Buiteuland.
Engeland. Invloed van den Zuid-Afrikaanschen oorlog op de litteratuur. i
De Franschman Gilbert Gilancy heeft zich de moeite gegeven, aan onderscheidene Engelsche geleerden de vraag te stellen, welken invloed de Zmd-Afrikaansche oorlog op de Engelsche litteratuur gehad heeft. Onder de antwoorden trekken die van Shorter en van een ongenoemde, zeer de aandacht.
De eerste beweert het volgende: „Het letterkundige leven van Engeland is in den tegenwoordigen tijd zoo diep mogelijk gezonken. Wij hebben niet één van de groote mannen meer, die aan het einde der achttiende, en het begin der negentiende eeuw, aan de Engelsche litteratuur een eerste plaats in de letterkundige wereld gegeven hebben, zooals Byron, Wordsworth, Shelley, Burns, Walter Scott en zoovele andere schrijvers, die een Europeeschen naam hadden. Wij kunnen niet eens iets leveren, dat opééne lijn staat met hetgeen geleverd werd in de dagen, toen de Krim oorlog gevoerd werd. Wij hadden toen een Tennyson, Browning, Carlyle, Ruskin, èn een lange lijst van dichters en historieschrijvers van naam. Men kan niet zeggen, dat onze natie tegenwoordig even rijk is; er bleo b b s W n s K A M t ven slechts twee groote veteranen der letterkunde gespaard: Algernon Swinburne, en Georg Meredith, ' mannen, die omtrent den Zuid Afnkaanschei' oorlog meeningen koesteren, die lijnrecht tegenover elkander staan, daar de eerste hem verde digde en de tweede hem scherp veroordeelde. Hij, die de zaken onpartijdig bekijkt, moet wel tot de conclusie komen, dat de letterkundige wereld met betrekking tot den oorlog twee elkander bekampende legers vormde, die, wat hnn sterkte betreft, vrijwel gelijk zijn. Onder hen, die meenden, dat Engelands eer den oor log onvermijdelijk maakte, telt men Rudyard Kipling, Conan Doyle, Alfred Austin, Marie Corelli, enz. Daartegenover staan Thomas Hardy, Anthony Hope, Hawkins, William Watson, Miss Ciaygie, enz. Men ziet, dat de weeg schaal ongeveer in den evenaar staat."
Niet gunstiger is het antwoord van den geleerde, die liever zijn naam niet genoemd zag. Hij schreef: „De oorlog heeft geen invloed op onze litteratuur uitgeoefend; hij is slechts het gevolg der imperialistische beweging. Het imperialisme zelf heeft in de litteratuur weinig weerklank gevonden. Onder letterkundige produkten, die hun ontstaan te danken hebben aan den Afrika oorlog, kunnen wij alleen wijzen op de verzen van Kipling, waaronder het veel besproken gedicht: „De eilanden, " waarin een pleidooi wordt gegeven voor algemeenen weer plicht; het gedicht van Swinburne; de ge schiedenis van den oorlog door Conan Doyle ; de Roman voor jongelingen van Henly; eenige gedichten van Watson, een Pro-boer, wiens verzen echter zoo goed als geen weerklank vonden .... En dat is alles! . . . . Hoe was het evenwel mogelijk, dat de beoefenaars der dichtkunst, of van een ander deel der letter kunde, bij ons in geestdrift zouden raken ? De poëzie, ja de geheele litteratuur is in Engeland dood. In het drama, in den roman ligt de gedachte, de geest te worstelen me: : den dood. Rijkdom, weelde, voorliefde voor materieele genietingen hebben poëzie en denkkracht ge dood." In dit oordeel van dezen Engelschman is wel iets overdrevens, maar toch ligt een kern van waarheid er aan ten grondslag. Het type van Chamberlain ligt helaas niet alleen op de bovendrijvende politieke partij in Engeland; het is ook te vinden in het kerkelijke en letterkundige leven van het Engelsche volk.
Noord-Amerika, Ons Vaandel.
Tot onze blij'^-schap vernamen wij, dat voortaan Ons Vaandel niet twee maal, maar drie maal per week zal verschijnen, en dat het voortaan zal uitgegeven worden te Grand-Rapids in Michigan, waar zooveel Nederlanders wonen. Het. doel, waarvoor nu anderhalf jaar geleden genoemd orgaan in het leven werd geroepen, wordt door de redactie aldus beschreven:
„Ons Gereformeerd volk was tevreden met de belijdenis van de Gereformeerde beginselen op kerkelijk gebied, maar op de doorvoering van die beginselen op maatschappelijk terrein en op de toepassing in de practijk des levens, daarin toch, — laten wij het maar eerlijk erkennen — daarin schoten wij veel, zeer veel, onnoemelijk veel te kort. Waar wij. Gereformeerden, de eere van onzen God als het ideaal van ons leven stellen, waar Zijn roem het doel van ons doen en laten moet zijn, daar moeten wij belijden, dat wij niet onze krachten hebben ingespannen, zooals wij behoorden. Schuldbelijdenis past ons, geen roem. De beginselen werden beleden en over het BELEVEN werd niet gedacht. Dat verklaart onzen toestand. Doordat het zout niet zoutend was, werd de spijze laf. Vergeet dit niet, pelgrim op deze aarde, het is voor een zeer groot deel UW schuld, dat ons politieke leven zoo weinig waarachtig leven vertoont. Uw schuld, waarvan gij u niet kunt vrijpleiten.
Ons volk, ons Christenvolk is thans gedwongen zich te scharen onder de banieren van politieke partijen, die haar beginselen niet hebben ontleend aan het Woord van onzen God. a, blijvende beginselen erkent men zelfs niet meer, maar het „platform" wordt telkens ver anderd, omdat de keuze en inrichting daarvan telkens en telkens wordt bepaald door de vraag: Betaalt het? Hoe kunnen wij het best winnen? De partij is god geworden en de candidaat is zijn grootste profeet, en tal van onze geloofsgenooten brengen hun stem uit als offer op de altaren, die gebouwd zijn van steenen van den almachtigen Dollar, samengevoegd door de kalk der utiliteit. De partij aan hel hoofd met de „Almighty Dollar" die haar steunt, en Gods Woord verwezen naar de vier muren van het kerkgebouw.
Juist die almachtige Dollar is het, die ons volk verleidt en van Gods Woord afvoert, die het de bevelen des' Heeren met voeten doet treden. Groot te zijn, de „survival of the fittest" de vloek der evolutie, is de kanker die ons volk heeft aangetast en zijn levenskracht uitzuigt.
„Politicar Bossism; " Mammon regeering; Sabbatschennis; ontucht (openbare en clandes tine); brasserij en dronkenschap; en „last but not least, " de I^oge met haar verderfelijken invloed, ziedaar zonden, die wij niet mogen gedogen, waartegen wij protesteeren moeten, waartegen wij ons moeten wapenen met de wapenrusting Gods.
Deze verschijnselen hebben vele christenen bedroefd en geërgerd en deden bij hen de begeerte en bede rijzen voor vereende actie, opdat in Gods kracht en volgens zijn bestel deze zonden konden worden bestreden. Ook de pers had moeten waarschuwen en voorlichten. Maar zij zweeg veelal, en sprak zij nog eens, dan was het meestal een Methodistische klank, die vernomen werd, en die overstemd werd, zoodra de stormen van tegenspoed en moeiten loeiden. En ook hier speelde de Dollar zijn rol.
Een pers, die strijdt voor onze Calvinistische beginselen en voor die ALLEEN, een pers, die niet vraagt, wat betaalt het best, maar, wat s Gods' wil en wat heeft Hij voor ons besloten, wat heeft Hij voor ons besloten IN ZIJN WOORD, en pers, die niet gekocht kan worden, ziedaar, wat wij noodig hebben, waarbuiten wij niet kunnen."
Het is een oorzaak van dank, dat onze broeers in N.-Amerika met het oog op de toepassing van de Gereformeerde beginselen op elk terrein des levens een orgaan hebben gesticht. Tot nze verwondering moesten wij van sommige roeders, die met ons dezelfde Gereformeerde elijdenis deelen, vernemen, dat zij bijv. voor tanders zijn van de z g. „Publieke school, " wij zouden zeggen: de openbare neutrale school. anneer men die broeders er op wijst, dat dit iet overeenkomt met de Gereformeerde beginelen, die ook het onderwijs opeischen voor den oning der Koningen, — dan krijgt men wel ten antwoord, dat wij Nederlanders niet over merikaansche toestanden kunnen oordeelen. aar nu hebben we goede hope, dat er steeds meer stemmen uit Amerika zullen worden vernomen, die er voor pleiten, dat op elk terrein van het leven, niet het minst op staatkundig errein, er naar moet gejaagd, dat de oidinantiën Gods worden geëerbiedigd. Wellicht weten onze Gereformeerde broeders mettertijd eene antirevolutionaire partij in N.-Amerika te stichten.
Zuid-Afrika. In bet tijdschrift van den hoogleeraar van Orelli van Bazel Dir Kirchtn freund, lezen wij in het nummer van 26 September: Eindelijk is de gemeenschap met de vriendei in Kaapland, die meer dan een jaar door oorlogsrecht, censuur enz., afgebroken was, weder hersteld, en daardoor wordt ook lang /, aam het gordijn, dat over - de verwoestingen en vervolgingen aldaar geschoven was, opge trokken. Andrew Murray kwam in Europa, en van Schotland reisde eene deputatie van de Presbyteriaansche kerk naar Kaapland, om weder voeling met de zusterkerk aldaar te ver krijgen. De Schotsche gedeputeerden werden in Kaapstad vriendelijk ontvangen. Maar men verborg het voor hen niet, dat niets zoo pijnlijk had aangedaan, als de koude houding dezer kerk, welke volgens hare belijdenis en door hare menigvuldige betrekkingen tot Nederlandsch-Gereformeerden in Zuid-Afrika, als geene andere, sympathie voor deze had moeten bewijzen. De Schotsch Gert-formeerde kerk heeft als zoodanig volstrekt niets gedaan om het lot van hare broeders in het geloof verzachten; zij heeft tegen de gruwelijkste behandeling van die broeders geen protest laten hooren Wel hebben zich enkele stemmen tegen den gruwel der onderdrukking verheven, maar deze waren naar verhouding minder talrijk als in de Anglicaansche kerk. Mocht het bezoek van de Schotsche presbyterianen in Kaapland hun de oogen openen voor den waren toestand der dingen! Helaas duren aldaar de ongerechtigheden voort. De amnestie, welke men volgens zekere aan duidingen van Koning Eduard met zekerheid verwachten kon, is niet gekomen. En daarom smachten nog ontelbaren als rebellen in de gevangenis, die of onschuldig of om te veront-schuldigen redenen naar de wapenen gegrepen hebben."
Ook wij zijn het met prof. Orelli eens, dat Engelands staatslieden niet den rechten weg bewandelen om Zuid-Afrika met het Engelsche bewind te verzoenen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 12 oktober 1902
De Heraut | 4 Pagina's