Recensiën.
J. A. WORMSER. De Gelijkenissen onzes Heeren. Boekhandel voorheen Höveker en Wormser. Amsterdam, I902.
De heer Wormser heeft een goed werk gedaan met een eenvoudige, practische verklaring van de Gelijkenissen aan ons volk aan te bieden. Al wat dienen kan om ons volk in te leiden in de rechte kennis der Heilige Schrift, verdient dankbare waardeering. De Heilige Schrift is alleen de bron, en alleen wanneer Gods kind telkens meer tot die bron teruggeleid wordt, kan zijn geloofsleven tieren. Natuurlijk kan men aan den arbeid van iemand, die op het gebied der uitlegkunde een leek is, geen streng wetenschappelijke eischen stellen. De vraag, of het den geachten schrijver gelukt is, de juiste beteekenis van elke gehjkenis in het licht te stellen, zal dan ook niet licht een eenparig antwoord vinden. Maar dit doet aan de verdienste van deze verklaring niet te kort. De schrijver wandelt niet in afgeloopen paden. Hij geeft frissche gedachten en prikkelt tot eigen onderzoek der Schrift. En bovenal, de eenvoudige practische toepassing der Gelijkenissen op ons dagelijksche leven geeft aan deze Schriftstudie een rijke waardij.
Ds. G. WISSE JR. Handleiding bij de beoefening der Geref. geloofswaarheden. Kampen, J. H. Bos, 1902.
In tegenstelling met de gewone vragenboekjes geeft Ds. Wisse hier een korte systematische uiteenzetting van de hoofdwaarheden des geloofs, vooral voor catecheasch gebruik. Het komt ons voor, dat de schrijver vooral voor dit doel beter hadde gedaan met zich te houden aan de belijdenisschriften der Kerk en daarom óf de Geloofsbelijdenis óf den Catechismus tot leiddraad had moeten kiezen. Het gevaar is niet zoo denkbeeldig, dat men langs dezen weg een eigen dogmatiek zal schuiven in plaats van de officieele belijdenis der Kerk. Wij zeggen dit niet met het oog op dit populaire geschrift. Ds. Wisse heeft hierin kort saamgevat, wat in de uitnemende Dogmatiek van Prof. Bavinck ons geboden werd. Als poging om de resultaten van deze streng wetenschappelijke studie in eenvoudigen vorm
te popularlseeren, verdient dit geschrift zeker waardeering en kan het nut stichten. Mits het anderen maar niet verleide om op eigen band te gaan doen, wat Ds. Wisse aan de hand van Prof. Bavinck's Dogmatiek heeft gedaan.
P. A. E. SiLLEVis SMITT, Diakonie en Overheid. Referaat gehouden op de Provinciale Diakonale Conferentie der Gereformeerde Kerken in Zuid-Holland te Rotterdam, 29 Mei igo2. Rotterdam, A. ter Weemt, 1902. Op dit uitnemende referaat vestigde de Heraut reeds de aandacht door de stellingen over te nemen. Ds. Sillevis Smitt voert op aangrijpende wijze hier een pleidooi tegen de staatsarmenzorg en prikkelt de Kerk om ook in den dienst der barmhartigheid de eere van Christus hoog te houden.
P. A. E. SILLEVIS SMITT, Uwe Thummim en Uwe Urim. Woord ter inleiding op het gebed in den Bidstond voor de Vrije Universiteit, gehouden te Utrecht in de Oosterkerk, op Woensdag 25 Juni 1902. Naamlooze Vennoot schap Drukkerij „Vada", Wageningen, 1902.
Het aangrijpende woord, waarmede Ds. Sillevis Smitt den bidstond inleidde, maakte diepen indruk. De keuze van het onderwerp was zeldzaam gelukkig. De rijke symboliek van Israel's ceremonieelen eeredienst spreekt ons Gereformeerde volk altoos toe. En de vertolking der Godsgedachte, die in de Urim en Thummim op het hart des Hoogepriesters ligt uitgedrukt, in verband met de roeping der Christelijke wetenschap, deed opnieuw gevoelen tot hoe heerlijke taak de Vrije Universiteit geroepen is.
P. A. E. SILLEVIS SMITT, Verzeker dheid. Veertien Leerredenen over Romeinen VIII. Amsterdam, Boekhandel voorheen Höveker en Wormser, 1902.
Indien er één klacht is, die onder ons beluisterd wordt, dan is het wel die over gemis aan geloofsverzekerdheid. Het is zoo zelden, dat ge een kind Gods ontmoet, dat met volle bewustheid het den Apostel durft nazeggen: Ik weet in Wien ik geloofd heb. Deze geestelijke misstand kan alleen worden weggenomen, doordat uit Gods Woord weer'klaar en duidelijk worde aangetoond, waarin deze verzekerd heid bestaat, langs welken weg ze verkregen kan worden en wat haar opbloeiing uit den wortel des geloofs belet. Ds. Sillevis Smitt heeft dit in een veertiental predikatiën over Rom. VIII gedaan. De vorm dezer predikatién is even keurig als de inhoud degelijk. De teederheid der mystiek spreekt uit elk woord u tegen, zonder dat ooit het vaste fundament van Gods Woord verlaten wordt. En hoe hoog het ideaal gesteld wordt, de prediker weet toch altijd rekening te houden met de „kleinen" en „zwakken". Moge dit goede woord voor menige door onweder voortgedrevene ziel een middel worden om zich vast te klemmen aan den Rotssteen des Vertrouwens, die in Christus is,
W. JANSEN. Een baken In zee'i Openbare briet aan Ds. J. C. Sikkel, naar aanleiding van zijne brochure: „De aanschouwing in het onderwijs." Rotterdam, J. M. Bredée, 1902.
Wie kaatst, moet den bal verwachten. Ds. Sikkel, die op vrij krasse wijze de tegenwoordige methode van het onderwijs aanviel, wordt hier, zeker niet op zachthandige wijze, beantwoord door den heer W. Jansen, lid van de redactie der „Nieuwe Paedagogis-che Bijdragen". Het is te betreuren, dat de heer Jansen de polemiek over dit zoo hoogst belangrijke onderwerp niet meer in objectieven toon gehouden heeft en soms wel eens wat te veel vergeet, dat men in een publiek debat zijn tegenstander niet op de schoolbanken zet. De schrijver tracht achtereenvolgens aan te toonen, dat het beeld door Ds. Sikkel ontworpen van de beteekenis, die voor de Aanschouwing tegenwoordig bij het onderwijs wordt opgeëischt, onjuist is; dat het beginsel door Ds. Sikkel als het eenig juiste voor het Christelijk onderwijs aangewezen: „het leeren door zeggen zonder zien", niet bewezen kan worden uit de Schrift en in strijd is met de eischen eener gezonde paedagogiek; en eindelijk dat het door Ds. Sikkel gewraakte beginsel van de Aanschouwing in het onderwijs niet te danken is aan de ongeloovige wijsbegeerte, maar aan den vromen, geloovigen godgeleerde en paedagoog Amos Comenius. Ds. Sikkel zal zonder twijfel het antwoord op dezen aanval niet schuldig b'ijven. Het debat zal er bij winnen, wanneer men over en weer zich van overdrijving vrij houdt en tracht zich tot een principieele discussie te beperken.
DR. W. VAN EVERDINGEN, De OorloginZuid-Afrika. Eerste Tijdvak van 11 Oct. 1899 — Maart 1900. Met een inleidend woord van Dr. H. J. Kiewiet de Jonge. Delft. J. Waltman Jr. 1902,
De Zuid Afrikaansche oorlog, die zoo droef geëindigd is, heeft een schat van literatuur in het leven geroepen. Hier wordt de eerste poging gewaagd om in streng wetenschappelijken zin een overzicht van den krijg te leveren. Naar het ons voorkomt kan dit eerst geschieden, wanneer van de 'zijde der Boerengeneraals een geschiedenis van den oorlog geleverd is. Toch kan deze voorstudie goede diensten bewijzen om wat nu in krantartikels enz. verspreid ligt, te verzamelen. Te betreuren is het alleen, dat in deze wetenschappelijke studie het geloofsmoment, dat zoo sterk in dezen krijg op den voorgrond trad, schier geheel wordt geïgnoreerd.
De boeren op St. Helena. Album met Afbeeldingen en Bijschriften van S. J. L. Ten voordeele van de slachtoffers van Engeland in de „Moordkampen". Aangeboden door de Nederlandsche Zuid Afrikaansche Vereeniging. Amsterdam. Boekhandel voorheen Höveker en Wormser 1902.
Deze keurige afbeeldingen geven een goed beeld van het leven der ballingen op St. Helena. Het geheel is vereenigd tot een album, dat door zijn sierlijken vorm den uitgevers eere aandoet. En het goede doel, waarmede deze uitgave geschiedt, maakt de aanbeveling nog te gemakkelijker.
G. P. FRUIJT, Onze stamverwanten niet van verre maar nabij. Aanteekeningen van mijne Zondagsschoolreis in Vlaanderen en Omstreken. Naamlooze Vennootschap Egeling's Boekhandel, Amsterdam, 1902.
De heer Fruijt vestigt in dit boeiend geschreven verslag de aandacht op den Evangelisatiearbeid onder onze stamverwanten in België. Ook daar wordt een strijd gestreden tegen een machtigen vijand, die de eens zoo bloeiende kerken verwoest heeft. De belangstelling voor Zuid-Afrika mag ons niet doen vergeten, dat de kerk in Nederland een eereschuld tegenover België heeft af te doen.
J. BVJUMA, Calvinisme en Methodisme. Eene lezing gehouden voor Patrimonium. Uitgegeven ten voort! eele eener op te richten Christelijke School te Akker-en Murmerwoude. Van den Bur; ^ en VViersma, Siieek, 1902.
Het Melhodisms heef: veel gedaan voor de wederopleving der Christelijke Kerk. Maar al mag do: e verdienste niet verkleind, als stelsel staat het Methodisme tegenover het Calvinisme. Het is daarom goed, dat de heer Bouma op het verschil tusschen beide wees en voor de gevaarlijke zijde van het Methodisme waarschuwde.
P. JANSZ; Een rein geslachtsleven. Raad aan moeders voor hare dochters, met inleidend woord van H. Pierson, zend. dir. der Heldringgestichten.Ermelo Zeist, Zendmg^drukkerij, 1902.
Dit boekbke van den grijzen zendeling Jansz is alken bestemd voor moeders. Het geeft ernstige wenken, die bij de opvoeding wel ter harte dienen genomen te worden. Ook onze jonge dochters moeten gewaarschuwd voor het gevaar der verleiding en de moeder alleen kan dit in heiligen zin doen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 21 september 1902
De Heraut | 4 Pagina's