Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Scheurer’s hospitaal.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Scheurer’s hospitaal.

7 minuten leestijd

Het zesde jaarverslag van de vereeniging „Scheurer's hospitaal" ligt voor ons en de Heraut haast zich ook ditmaal de aandacht te vestigen op dezen uitnemenden arbeid der Christelijke liefde.

Er is zooveel, ook in ons kerkelijk leven, wat ontmoedigt. Onderling krakeel, waar broederlijke liefde heerschen moest. Een geestelijke dorheid, waarbij de doornen en distelen alleen welig tieren. Een keeren van de scherpste wapenen tegen den broeder, terwijl de vijand voor de poort staat.

Met te meer welbehagen richt zich daarom het oog op hetgeen te midden van deze kerkelijke zandwoestijn wel een Elim genoemd mag worden. Hoog boven onze kerkelijke verschillen, rijst de arbeid der zending in Indië, die aller warme sympathie heeft. En in dezen arbeid der zending staat als een gedenkteeken van Gods zegenende genade, ons hospitaal te Djocjo, dat een eere is voor Christus' naam en een weldaad voor den lijdenden Javaan.

Dat het hart der vrouw zich het meest tot deze stichting aangetrokken voelt, spreekt van zelf. Harer is de kostelijke gave des medelijdens en der barmhartigheid, die hier haar triomfen viert. Ook al mag hier en daar nog een bedenking worden gehoord tegen het feit, dat dit hospitaal voor een niet gering deel bestaat door de gaven, die onze jongedochters en vrouwen saambrengen — wie de roeping der vrouw op Christelijk gebied verstaat, zal te meer den ijver en de liefde dezer zusters waardeeren.

Ook dit jaar klom het aantal der gaven. Van fl. 9024 werd het aantal vaste contributiën fl. 10, 540, wat een vermeerdering van 1500 fl. geeft. Maar behalve deze zeer aanzienlijke som, werd voor de tweede dokterswoning en een 25-tal nieuwe bedden, nog ruim fl. 2300 bijeengebracht. Over achteruitgang valt dus waarlijk niet te klagen.

Trouwens, de uitbreiding van het hospitaal eischt vermeerdering van steun. Dr. Scheurer hoopt in Januari weer te keeren, na den korten rusttijd in het vaderland met nieuwe krachten toegerust. Br. S. van der Ley, die een tijdlang zijn arbeid overnam, gaat zich dan wijden aan de Salatigazending. Maar naast Dr. Scheurer zal als tweede missionaire arts optreden Dr. Esser, omdat de arbeid voor één doctor niet meer te dragen was. Met Dr. Zwaan als Dritter im Bunde wordt zoo een middel punt van evangelisatiearbeïd gevormd, dat tot ver buiten Djocjo zijn invloed zal gevoi len doen.

Want de dienst der barmhartigheid blijft hulpdienst, om het hart van den Javaan voor het Evangelie te ontsluiten. Daarom verblijdt het ons, dat in dit verslag iets meer ons wordt meegedeeld aangaande dezen evangelisatiearbeïd. Mej. Rutgers, een der hoofdverpleegsters, schrijft desaangaande:

De Evangelisatie op de ziekenzalen en in de polikliniek gaat ook geregeld voort. Op elke zaal is eenmaal per week een bijbellezing door een van de helpers van Ds. Zwaan. En in de polikliniek wordt eiken morgen met de paliën ten gesproken en gebeden vóór de behandeling begint. In de praktijk buiten 't hospitaal maken we veel gebruik van een tractaatje door Ds. Bakker geschreven, naar we hopen het eerste van een gansche reeks. Er is in de buitenprak tijk dikwijls zoo weinig gelegenheid om met de menschen te spreken. Ze komen ons halen met een rijtuig, dat ze zelf moeten betalen, en we kunnen dat natuurlijk om de onkosten niet langer laten wachten dan strikt noodzakelijk is. Nu hooren ze op deze wijze toch van 't Evangelie, en is er in 't gelezene allicht een aanknoopingspunt voor later, 't Is ons ook al eens gebeurd, dat een patiënt, wien we een tractaatje gaven, later liet vragen, of we nog meer dergelijke hadden; want hij had 't zoo bijzonder mooi gevonden. Jammer genoeg is 't door de velerlei drukte hier ons niet mogelijk, al die menschen aan te houden. Ons werk brengt trouwens vanzelf mede, dat we met de men schen niet anders in aanraking komen, dan wanneer ze ziek zijn.

Verscheidene patiënten zijn in den loop van dit jaar gedoopt: vooral van de vrouwenzaal. Van enkele bracht de aard van haar ziekte mee, dat ze hier buitengewoon lang moesten zijn; en de Heere heeft dat langdurig verblijf hier ook voor haar zielen willen zegenen. Voor ons ook, een aanmoediging dat, nu we nog pas in 't eerste begin van 't werk hier zijn en nog op geen vruchten mogen en kunnen rekenen, de Heere 'óns er toch al enkele te zien geeft. Ook een van onze verplegers, vroeger zelf als patiënt op de zaal, is een paar maanden geleden gedoopt. Hij heeft zich bijzonder aardig ontwikkeld, en hoewel hij van hooger stand is dan ds meesten hier, en de Javanen aan 't standverschil zeer hechten en er zich op laten voorstaan, ontziet hij zich in 't geheel niet, en doet bijzonder gewillig alle werk, dat van hem gevraagd wordt. Als verpleger is hij bijzonder geschikt voor zijn werk, en dat hij 'tuit liefde doet, kan uit het volgende blijken. Eenigen tijd geleden werd hij opgeroepen, met vele andere jongens uit de stad, die met goed gevolg de school voor inlanders hadden afgeloopen. Voor de gelegenheden tot verkoop van opium waren Javaansche mandoers noodig, die zouden genomen worden uit" hen, die een goed getuigschrift van de school konden overleggen. Ze zouden op 't Residentie-kantoor nog eens geëxamineerd worden, en dan hun een betrekking worden aangewezen. Die betrekkingen v/orden bijzonder goed betaald. Van ƒ 30—•/ 75 per maand. Voor een Javaan een prachtig baantje! Voor hoeveel Hollanders trouwens zou zoo iets een groote veileiding zijn! Toch heeft deze jongen, die nog pas zoo kort christen is, zich daarover niet lang bedacht. Zijn eenige angst was, of hij ook tot zoo'n betrekking zou kunnen gedwongen worden, en hij vroeg dringend, of we, indien dat zoo mocht zijn, toch alles in 't werk wilden stellen om hem vrij te krijgen. Toen hem gevraagd werd, of hij 't dan niet prettig vond meer geld te verdienen (hij krijgt hier maar / 7 per maand), antwoordde hij, dat het opium verkoopen tegen Gods wil was, en dat hij aan 't geld niets had, wanneer zijn ziel er mee verloren ging. En bovendien, dat hij veel liever hier zieken verpleegde, dan welk ander werk ook te doen. Dat hij hier wel weinig loon had, maar dat daar tegenover stond, dat hij in de gelegenheid was om de godsdienstoefening en de catechisatie bij te wonen en in een christelijke omgeving te werken. Nog eens, hoeveel christenen in Europa zouden voor de verzoeking van een meer dan vierdubbel salaris bezwijken, en denken: we kunnen den Heere thuis ook wel dienen, en dan maar niet naar de kerk gaan, of maar een enkele keer.

Daarentegen zijn er weer andere verzoekingen, waar onze opvoeding en onze omgeving ons voor bewaart, en die voor de Javanen groote moeilijkheden opleveren. En in die gevallen is de strijd voor hen zooveel moeilijker dan voor ons. Zij hebben niet hun opvoeding mee: zij komen, tenminste de meesten van hen, niet uit een christelijk gezin; zij hebben nog zoo weinig onderwijs gehad; en zij hebben niet dien schat van lectuur tot hunne beschikking, waaruit wij licht over Gods Woord kunnen putten. En daarbij komt, dat de Satan hier zooveel meer macht heeft dan in een christenland. Hij maakt van al die omstandigheden gebruik om de verzoeking voor de christenen hier nog zwaarder te maken. Niet dat zij hier geen gebed, geen strijd er over kennen. Integendeel: uit persoonlijke gesprekken weet ik, dat dit bij velen wèl zoo is. En waar zij dan toch voor de verzoeking nog zoo vaak bezwijken, moet dit dan niet voor ons die in de Zending werken vooral, in de eerste plaats, maar verder toch ook voor allen, die in de Zending belangstellen, eene roepstem zijn, om veel voor hen te bidden, om niet al leen ons geld en onze krachten te geven, maar bovenal om door ons gebed hen te helpen in dien geestelijken strijd? Zijn 't niet dikwijls de hulptroepen, die den slag tot beslissing brengen en de overwinning verzekeren ?

Zulke feiten geven goede hope. Het zijn eerstelingen des Geestes, maar die profeteeren van een rijken oogst. En er ligt in deze vruchten een heerlijke bemoediging voor hen, die met zoo teedere toewijding hun leven aan dezen dienst hebben gewijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 oktober 1902

De Heraut | 4 Pagina's

Scheurer’s hospitaal.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 oktober 1902

De Heraut | 4 Pagina's