Onze roomsche provinciën.
Het is nog altoos een open vraag, of de aansluiting van Noord-Brabant en Limburg als generaliteitslanden aan den bond der zeven provinciën een aanwinst of een nadeel is geweest voor de ontwikkeling van onze Gemeenebest.
In beide provinciën heerscht de Roomsohe kerk oppermachtig. Al tnocht bij den aanvang der Reformatie hier en daar even het heldere licht des Evangelies hebben doorgeblonken, het was eea morgenschemering, waarop geen dageraad volgde. In het bloed der martelaren werd het zaad der kerk gesmoord. Ook was de geest van het volk een andere dan van Hollander en Zeeuw, die tuk waren op hun vrijheid; tegen Spanje's despotisme kwamen Brabant en Limburg nooit in verzet.
De saamkoppeling van beide provinciën aan onze Calvinistische republiek was dan ook louter vrucht van wapengeweld, maar leidde nooit tot die geestelijke samensmelting, die voor de eenheid van het volksleven noodig is. Nog voelt wie beneden den Moerdijk komt, dat hier de Nederlandsche gedachte geen wortel schoot. De veerkracht van ons nationale leven ligt noch in Den Bosch noch in Maastricht.
Maar al zijn deze beide provinciën meer bijwoners dan huisgenoten, toch heeft de Gereformeerde kerk steeds de roeping gevoeld, om den arbeid der Evangelisatie onder deze Roomsche landgenooten met kracht ter hand te nemen. Het was Gods bestel, dat deze provinciën zoo nauw met ons volk verbonden werden en daarin lag een heilige roeping om het zuivere Evangelie te prediken aan hen, die in de macht van het bijgeloof gebonden lagen. Het zijn dan ook waarlijk niet de minsten onder onze Theologen geweest, die tot dezen arbeid zich hebben opgemaakt. Een Voetius, Maresius, Udemannus hebben er hun kracht aan gewijd.
Toch bleek de vrucht van dien arbeid luttel. Met geweld mochten de kerkdeuren worden geopend; onder begeleiding van gewapende ruiterbenden de predikant op den kansel worden gebracht. Desondanks of liever juist daardoor schoot het uitgestrooide zaad geen v/ortel. - Hier en daar werd met Staatshulp en politiedwang een kleine kerk in het leven gehouden, maar van een reformatie, een omzetting van den volksgeest was geen sprake. Wel een ernstige les voor wie meent dat niet door het zwaard des Woords en de kracht des Heiligen Geestes, maar door den machtigen arm van den Staat Christus kerk moet worden opgebouwd.
Toen de Staatshulp verdween, zonk de Gereformeerde kerk jammerlijk ineen. En wat uit de ruïne nog standhield, werd een prooi van het Modernisme. De Gustaaf-Adolf-vereeniging dreef propaganda voor een Evangelie, waaruit de levende Christus was weggenomen. Wat als proseliet de Roomsche kerk verliet, ruilde bijgeloof voor ongeloof. Zelfs in de ffervormmg, het lijfblad der modernen, werd dezer dagen een bittere klacht geslaakt over het volkomen gemis aan energie, dat in de Protestantsche kerk in Limburg wordt gevonden. In Valkenberg, v/aar tal van protestantsche familiën in hun vacantie genieten komen van de schoonheid der natuur, bleef gedurende de zomermaanden de protestantsche kerk gesloten. En dat terwijl Rome in Noord-Nederland tot in de kleinste dorpen haar prachtige kerken voor hare geloofsgenooten bouwt.
Het is daarom wel een verblijdend teeken, dat onze Gereformeerde kerken in Noord-Brabant, hoe klein ook in getal, reeds sinds jaren den Evangelisatie-arbeid in deze Roomsche streken met kracht hebben aangevat. De naam van „Inwendige Zending" aan dien arbeid gegeven, deugt natuurlijk niet en moest reeds lang zijn afgeschaft. Van „Inwendige Zending" kan desnoods gesproken bij den Evangelisatie-arbeid onder de heidebevolking in sommige streken van ons vaderland, waar geen spoor van de Christelijke kerk overbleef, het sacrament des Doops niet meer bediend werd en het volk nog beneden het heidendom zonk. Maar „Zending" onder de Roomschen, bij wie het sacrament des Doops bleef, is een miskenning van de katholiciteit der Kerk. En de bijvoeging van het woord „inwendige" maakt de zaak waarlijk niet beter, daar zending zich nooit naar binnen, maar altijd buiten de grenzen der Christelijke kerk richt.
Intusschen mag deze onjuiste naam geen beletsel zijn om de zaak van harte te steunen en de bede van deputaten om in ruimeren kring dezen arbeid bekend te maken, vindt bij ons dan ook een willig oor. In Tilburg, Venloo en Roermond zijn reeds vaste posten uitgezet en begint de arbeid vrucht te dragen. Terwijl men de lijn hoopt door te trekken over Sittard tot Maastricht toe, wanneer God arbeiders schenkt en de kerken mildelijk steunen.
De kerken in Noord-Brabant zelf doen naar verhouding veel. Uit de drie classes komt jaarlijks ƒ 400 bijeen. Ook buiten Brabant ontbreekt de belangstelling niet geheel. Een anderhalf honderd kerken dragen iets bij, terwijl ook particulieren en vereenigingen steun bieden. Maar de nood nijpt; de inkomsten gaan achteruit en zonder krachtige hulp houdt deze] arbeid geen stand.
Het is daarom, dat wij in breeder kring de aandacht vestigen op dit werk van Evangelisatie. De penningmeester der deputaten, Ds. J. C. C. Voigt van Raamsdonk, zal gaarne elke gave in ontvangst nemen. Vooral onze kerkeraden worden opgewekt door vaste contributien de kerken van Noord-Brabant in dezen niet-ongezegenden arbeid te steunen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 5 oktober 1902
De Heraut | 4 Pagina's