De kerk Staatscreatuur.
Dr. Franck, consistorialrath, lid der Evangelische kerk in Duitschland, heeft onlangs een fantastisch verhaal uitgegeven onder den titel: „, Wie wird's sein.''" Hij zag zich in den hemel verplaatst, had daar allerlei wonderlijke ontmoetingen en hoorde een oordeel uitspreken over de verschillende kerken.
Hoe weinig waarde overigens dit wilde spel der fantasie hebben moge, van beteekenis is het oordeel dat Dr. Franck velt over de Duitsche kerk en waarop de Tijd terecht de aandacht vestigde. Is volgens hem de Roomsche kerk de met scharlaken bekleede hoer, die op het Beest met zeven hoofden en tien hoornen zit (de Staat), de Evangelische kerk zit niet op, maar ligt onder het Beest en moet al de bewegingen van het Beest mee maken. De Staat leidt en regeert haar. Niet de geest van Christus, maar de wil der Overheid of de openbare meening van den dag is de leidsman, die haar bestuurt.
Welke droeve gevolgen dit voor het innerlijke leven der kerken heeft, wordt met schrille verven aldus geschilderd:
De rechten der gemeente zijn zoo goed als tot niets ingekrompen. Daarentegen heerschle in het kerkbestuur een karakterlooze naijver. De gunst der overheden verloor men niet uit het oog. En hoe dikwijls werd deze gunst door schijn en bedrog, door ellendige vleierij, verworven. Eenige bedrevenheid in zake van beheer, gladde vormen in den dagelijkschen omgang, groote bedrijvigheid in het oprichten en besturen van vrome vereenigingen, dit, zeg ik, strekt tegen woordig den geestelijken tot aanbeveling. Een ernstige wetenschappelijke opleiding is niet noodig. Dit is geen mode meer. De Kerk is veelal voor haar dienaren geen heiligdom meer, maar een melkgevende koe, die boter levert. Men treedt in den dienst der kerk om carrière of om geld te maken, en blijft erin arbeiden hoofdzakelijk met diezelfde bedoeling; eerst op de tweede plaats en dikwijls in 't geheel niet, wordt het oog geslagen op Jezus, den gever en voltrekker des geloofs. Daarom zijn in het be stuur der kerk krachtige christelijke persoonheden niet op hunne plaats. Mannen, die den moed eener eigene overtuiging bezitten, zijn ongeschikt.... De geest van Jezus, Zijn woord en beeld wordt stilzwijgend ter zijde geschoven. Daarentegen wordem met angstige nauwgezetheid de uiterlijke rechtsvormen in acht genomen. Hierdoor tracht men het versleten kleed der onfeilbaarheid, waarmede ook de prdtestantsche kerkvorsten zich zoo gaarne bekleeden, armelijk samen te houden. Met snelle afwisseling moet telkens iets anders en iets nieuws worden voorgeschreven, om den schijn van het kerkelijk leven te redden, waar dat leven zelf reeds lang ontvloden is.”
Metterdaad waar de kerk van Christus zich tot Staatscréatuur verlaagd ziet, is geen ander gevolg te wachten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 5 oktober 1902
De Heraut | 4 Pagina's