Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Slotwoord der Synode.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Slotwoord der Synode.

5 minuten leestijd

Het schoone slotwoord, waarmede Ds. Hoekstra de Synode te Arnhem sloot, kon in het persverslag niet tot zijn recht komen. Nu Gelderland's Kerkbode het in extenso mededeelt, vinde het ook hier een plaats:

Waarde broeders!

Zoo is dan nu het einde gekomen van deze Synodale vergadering. Vier weken lang mochten we saamleven en saamwerken.

Hoe de Synode van Arnhem in de historie van de volgende tientallen jaren geteekend zal staan?

Of in die teekening ook tinten zullen voorkomen van de spreekwoordelijke zwarte kool?

Het groote probleem was de eenheid [van opleiding. Men kan niet zeggen, dat deze synode onmachtig gebleken is, dit probleem op te lossen.

En toch zal onze Synode in de kerken die wij vertegenwoordigen, over 't geheel genomen, op dit punt eene door sommigen reeds te voren gevreesde en smartelijke teleurstelling gebracht hebben en eene mislukking geacht worden, en denken wij dat de verademing, die door den loop der zaken in dit stuk op deze synode bij een deel broeders in onze kerken gevoeld werd, geene blijmoedigheid op den duur zal zijn, maar misschien thans reeds met eenige bedruktheid is gemengd.

Men zou van de gezochte eenheid van opleiding op onze Synode, kunnen zeggen: „de kinderen zijn gekomen tot aan de geboorte, en er is geene kracht om te baren." Dit is eene zwakheid bij ons geweest, die samenhangt met eene zwakheid in de kerken, die hier vertegenwoordigd waren.

Of dan de handeling en het werk, in dit stuk, te vergeefs [is geweest op deze Synode? Of we het verloren tijd en verspilden arbeid moeten achten? Zoo denken wij er niet over. Het moge sommigen vreemd toeschijnen, maar het zou ons niet verwonderen, als wij, leden dezer Synode, bevonden werden overeen te stemmen in de gedachte, dat deze mislukking blijken kan een zeer gewichtig stadium te zijn op den weg naar eenheid van opleiding.

Wij gelooven ook ten opzichte van onze kerkelijke vergaderingen, dat in ons gebrekkig \itxV., hetwelk zoover ons aangaat, eene mislukking kan zijn. God de Heere zijn werk werkt met wijsheid en majesteit, met gerichte en goedertierenheid. Het goede doel, dat door menschen beoogd wordt, laat God hen wel eens bereiken in een anderen weg, dan waarin zij het zich voorgesteld hebben, opdat de „uitnemendheid der kracht zij van God, en niet uit ons."

De zaak der Zending had op onze Synode een voorspoedigen loop, waarop voorzeker van grooten invloed is geweest de uitnemende „voor arbeid" van de broederen, die inzonderheid op dit gebied de kerken dienen. Zij tronen in benijdenswaardige verhevenheid boven geschillen, die op ander terrein den gang van zaken wel eens belemmeren. Zij kennen, niet in malam partem maar in goeden zin opgevat, om het maar ronduit te zeggen, geen A voor een B. Als gesneden brood kwam de vrucht van hun arbeid voor de Synode. Moge Arnhems Synode, ook later nog, op het stuk der Zending het woord in herinnering doen komen: „zij gaan van kracht tot kracht."

Maar ook op ander gebied is met waardeering de arbeid te gedenken van de onderscheidene commission van advies, die ingespannen werkzaam zijn geweest en niet beschuldigd kunnen worden, wat het „utile dulci" aangaat, aan het laatste te groot overwicht te hebben gegeven.

Het is toch weder een zegen van onzen Heere, broeders! dat wij hier vier weken moch ten saamleven en saamwerken. We waren wel eens een weinig ontevreden op elkander. Verootmoedigend zegt God de Heere tot de scha pen zijner weide: gij zijt menschen. Maar wij denken niet, dat onze saamleving hier het ge voel van geestelijke gemeenschap heeft doen verslappen. Eer het tegendeel. En dat is de werking der genade. Dat is door de trouwe des Heeren. Dat is uit zijn verbond. Dat is door het leven, hetwelk uit het Hoofd in zijn leden afdaalt. Dat is het voorrecht van Israël. „Hij heeft den hoorn zijns volks verhoogd, den roem aller zijner gunstgenooten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah".

Gaat het maar eens bij u zelven na, als ge nu zoo straks van elkander zult scheiden. Gij zult het in uw hart zoo bevinden, dat ge u ook aan broederen, met wie gij het niet eens waart, nochtans, door deze saamleving hier, weer meer verbonden gevoelt.

En hoe zal ik als voorzitter U danken voor de groote welwillendheid, mij door U allen bewe? en? Gij hebt allen mij het werk gemakkelijk gemaakt. Over het geheel bewaarde de Heere ons bij den goeden broederlijken toon. Hij aanschouwe ons niet in de zonden, die ons ook in lieze kerkelijke vergadering aankleefden, maar in de verdienste en gerechtigheid van den Borg en het Hoofd, ons geschonken, en Hij doe een zegen voor zijne kerken voortkomen ook uit deze Synode.

Mijn hartelijken dank aan onze broeders, den Assessor en de Scribae, aan het moderamen, voor hun vriendelijken en trouwen steun.

Dank namens deze Synode aan de Professoren, die ons raad, voorlichting en bestier gaven, en aan de andere Adviseurs, wier tegen woordigheid en aandeel in deze vergadering haar versierde en versterkte. Dank aan allen, die door hunne werkzaamheid op deze Synode de kerken hebben gediend. Ook aan de broeders, en niet het minst aan de zusters, die blijmoedig en gewillig ons verblijf aan deze plaats van vergadering dagelijks aangenaam hebben doen zijn.

Ik besluit met de woorden: „Laat in U vroolijk en verblijd zijn allen, die U zoeken; laat de liefhebbers uws heils geduriglijk zeggen: God zi] groot gemaakt."

In sobere woordenkeus, niet zonder een humoristische tint, is hier de indruk weergegeven, dien de Arnhemsche Synode achteriiet.

Eenerzijds een gevoel van zwakheid, omdat de kracht om te baren ontbrak. Een zwakheid, die tot verootmoediging voor den Heere onzen God leiden moet. Want zijn Kerk moet niet zwak, maar sterk zijn, omdat het leven Gods in haar wordt gevonden.

Maar ook anderzijds een gevoel van dankbaarheid, omdat in het meest ingrijpende vraagstuk, dat onze Kerken bezig houdt, thans een beslissing is genomen, die voor de toekomst van zeer gewichtige beteekenis blijken zal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 september 1902

De Heraut | 4 Pagina's

Slotwoord der Synode.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 september 1902

De Heraut | 4 Pagina's