Klare wijn.
Prof. Noordtzij heeft de vriendelijkheid, in De Bazuin te antwoorden op onze klacht, dat men bezig is politiek en kerk te verwarren, en wil, dat er op dit punt klare wijn geschonken zal worden.
Niet de broeders, die te Utrecht vergaderden, maar de hoogleeraren der Vrije Universiteit zijn begonnen met partij-organisatie, geheime vergaderingen enz. en eerst uit noodweer tegen deze actie greep Prof. Noordtzij naar dezelfde wapenen.
Hij schrijft het volgende:
En als ik nu meen, ter wille van de rust, den vrede en het heil der Kerken, in den kring mijner vrienden op dat jammerlijk drijven en af breken opmerkzaam te moeten maken en met het publiek den Kerkeraden te verzoeken daartegen in den kerkdijken weg op te treden — dan word ik — hoewel tiiet bij name! — in de Heraut den volke voorgesteld als een die de politiek in de Kerken inbrengt.
Jammer maar, dat ik zelf aan zoo iets niet heb gebracht en dat ik, omgekeerd, omdat ik weet wat zoo iets beteekent, mij juist altijd daarvan afkeerig heb betoond, mij spiegelende aan anderer voorbeeld. En dat, indien ik in dat opkomen tegen dat drijven en afbreken voor de Kerken, politiek handelde, ik zeker in dit geval daartoe ver lad sxi genoodzaakt ben door dien kring van Broederen, die ei nu een middel in ziet tot verdachtmaking en toch zelf den stoot tot dat drijven en afbraken gaven.
Wat toch is het geval. Ik zal, genoodzaakt, klaren wijn schenken. Op Vrijdag 19 Sept. vernam ik te Amsterdam in een niet-kerkelijke samenkomst, waartoe ik en Ds. T. Bos van de andere zijde uitgenoodigd waren, met dien Broeder reeds de bevestiging van de bovengenoemde mare van benoeming en aanneming, alsmede van 't uitlokken van eene Generale Synode. Tot geheimhouding werden wij zelfs verzocht, al namen wij 't niet aan.
Welnu, al wat ik deed met de 30 Broederen op 2 Oct. j.l. en waarvan wij publiek kennis hebben gegeven, was niets dan een navolging van die samenkomst, een gevolg van en een protest tegen haar bedoelend. Mogen zij vergaderen in stilte, wij ook; mogen zij de Theol. School zoeken af te breken, wij mogen de School der Kerken, door de jongste Synode gehandhaafd, toch zeker wel verdedigen! ?
Ik ben nog niet van plan mij die vrijheid en dat recht door iemand te laten ontnemen.
Alleen, ik zal ze eerst dan handhaven kunnen, wanneer ze aangetast worden. Zoo ook nu. Ik begon niet.
Nu Prof. Noordtzij deze mededeeling doet uit een samenkomst, die een vertrouwelijk karakter droeg, dient ook over deze zaak het volle licht op te gaan.
Op een samenkomst, die de hoogleeraren der theologische faculteit 16 September met de heeren Bavinck en Biesterveld hielden, deelde Prof. Bavinck mede, dat hij na een vertrouwelijk gesprek met Prof. Noordtzij en in overleg met hem, het wenschelijk oordeelde, dat er een samenspreking plaats vond tusschen de hoogleeraren der theologische faculteit. Prof. Bavinck, Biesterveld en Noordtzij en de broeders Ds. Bos en Van Andel, De hoogleeraren der Vrije Universiteit, verklaarden tegen deze samenspreking geen bezwaar te hebben en Prof. Bavinck convoceerde de andere broederen tegen Vrijdag 19 September.
In deze broederlijke samenkomst werd in de eerste plaats door Prof. Rutgers mededeeling gedaan, dat bij de theologische faculteit het voornemen bestond, de hoogleeraren Bavinck en Biesterveld voor te dragen voor eene benoeming in de theologische faculteit aan de Vrije Universiteit, en daarna hun oordeel gevraagd over de wenschelijkheid, om gemeenschappelijke stappen te doen ten einde, hetzij door het samenroepen eener buitengewone Synode of langs een anderen weg, de moeilijkheden, waarin de School verkeerde tot eene oplossing te brengen.
Van geheimhouding was alleen in zooverre sprake, als de voorgenomen voordracht (van een benoeming was geen sprake, daar deze eerst weken later is geschied) niet publiek kon gemaakt worden, voordat de hoogleeraren, de Curatoren en Directeuren der Vrije Universiteit hun goedkeuring aan deze voordracht hadden gehecht. Men is nu eenmaal niet gewoon de voordracht eener faculteit wereldkundig te maken, voordat de colleges, die in dezen te beslissen hebben, hun zegel aan die voordracht hebben gehecht.
Op deze broederlijke samenkomst bleek, echter al spoedig dat van een gemeenschappelijk advies geen sprake kon zijn. Prof. Bavinck deelde nl. mede, dat even voor de samenkomst door hem een schrijven was ontvangen van Ds. Bos, waarin deze als conditio sine qua non den eisch stelde, dat de voorstanders der Vrije Universiteit zich eenparig moesten verklaren voor het voorstel-Bos en de kerken moesten aanraden in een buitengewone Synode dit voorstel, dat de Arnhemsche Synode verworpen had, alsnog aan te nemen. Na deze verklaring, die aan duidelijkheid niets te wenschen overliet, was verdere saamspreking doelloos en gingen de broederen uiteen.
Ieder kan thans beoordeelen, in hoeverre de voorstelling, die Prof, Noordtzij van deze vergadering geeft, juist is.
Laat ons hieraan mogen toevoegen, dat reeds vóór de Arnhemsche Synode saamkwam een comité, door de Utrechtsche broederen benoemd, geregelde samenkomsten hield, in heel het land vaste correspondenten had aangesteld, én door een uitstekend geoiganiseerden inlichtingsdienst, zich op de hoogte zocht te stellen van de gevoelens der Kerken. En dat ditzelfde comité terstond na de Synode, nog in de maand September, opnieuw een bijeenkomst te Utrecht hield, waar o, a, besloten werd tot oprichting van bladen, die de „Theologische School zouden verdedigen."
Deze bijeenkomst vond plaats !0 September, terwijl de bovengenoemde samenspreking met de heeren Noordtzij en BJS geschiedde 19 September. Wanneer Prof. Noordtzij beweert, dat het comité, dat te Utrecht vergaderde, eerst ten gevolge van de actie der Vrije Universiteit optrad, dan schijnt de almanak te Kampen geheel in orde te zijn. dus niet
Maar wat alles afdoet, de samenspreking te Amsterdam had juist ten doel, om den schijn van partijorganisatie te voorkomen. Voordat men zich tot de Kerken wendde met een advies, wilde men zeker zijn, dat de broeders van de meest verschillende richting met dit advies konden medegaan. Van eenige organisatie, het benoemen van permanente comité's, het aanstellen van correspondenten, het oprichten van bladen, was hier geen sprake. Het was een bloote gedachtenwisseling tusschen broeders, die gerekend konden worden eenigen invloed bij onze Kerken te hebben, maar zonder dat hierbij een bepaalde kleur den doorslag gaf. Men wilde open kaart spelen en juist allen schijn van geheimzinnigheid vermijden.
Hoewel het hiermede voor ieder duidelijk zal zijn, hoe onjuist de beschuldiging is, die Prof. Noordtzij tegen de hoogleeraren der Vrije Universiteit inbrengt, toch doet het ons genoegen, dat deze beschuldiging publiek werd uitgesproken. Niets bederft meer het saamleven, dan dat men in geheime vergaderingen zulke beschuldigingen rondfluistert en daardoor de beschuldigde buiten staat is zich te verdedigen. Thans was er althans gelegenheid ook onzerzijds „klaren wijn" te schenken.
Laat ons hieraan ten slotte nog toevoegen mogen, dat onze redactie het allerminst afkeurt, wanneer in gewichtige oogenblikken enkele broeders saarnkomen, ten einde de vraag te bespreken, hoe gehandeld worden moet. Maar zoodra uit zulke saamkomsten een par tij-organisatie geboren wordt, die vaste comité's benoemt, bindende besluiten gaat nemen, correspondenten gaat aanstellen en bij dat alles in het diepste geheim werkt, dan krijgen wij de „geheime genootschappen" in de kerk, en daartegen blijft ons protest gaan, onverschillig van welke zijde deze actie ook uitgaat.
Wij verblijden ons, dat Prof. Noordtzij het ten principale met ons eens is en zeker al zijn invloed in de schaal zal werpen bij de broederen, die aan zijn zijde staan, om al zulk partijwezen den kop in te drukken en voortaan kerkelijke zaken alleen in kerkelijken weg te doen behandelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 26 oktober 1902
De Heraut | 4 Pagina's