen. Daarop werd geantwoord, dat volgens afspraak het Hamburger. comité de onderwerpen bepalen en de sprekers uitnoodigen zou. Men zou echter de onderwerpen van het comité als kostelijke bouwstof gebruiken. Het antwoord van het Engelsche algemeene comité luidde hierop, dat het op die voorstellen niet kon ingaan, omdat zij in strijd waren met de grondslagen der Alliantie, en dat het daarom ook alle aanbiedingen introk.

In eene vergadering van het Hamburger comité van 4 Februari erkent men wel, dat men de uitdrukkingen die aanleiding gaven tot bedenking, kon laten varen, wanneer men maar de overtuiging had dat verkregen werd, wat door die uitdrukkingen bedoeld werd. Men had ook wel eene formule kunnen vinden, waarbij beide partijen zich hadden kunnen neerleggen. Doch er kwamen stemmen ook van buiten Hamburg, die verklaarden dat het onder de tegenwoordige omstandigheden niet geraden was om de algemeene conferentie te houden. Daarom werd besloten de coaferentie dit jaar te Hamburg maar niet te houden. De loop, dien de onderhandelingen genomen hadden, dreef niet zoozeer tot het besluit, maar wel de moeilijke verhoudingen, die er ontstaan waren. Waardoor die moeilijke verhoudingen ontstaan zijn, is licht te raden. Natuurlijk is het de houding der Engelsche regeering, gesteund door het meerendeel van de Engelsche Christenen, tegenover onze broeders in Zuid-Afrika,

Wie weet of er nog wel ooit eene algemeene of internationale conferentie der Evangelische Alliantie saamkomt. De ziel dier Alliantie is in Engeland. Nog lang zal de houding der Engelsche Christenen tegenover onze Transvaalsche broeders een beletsel zijn voor saamwerking met broeders uit andere landen, die eenstemmig van oordeel zijn, dat Engeland door het annexeeren van de beide Zuid-Afrikaansche republieken schuld met schuld heeft vermeerderd.

Daarbij komt, dat wij meenen dat de Alliantie haar tijd heeft gehad. Wij leven in een tijd waarin de beginselen, die men huldigt, steeds scherper worden geformuleerd, zoodat eene Alliantie-die op weinig belijnde grondslagen rust, op den duur geen levenskracht bezit.

N.-Amerika. Noodzakelijkheid der catechisatie.

Aan de leeraars van de Congregationalistische of Independentistische kerken in den staat Massachusetts in N. Amerika, werden eenige vragen gedaan, die betrekking hadden op de toeneming hunner kerken. De heer Frederik Lynch schreef hierover in The Outlook, en dee'de mede, dat bijna ieder leeraar er over klaagt, dat zoo weinigen van het opkomend geslacht zich aan de kerk verbinden. Hij verzekert daarin dat „vijf en twintig van de grootste kf rken van Congregationalisten in Massachusett', die Zondagsscholen hebben van ongeveer 500 leerlingen, in het jaar 1901 door elkaar niet meer dan tien jongelieden op belijdenis des geloofs hebben aangenomen. Verreweg de meerderheid onzer kinderen, die tot de kerk dienden te behooren, gaan de wijde wereld in, en zijn spoedig voor de kerk verloren".

De heer Lynch zegt daarbij, dat in vroeger jaren vele leden gewonnen werden door revivals (opwekkingen van het geestelijk leven) maar deze beginnen almeer tot de geschiedenis te behooren.

De heer Lynch zou willen dat de kinderen van hun lode jaar tot hun 14de jaar in kleine klassen onderwezen werden, om door dat onderwijs voorbereid te worden tot het doen van belijdenis des geloofs. Bij dat onderwijs moest er vooral opgewezen worden, dat voor de toekomst de kerk van evenveel beteekenis is als een vak of beroep, dat zij zoowel voor de kerk als voor den staat zijn geboren, en dat waar de gewone school hen opvoedt tot het burgerschap in den staat, de kerkelijke school henopkweekt voor het burgerschap in de kerk.

De heer Lynch is van oordeel, dat in kleine gemeenten de leeraar zich met dat onderwijs moet bezighouden, en dal in grootere gemeenten hiervoor jonge mannen van de seminariën zouden gebruikt kunnen worden.

Uit deze woorden blijkt opnieuw, dat in Amerika de catechisatiën niet zijn wat ze wezen moeten. Zelfs schijnt het dat er in sommige gemeenten heel niet geca'echiseerd wordt. Wij voor ons zijn van oordeel, dat getrouw catechiseeren door den predikant de gemeente en het oprichten van vrije Christelijke scholen de eenige middelen zijn die onder den zegen Gods de ontkerstening van het opkomend geslacht kunnen tegen gaan.

Niet alleen in Massachusetts, maar overal wordt de klacht gehoord, dat het opkomend geslacht van de kerk vervreemdt. De kunstmiddeltjes van korte preekjes, schoon koorge-

zang, prachtige muziek, liet organiseeren van allerlei avondjes waarbij men gezellig saamkomt, helpen van den wal in de sloot. Daarom juichen wij het van harte toe, dat de Synode van de Ref. Church verleden jaar besloot de gemeenten op het hooge belang van het catechetisch onderwijs te wijzen. Of de synodale vermaning overal verbetering ten goede gewerkt heeft, is te betwijfelen. Maar in sommige Geref. kerken is wel al eenige verbetering ten goede merkbaar. De Wachter merkt hieromtrent nog het volgende op:

„In onze gemeenten zijn denkelijk nog een grooter aantal, die nog niet lang geleden uit Nederland kwamen en voor hunne kinderen de catechisatie beschouwen als onafwijsbare levensbehoefte, als eene noodzakelijkheid. Het geslacht echter, in dit land geboren, merkt al spoedig dat de zoogenoemde Engelsche kerken aan catechisatie niets doen. Bij sommigen is wat in nauw verband staat met Nederland een weinig verdacht. Men wil ja, Amerikanen zijn, en niet wetende wat men doet, gaat men zoo spoedig mogelijk uitschudden wat aan Nederland herinnert. En op dezen weg voortgaande, beeldt men xich in zijne waanwijsheid in, dat catechisatie zeker een oud onding is, die stijve Hollanders in eere willen houden, maar waarvoor in Amerika plaats noch behoefte bestaat. Eene Amerikanisatie van verkeerd, soort!

Sommigen spreken en handelen op deze wijze. Gelukkig niet allen. De ouders zijn verplicht de noodzakelijkheid van het catechetisch onderwijs hunne kinderen duidelijk te maken; niet het minst krachtens de belofte bij den heiligen doop afgelegd.”

Wij zouden zeggen, dat de ouders die de noodzakelijkheid der catechisatie inzien, verplicht zijn om hunne kinderen daarheen te zenden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 juli 1902

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 juli 1902

De Heraut | 4 Pagina's